Gajadien: “Ontvangt de voortvluchtige ex-minister Hoefdraad nog een salaris?”

Parlementariër Asiskumar Gajadien wil van de regering weten als de voortvluchtige ex-minister van Financiën, Gillmore Hoefdraad, nog een salaris ontvangt. Tijdens de behandeling van de Wet Staatsbegroting 2020, gaf Gajadien te kennen dat personen die een status hebben van verdachte nog steeds in commissies zitten en gelden ontvangen. De parlementariër vraagt duidelijkheid aan de regering hierover.
Hij voerde verder aan dat het geen geheim is dat er flink gerommeld is bij NV 1, die een joint venture was aangegaan met Iamgold. In het verlengde hiervan merkte hij op dat de minister van Natuurlijke Hulpbronnen, David Abiamofo, op 7 oktober een brief heeft gestuurd naar de minister van Financiën en Planning, Armand Achaibersing, om de Centrale Landaccountantsdienst (CLAD) in te schakelen.
Het verzoek is gedaan door de minister van NH om een onderzoek in te stellen, omdat er veel onduidelijkheden zijn wat betreft de financiële afhandeling.Gajadien legde uit dat er in juli van dit jaar, door overname van Staatsolie, snel is getracht deze NV 1 slapend te maken.
Volgens de parlementariër moet aan de procureur-generaal ingeschakeld worden in deze verdachte zaken. Hoe langer er gedraald wordt in het optreden, des te meer tijd er is om te temperen met bewijsmaterialen. Gajadien stelt zelfs voor om buitenlandse experten in te huren om er werk van te maken dat deze zaken onderzocht worden. Het is nodig dat deze zaken zo snel mogelijk transparant worden gemaakt naar de samenleving toe, zodat ze weten waar de middelen naartoe zijn gegaan.
Iamgold is een joint venture partnerschap aangegaan met NV 1 inzake het verkrijgen van de Saramacca concessie. In de joint venture had Rosebel Goldmines een participatie van 70 procent en de overheid, in deze NV 1, een participatie van 30 procent. In januari 2018 was een bedrag van US$ 5 miljoen aan NV 1 verstrekt conform de overeenkomst die toen was gesloten in augustus 2016.
Vishmohanie Thomas

………… (SH)

Lees verder

Bron: Suriname herald