Het kan verkeren ‘door de waan van de dag’

Vanaf de bekendmaking van de circulaire van de directeur Bestuurs- en Administratieve Aangelegenheden van het Kabinet van de President van de Republiek Suriname op 8 oktober, dat mevrouw mr. Mellisa Santokhi-Seenacherry te rekenen van 1 oktober 2020 als Algemeen Directeur op het Kabinet zal fungeren, schijnt de hel los te zijn gebroken. Van al die reacties is de oproep aan De Nationale Assemblee om de functie First Lady te beschermen de meest bedenkelijke. Waarom zo duidelijk gesteld, omdat de hoedanigheid van First Lady niet in een functie is vervat. Over de instelling van het Instituut First Lady bestaat een Presidentieel Besluit PB no.3 van 2011 (S.B. no.)

Het enige wat die mevrouw moet bezitten is een huwelijksakte waaruit blijkt dat zij met de persoon die president is, gehuwd is. Hierdoor is zij van rechtswege de First Lady! Als we teruggaan naar de geschiedenis van een First Lady in Suriname dan merken wij dat het omstreeks het jaar 1996 feitelijk haar intrede deed. Toen bestond geen grondslag waarop de First Lady terug kon vallen ieder willekeurige vrouw die in de buurt van de president kon verblijven, was een First Lady en dat gebeurde ook.

Om nu te komen met als oplossing om De Nationale Assemblee na 24 jaren te vragen een wet tot stand te brengen (dus een initiatief wet) om de instelling van het Bureau van de First Lady met taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden vast te leggen, getuigd van gebrek aan kennis over de materie. Het functioneren van de First Lady staat niet in een ondergeschikte positie ten opzichte van de president en is ook formeel geen adviseur van de president, op het Kabinet van de President als bestuursorgaan heeft de First Lady geen taak en bemoeienis maar ook geen bevoegdheden. 

De First Lady heeft geen administratiefrechtelijke bevoegdheden alzo danig en overeenkomstig het Presidentieel Besluit no. 3 van 2011, is zij ook niet benoemd bij resolutie of beschikking of op arbeidsovereenkomst. Haar rechtspositie als First Lady is bij bestuursbesluit PB. No. 3 van 2011 geregeld. De onterechte verwijzing naar artikel 110 van de Grondwet in dit verband door mr. Kruisland in 2011  werd reeds door mij als directeur toen weerlegd, het was de tijd van de meest onzinnige opmerkingen over het gevoerde beleid m.b.t het openbaar bestuur in Suriname.

Ik wees de jurist die ook Staatsrechtsgeleerde heet te zijn, dat de President van de Republiek Suriname als Staatshoofd met executieve bevoegdheden krachtens artikel 99 van de Grondwet van 1987, deze bevoegdheid middels het uitvaardigen van een Presidentieel Besluit uitoefent. De Uitvoerende Macht berust bij de president. Dus de bewering over artikel 110 van de Grondwet raakte toen en nu kant noch wal.

De taken waarmee de First Lady zich moet bezig houden staan vermeld in het Presidentieel-Besluit namelijk een “spil positie in het sociale maatschappelijk verkeer vervullen ter ondersteuning van de Grondwettelijke taken van de President”. De First Lady maakt vervolgens aanspraak op een schadeloosstelling gelijk aan die van een Assembleelid.
Een eventuele benoeming van mr. Mellisa Santhokhi-Seenacherry  in de functie van Algemeen Directeur op het Kabinet van de President is van een heel andere orde en moet worden overgelaten aan de prudentie van het bevoegd gezag. Daar moet de politieke afwegingen worden gemaakt. Trouwens onder de huidige omstandigheden bestaat er een beletsel voor de betrokkene, om benoemd te kunnen worden.

Pas bij een eventuele benoeming kan artikel 110 lid h van de Grondwet in beeld komen, maar daarvoor heeft de president geen toestemming nodig nog minder een wet van De Nationale Assemblee, zoals gesteld door meneer Dennis Lapar.

Eugène van der San
Bestuurskundige 
………… (Star)


Lees verder

Bron: Starnieuws.com