Het nep-nationalisme rond de lokale Natio-spelers

22/04/2021 14:27


 

INGEZONDEN –
IK, ARNY BELFOR, voetbalgek, voetbalverslaggever, journalist, voetbalresearcher, kenner van het Surinaamse voetbal, gediplomeerd talententrainer en zelf een degelijke voetballer, voelde mij geroepen dit stuk te schrijven. Dit nadat ik las dat de trainer van de nationale voetbalselectie van Suriname Dean Gorré ter verantwoording was geroepen over uitspraken die hij in een interview met mij heeft gedaan. De ‘verontwaardiging’ van sommigen zal ik jammer genoeg moeten bestempelen als nep-nationalisme en onechte bezorgdheid als het gaat om de lokale Natio-spelers.

Het gaat om de uitspraken: “Je kan niet meer een speler van
Robinhood of Transvaal zijn en speler van de nationale selectie.
Het gat (niveauverschil) is te groot. De toptalenten van hier
zullen naar het buitenland moeten gaan, in een profcompetitie
spelen om überhaupt het nationaal elftal van Suriname te kunnen
vertegenwoordigen.” Er zijn personen gevallen over deze uitspraken
die Gorré deed in deel vier van een vierluik met als titel ‘Wat
Dean Denkt’. Deze vierluik heb ik gepubliceerd op mijn eigen
YouTubekanaal ‘Volgnatio’. Personen die kritiek hebben
geleverd zouden dit hebben gedaan uit ‘bezorgdheid’ over de kansen
van de lokale spelers om Natio te halen.

Ten eerste valt het mij op dat, van alles wat Gorré zegt in de
vier delen, een stuk van twintig tot dertig seconden wordt
gebruikt. Voor de duidelijkheid: ik heb bij de productie van de
vierluik gekozen voor een vorm waarbij ik als interviewer zo weinig
mogelijk te horen ben, omdat het de bedoeling was kijkers een beeld
te geven van de gedachtewereld van Gorré als het gaat over Natio,
over de diasporaspelers, over Suriname, over de
toekomstperspectieven van Natio en over het samengaan van de lokale
spelers en de profs die in verschillende landen actief zijn.

In deel 1 praat Gorré over de weg die hij heeft afgelegd en over
dingen die hij heeft meegemaakt, sinds hij in Suriname is komen
wonen. In deel 2 (De Helden) gaat Gorré uitgebreid in op het
huzarenstukje dat de lokale amateurs hebben uitgehaald door zich te
plaatsen voor de Gold Cup 2021. In dat deel vertelt Gorré ook over
de omstandigheden waaronder veel van de Natio-spelers hebben moeten
presteren voor het land en ook over het gebrek aan waardering. Deel
3 heeft als hoofdthema de redenen achter de keuze van de
profspelers om te kiezen voor Suriname. Deel 4 gaat over de
toekomstperspectieven.

De uitspraken uit deel 4 waar sommigen over vallen, moeten
allereerst niet losgekoppeld worden van alles wat in de eerste drie
delen gezegd wordt. Wie dat doet zal natuurlijk een vertekend beeld
overhouden. Maar wat mij het meeste stoort is de onechte
bezorgdheid vanuit de gemeenschap als het gaat om de plaats die de
lokale spelers hebben/krijgen in het nieuwe Natio-project.

Ik neem Dimitri Apai als voorbeeld omdat hij in de twee
WK-kwalificatiewedstrijden tegen Cayman Islands en Aruba, is
ingevallen. Wie naar Apai heeft gekeken in die wedstrijden, zou
mogelijk de simpele conclusie kunnen trekken dat de lokale
voetballers, voor wat betreft hun individueel niveau, meekunnen op
het niveau van de profvoetballers. Waar blijkbaar niemand over
weet, zijn de honderden uren die Apai heeft besteed aan het
verbeteren van zijn individuele techniek. Langer dan een jaar heeft
Apai, samen met een aantal anderen (Albert Nibte, Obrendo Huiswoud,
Miquel Darson behoren tot die groep), techniektrainingen gevolgd
bij Gorré. Let wel, de bondscoach van een nationale selectie heeft
niet als taak het technisch niveau van geselecteerde spelers te
verbeteren.

En toch stond Gorré elke ochtend, van maandag tot en met
vrijdag, om zeven uur klaar om met de spelers die dat wilden, er
tegenaan te gaan. Dit heb ik niet van horen zeggen, ik heb een
aantal van deze trainingen meegemaakt. Deze trainingen zijn ook
doorgegaan nadat Natio zich had geplaatst voor de Gold Cup. Na
afloop van bijna elke training kwamen de tactische gesprekken en
het analyseren van wedstrijdsituaties. Het niveau dat Apai heeft
laten zien is niet het niveau dat hij aanvankelijk had. Het is het
resultaat van honderden uren extra training met Gorré. Vanwege de
Covid-pandemie moest dit gestopt worden. De huidige groep lokale
spelers die bij Natio zit zal nog meekunnen. Maar, met de huidige
situatie waar Natio in terecht is gekomen, is het onmogelijk voor
Gorré om dit te blijven doen. Hij heeft de tijd niet meer om zoveel
uren te besteden aan het verbeteren van individuele voetballers die
voor Natio moeten uitkomen.

Het echte probleem, als het gaat om het niveauverschil, is niet
iets wat zich alleen voordoet in het voetbal. Het is een
cultuurprobleem: half-goed-is-goed. In Suriname is middelmaat de
norm. Trainers-trainer Ro Kolf deed tijdens de cursus die ik heb
gevolgd een interessante uitspraak. De grootste tekortkoming van
Surinaamse trainers, meent Kolf, is dat ze spelers niet beter
maken. … ………… (DWT)


Lees verder

Bron: De Ware Tijd Suriname