Fernald: Coryfeeën van weleer: Ministers (4)

(Tijdvak 1969-1984)  

Suriname mag zich beroemen op gezaghebbende, visionaire onderwijsministers, die op hun beurt ondersteund werden door bekwame ambtenaren. Deze leidinggevende functionarissen op het ministerie van Onderwijs waren stuk voor stuk bekwame en gedreven mensen.

Radjnarain Mohanpersad Nannan Panday, onderwijsminister 1969-1971Hij was onderwijsminister in de periode 1969-1971. Voorafgaande aan zijn ministerschap was hij hoofd van het bureau Volksontwikkeling en Volksvorming van het departement van Onderwijs en Volksontwikkeling en tevens adviseur bij het Planbureau. Hij is ook van 1964-1967 en 1973-1977 parlementariër geweest. Vermeldenswaard is dat Nannan Panday vanaf 1968 tot heden (2020) leiding geeft aan de religieuze organisatie Sanatan Dharm.

Jnan Hansdev Adhin, Onderwijsminister 1971-1972
Jnan Hansdev Adhin is een intellectueel van formaat geweest. Hij behaalde een bachelor of arts in filosofie en vergelijkende taalwetenschap, en drie doctoraaldiploma’s (niet-westerse sociale wetenschappen, wijsbegeerte (met hoofdvak pedagogiek), politieke en sociale wetenschappen) en de meestertitel in Nederlands Recht. Jnan Adhin was ronduit briljant en promoveerde aan de Rijksuniversiteit Groningen cum laude in de economische wetenschappen met het proefschrift ‘Development Planning in Suriname in Historical Perspective’ (1961). Hij was minister van Justitie en Politie van 1964-1967 en 1969-1973, maar hij vervulde in deze laatstgenoemde zittingsperiode ook het ambt van minister van Onderwijs. Hij was voor enige tijd directeur van het Bureau Volkslectuur en het Taalbureau en onderwijsinspecteur. Jnan Adhin wordt ook alom gewaardeerd voor de wijze waarop hij gefunctioneerd heeft in het parlement. Met enkele korte tussenpozen was hij van 1963 tot 1980 parlementariër.

Frits Mitrasing, onderwijsminister van 1972-1973
Mitrasing was onderwijzer voordat hij besloot om voor verdere studie af te reizen naar Nederland. In 1952 slaagde hij voor het doctoraalexamen Nederlands Recht en op 1 juli 1959 promoveerde hij tot Doctor in de Rechtsgeleerdheid op een dissertatie: ‘10 jaar Suriname, van afhankelijkheid tot gelijkgerechtigdheid’. Vanwege zijn kennis en bekwaamheden werd hij in 1971 hoogleraar aan de Juridische faculteit van de Universiteit van Suriname. In 1973 werd hij gekozen tot parlementariër. Vermeldenswaard is dat Frits Mitrasing medeoprichter is van de Hindoestaans-Javaanse Politieke Partij (HJPP). Uit deze partij is de huidige VHP (Vooruitstrevende Hervormingspartij) voortgesproten.

Harold Hubert Rusland (1980-1982)
Hij is niet alleen een verdienstelijke minister van onderwijs geweest, maar heeft ook zijn sporen verdiend in de vakbeweging. Zo is hij voorzitter geweest van de Christelijke Onderwijzersbond (COB-Broederschap), president van de FOLS (Federatie van Organisaties van Leerkrachten in Suriname) en de eerste voorzitter van de Centrale voor Landsdienaren Organisaties (CLO). In 1973 werd Harold Rusland gekozen tot lid van de Staten van Suriname. Van 1980-1982 was Rusland minister van Onderwijs in de kabinetten Chin a Sen en Neijhorst.

Harold Rusland is pragmatisch in zijn benadering. Vanaf 1986 tot heden (2020) heeft hij zich verdienstelijk gemaakt als ondervoorzitter van de Bemiddelingsraad voor geheel Suriname. Na zijn pensionering is hij menigmaal gevraagd om als bemiddelaar op te treden bij hoogoplopende conflicten, waarbij de standpunten tussen partijen ver uit elkaar lagen en de kloof onoverbrugbaar leek. Hij is doorgaans in staat geweest om duurzame compromissen te sluiten.

Glenn Baldjiet Sankatsing, onderwijsminister 1983-1984Hij had de moeilijke taak om richting te geven aan het onderwijs in de periode na de 8-decembermoorden, toen de dictatuur hoogtij vierde. Glenn Sankatsing heeft veel imagoschade opgelopen door in een omstreden brief van 11 januari 1983 aan de OAS, de standrechtelijke executies, voorafgaande aan folteringen, te ontkennen. Overigens ondertekende hij de brief in de hoedanigheid van plaatsvervangend minister van Buitenlandse Zaken van het militaire bewind in Suriname.

Sankatsing vond dat het onderwijs nog te veel op Nederland gericht was. Daarom creëerde hij een speciaal orgaan dat democratiseringsactiviteiten binnen het Surinaams onderwijs moest coördineren. De afdeling Historische en Maatschappelijke Studies had de taak om het geschiedenisonderwijs verder te vernieuwen en de geschiedenis van Suriname te onderzoeken en te herschrijven.

In oktober 1983 werd de universiteit van Suriname omgedoopt tot de Anton de Kom Universiteit en de belangrijke taak meegegeven “om de universiteit blijvend in te zetten voor de bevrijding van ons land en de opbouw van een rechtvaardige samenleving, vrij van uitbuiting en onderdrukking, zoals Anton de Kom zich heeft ingezet”, aldus onderwijsminister Sankatsing (Anton de Kom Universiteit van Suriname 1986: 11). ………… (Star)


Lees verder

Bron: Starnieuws.com