Gedenkzuil Javaanse contractarbeiders onthuld in Sint-Michielsgestel

SINT-MICHIELSGESTEL — De Javaanse contractarbeiders, die op de plantages in Suriname werkten en in de jaren zeventig naar Nederland kwamen, hebben zaterdag op de gemeentelijke begraafplaats in Sint-Michielsgestel, Nederland een monument gekregen. “Met de komst van dit monument markeren wij een kantelpunt in onze geschiedenis. Voor het eerst is er in Nederland een plek, een monument voor Javaanse contractarbeiders. Een zichtbare plek in ons collectieve geheugen”, zei Ina Adema, commissaris van de koning.

Het kunstwerk is een initiatief van de Stichting Comité Herdenking Javaanse Immigratie (Stichji) in samenwerking met de gemeente Sint-Michielsgestel. De gedenkzuil van baksteen met een bronzen gedenkplaat, is de eerste in Nederland die specifiek is gewijd aan Javaanse contractarbeiders. Ze is gemaakt door de kunstenaars Robert Bosari en Wil vom Kothen. Het monument werd onthuld door Adema, Stichji-voorzitter Hariëtte Mingoen en burgemeester Eiko Smid.

Vergeten bladzijde ingevuld

Het gedenkteken is niet alleen een eerbetoon aan de Javaanse contractarbeiders die in Sint-Michielsgestel en in andere Nederlandse gemeenten hun laatste rustplaats vonden, maar ook aan de Javaanse contractarbeiders die tussen 1890 en 1914 onderweg naar Suriname in Nederland overleden tijdens de tussenstop in Rotterdam en Amsterdam, onopgemerkt en zonder blijvende herinneringsplek.

Mingoen: “Dit monument verbindt ons met een pijnlijke, vergeten geschiedenis: die van de Javaanse contractarbeid. Juist hier, in Sint-Michielsgestel, waar tientallen contractarbeiders hun laatste dagen doorbrachten, staat nu een prachtig en zichtbaar eerbetoon aan mensen die tot dusver onzichtbaar bleven in de Nederlandse geschiedschrijving.”

Volgens Smid is van groot belang dat ook dit verhaal wordt verteld. “Nu we de verhalen hebben gehoord en opgetekend, het monument hebben onthuld, een minuut stilte hebben gehouden en de kransen hebben gelegd, hebben we samen een vergeten bladzijde ingevuld. We kennen de mensen die rusten op onze en andere begraafplaatsen in ons land nu een beetje beter. Ze zijn gezien én gehoord. Zij en de generaties na hen maken deel uit van onze geschiedenis. Ze zijn deel van ons en daar zijn we enorm trots op.”

Geen fraai hoofdstuk

Na de afschaffing van de slavernij in 1863 werden, om het tekort aan arbeidskrachten op de plantages op te vangen, tussen 1890 en 1939 bijna 33.000 Javaanse contractarbeiders vanuit het huidige Indonesië (toen Nederlands-Indië) naar de toenmalige Nederlandse kolonie Suriname gebracht. Volgens Stichji is hun verhaal geen fraai hoofdstuk in de geschiedenis. Het is een verhaal van het onder valse voorwendselen ronselen van mensen, van uitbuiting, van lichamelijk en geestelijk geweld, van erbarmelijke leef- en arbeidsomstandigheden, van overleven op de Surinaamse plantages.

Na de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 vertrokken honderden Javaanse ouderen naar Nederland, in de hoop op een beter leven. Sommigen met stille hoop op terugkeer naar hun geboortegrond op Java. In Sint-Michielsgestel werden velen tijdelijk opgevangen in voormalig kleinseminarie Beekvliet. Later werd voor hen bejaardenoord Nieuw Beekvliet gebouwd.

Sommige oud-contractarbeiders overleden kort na aankomst en maakten dit niet meer mee. Ze werden begraven op de gemeentelijke begraafplaats. Uit onderzoek van Stichji blijkt dat ongeveer 75 van hen Javaanse contractarbeiders waren, ooit geworven onder koloniale arbeidscontracten tussen 1918 en 1929. In Nederland was dit verhaal nauwelijks bekend.

De begraafplaats in Sint-Michielsgestel is uniek in Nederland. Van de oorspronkelijke circa 75 graven van Javaanse contractarbeiders zijn er 51 nog zichtbaar. In het kader van het project ‘Meer dan een nummer’, zijn twintig graven gerestaureerd en is er een boek verschenen over de geschiedenis van de opvang van Javanen in de gemeente Sint-Michielsgestel. De onthulling van het monument zaterdag vormt de afsluiting van dit herinneringsproject.