Geen amnestie voor Decembermoorden

22/07/2021 13:12 – Ivan Cairo

Gloria Stirling, voorzitter van het Constitutioneel Hof, leest de beslissing van het college voor tijdens een donderdag gehouden openbare zitting. :  
PARAMARIBO – De Amnestiewet van 5 april 2012 is in strijd met de Surinaamse grondwet en internationale verdragen waar Suriname partij bij is. Tot die conclusie komt het Constitutioneel Hof dat de controversiële amnestiewet op verzoek van de toenmalige NDP-fractie heeft getoetst aan de Grondwet en internationale conventies. De uitspraak werd donderdag voorgelezen door voorzitter van het Constitutioneel Hof, Gloria Stirling, tijdens een openbare zitting van het Hof.
De uitspraak houdt in dat er geen amnestie is verleend aan ex-legerleider Desi Bouterse en de andere verdachten van de moorden van 8 december 1982. De misdrijven die toen zijn gepleegd komen niet in aanmerking voor straffeloosheid. De Amnestiewet werd twee jaar nadat Bouterse als president werd gekozen gewijzigd door het parlement in een poging om de strafzaak tegen hem te stoppen. De Nationale Assemblee had volgens het Hof met de gewijzigde amnestiewet getracht het ‘low intensity’ conflict in de samenleving dat veroorzaakt is door de Decembermoorden op te lossen.
Het college wees echter op de standpunten ingenomen door de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Rechten van de Mens, alsook het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens dat de misdrijven die zijn gepleegd op 7,8 en 9 december 1982 niet in aanmerking komen voor amnestie. “Het is vaste rechtspraak van het Inter-Amerikaanse Hof voor de rechten van de mens, dat indien amnesties in strijd zijn met het Amerikaans Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat deze amnesties nietig worden verklaard. Suriname heeft de jurisdictie van het voornoemd Hof erkent op 12 november 1987 en is gehouden aan haar uitspraken”, aldus het Constitutioneel Hof.
Ze is van oordeel dat de strijdigheid met de Grondwet en mensenrechtenverdragen allleen dan gerechtvaardigd is, indien met de wijziging van de Amnestiewet 1989 een dringend algemeen belang ten grondslag zou hebben gelegen. Voorts werd aangevoerd dat dit dringend algemeen belang door het Hof niet aanwezig wordt geacht, nu niet uit de wetstekst alsook de memorie van toelichting en de door de wetgever uitgevoerde belangenafweging, van een dringend algemeen belang blijkt.
In de gewijzigde amnestiewet is de instelling van de Waarheids- en Verzoeningscommissie opgenomen die onmiddellijk na de afkondiging bij wet zou worden ingesteld. Deze commissie zou de belangen van zowel slachtoffers, nabestaanden als die van de mogelijke verdachten van misdrijven genoemd in voornoemde wet kunnen waarborgen. Het Hof komt echter tot het oordeel dat na de inwerkingtreding van de wetswijziging van 5 april 2012 de waarheidscommissie nooit bij wet is ingesteld en dus kan niet worden nagegaan of de belangen van de slachtoffers, nabestaanden en die an mogelijke verdachten van vermelde misdrijven zouden zijn gewaarborgd met deze wetswijziging.
“Het Hof is derhalve van oordeel dat voormelde wet in strijd is met de artikelen 8, 10, 14 en 131 lid 3 van de grondwet van de republiek Suriname. Dat voormelde wet in strijd is met de artikelen 2 en 14 van het Internationaal Verdrag inzake Burger- en Politieke Rechten en dat voormelde wet in strijd is met de artikelen 1, 8 en 25 van het Amerikaans Verdrag van de Rechten van de Mens”, luidt de slotconclusie. In het oordeel werde diverse overwegingen genoemd mede gebaseerd op uitspraken van het Europese Hof en andere internationale rechtsorganen en raadplegen van verschillende rechtsbronnen.
Het verzoekschrift en de onderliggende documenten om de Amnestiewet te toetsen zijn in mei 2020 door toenmalig NDP-fractieleider Amzad Abdoel en fractielid Ruchsana Ilahibaks aangeboden aan het Constitutioneel Hof. Op 7 mei, een paar dagen eerder, werden de leden van dit Hof door president Bouterse ingezworen. “Er zijn een aantal overwegingen geponeerd op basis waarvan een concrete rechtsvraag is gesteld die moet beantwoorden of de bovengenoemde wet is strijd is met de Grondwet van Suriname en/of met enige volkenrechtelijke overeenkomst”, zei Abdoel toen tegen de Ware Tijd.
De fractieleider gaf aan te hebben geconstateerd dat de rechterlijke macht vaker bevoegdheden van het Constitutioneel Hof naar zich heeft toegetrokken en grondwettelijke rechten die aan het Constitutioneel Hof zijn toebedeeld heeft uitgeoefend. Ook was volgens hem het recht van De Nationale Assemblee om amnestie te verlenen ter zijde gelegd. Hij wees op de opschorting van de rechtskracht van de wet Valutaverkeer en Transactiekantoren door de kortgedingrechter. Bij die handeling kreeg Abdoel het gevoel dat de rechterlijke macht “weer op de stoel probeerde te zitten van De Nationale Assemblee”.
  Tweet
 
Gerelateerde artikelen

………… (DWT)


Lees verder

Bron: De Ware Tijd Suriname