Falend toezicht CBvS van invloed op geen terugbetaling door Staat

Het belang van goed functionerende toezichtinstituties is vaak benadrukt. Toezicht bij zogenoemde parastatale bedrijven die een cruciale rol vervullen in de samenleving schiet duidelijk tekort. Voor de RvC van de Centrale Bank van Suriname (CBvS, de Bank) geldt precies hetzelfde. BDO Assurance NV (BDO) schetst met de jaarrekening over 2015 een ontluisterend beeld van de situatie bij de CBvS. Zonder twijfel is dit het gevolg van gebrekkig en falend toezicht. De BDO uitleg mag wat mij betreft wat simpeler om de bevolking (inclusief DNA) ter wille te zijn en te voorzien van tijdig, begrijpelijk en waarheidsgetrouwe informatie.De CBvS is niet zeker van het terugontvangen van de uitstaande schuld die de Staat bij haar heeft. De redenen zijn dat er geen sprake is van valide dekking over 2015 én over 2016 en 2017 verwacht de CBvS verliezen voor een totaal bedrag van ruim SRD 650 miljoen (650.673.892). Ondanks de verwachte positieve resultaten over 2018 en 2019 van ruim SRD 257 miljoen (257.092.051) is dit niet voldoende om de schuld bij de Bank af te lossen. Per 24 april 2020 was er sprake van een achterstand in betalingen van aflossingen en achterstand in rentebetalingen over de ‘Geconsolideerde Staatsschuld-III’ over de periode januari 2018 tot en met 24 april 2020 van respectievelijk SRD 190.550.390 en SRD 123.010.866. Naast de ‘Geconsolideerde Staatsschuld-III’ is er ook sprake van een ‘Geconsolideerde Staatsschuld-IV’ (ruim SRD 309 miljoen) waarvan de dekking uit winst door de CBvS zelf moet komen. Rapporten van accountants zijn voor een gewone burger geen gemakkelijke kost. Het zou daarom alleszins de moeite waard zijn indien de beroepsgroep gaat nadenken over een vorm om belangrijke informatie te versimpelen. Bang hoeft zij niet te zijn voor eventuele gevolgen aangezien het formele rapport de onderlegger is voor de populaire publieksversie. De jaarrekening 2015 van de CBvS en “wat de  accountant er van vindt” (de verklaring van de accountant) zijn belangrijke informatie  voor het financieel-economisch beeld. De accountant zegt dat het onzeker is of de CBvS het geld dat is uitgeleend aan de Staat, terug zal krijgen door het ontbreken van wetgeving en zekerheden, zeg maar onderpand. Het mag duidelijk zijn dat deze onzekerheden van invloed zijn op de financieel-economische positie van het land.Met de jaarrekening 2015 van de CBvS wordt iets meer duidelijk waarom de President geen scherp en onafhankelijk onderbouwd inzicht over de financiële positie in Suriname kon verstrekken. Samengevat komt het er op neer dat er veel onzekerheden zijn over de inkomsten en uitgaven van de Staat. De inkomsten uit winstdeling met de CBvS ontvangt de Staat volgens een afspraak met de Moederbank niet. Daar komt bij dat destijds voor financiële handelingen door de Staat gepleegd cruciale besluitvorming en wettelijke bases ontbraken. Dit houdt in dat allen die in de keten verantwoordelijk zijn: bestuur van de CBvS, Raad van Commissarissen, Minister(s) en de DNA, hetgeen van hen verwacht mocht worden niet hebben gedaan. Beleid, toezicht en wetgeving hebben ontbroken en/of gefaald.

De Staat heeft per 31 december 2015 een schuld bij de CBvS van een kleine SRD 3 miljard (2.498.327.404) de ‘Geconsolideerde Staatsschuld-III’ genoemd. Het balanstotaal van de Bank is een kleine SRD 6 miljard (5.649.186.399). in deze schuld zitten ook de financiering van het saldo van de Staat aan onder andere Staatsinstellingen en derden. In het verslag van de accountant wordt dan ook geschreven: “Wij achten het onzeker, doch niet onmogelijk, dat de activiteiten van de Bank kunnen worden voortgezet”. Het bestuur en de RvC van de CBvS mogen zich dit rechtstreeks aantrekken, aangezien zij verantwoordelijk zijn voor het op een nette wijze laten voortbestaan van de Moederbank. De dekkingsnorm voor de voorraad deviezen en goud is belangrijk om goed in de gaten te houden.

De RvC van de CBvS mag het zich ook aantrekken dat zij de bewaking van deze dekkingsnorm van 50% maar niet lager dan 35%, niet goed heeft bewaakt. Door de toenmalige minister van Financiën is destijds een beschikking (in simpele taal een verzoek) gemaakt om af te wijken van de norm. Echter, de RvC is hierbij betrokken en ervan op de hoogte. De zogenoemde ontwerpwet die ook een onderdeel is om tot aanpassing van de norm over te kunnen gaan, is de verantwoordelijkheid van de DNA. De RvC neemt hiervan ook kennis en had dus voldoende momenten om haar toezichtsrol goed te vervullen. Het blijkt andermaal dat de RvC niet zomaar een instituut is, maar een behoorlijke verantwoordelijkheid draagt. Het scheiden van politiek en goed toezicht is hoognodig voor een gezond functioneren van de economie, het bedrijfsleven, een goede rating op de Ease of Doing Business Index en alle andere indicatoren van belang voor investeerders.Hugo Esseboom ………… (Star)


Lees verder

Bron: Starnieuws.com