Elias wil bauxietindustrie West-Suriname ontwikkelen

Rudolf Elias heeft de afgelopen zes jaar, de leiding gehad over Staatsolie. Per 1 juni gaat hij officieel met pensioen bij het staatsbedrijf, maar dat betekent niet dat hij totaal zal verdwijnen uit ons vizier. De voormalig CEO vertelt in gesprek met ., dat hij niet van plan is om na zijn pensioen stil te gaan zitten. Hij wil zich juist inzetten om West-Suriname verder te ontwikkelen, met name het Bakhuysgebergte.
De jointventure van BHP Billiton en Alcoa, is voortijdig beëindigd, nadat de voormalige regering in 2008 de afspraken rondom het ontginnen van bauxiet in het Bakhuysgebergte, annuleerde. Vooralsnog was er door Billiton en Alcoa reeds USD 120 miljoen geïnvesteerd voor deze jointventure. Volgens Elias, hebben we hiervoor mensen nodig met 100 jaar Bauxiet-verstand. “Deze mensen moet je betrekken en we hebben in het bedrijfsleven een paar mensen met die kennis. Ik zelf heb jaren gezeten in de bauxietindustrie en ervoor gezorgd dat we Bakhuysgebied kunnen ontwikkelen. Ik ken Bakhuys van voor naar achteren en daarom zeg ik: my next dream is to develop Bakhuys”, zegt Elias. Het is volgens hem heel belangrijk, dat het ontwikkelen van het Bakhuysgebied goed moet worden gedaan, waarbij rekening moet worden gehouden met het behoud van de biodiversiteit in het gebied. ‘’Het ontginnen van het Bakhuysgebied is voor mij roeping’’, zegt hij. De fondsen van aardgas offshore, kunnen ingezet worden als goedkope energie en daardoor kan, aldus Elias, de bauxietindustrie in Suriname weer opstarten.
Bakhuys
De reserves in het Bakhuysgebergte zijn enorm: bij een lage afkapgrens (32% winbare aluinaarde), en andere stringente mijncriteria bedraagt de waarschijnlijke reserve (probable reserve) ca. 200 Mton gedroogd bauxiet ( Dikte-5 meter) in de arealen 10,8. 5.1 en 2 ( Reynolds- Grassalco, 1971-1975), welk cijfer 50-60% hoger kan liggen, omdat deze reserve is gebaseerd op een accuraat, doch wijdmazig boornet, variërend van 100 bij 100 tot 200 bij 200 m (een uitzondering is areaal 10-1 met 50 bij 50 meter). De Joint Commission houdt dan ook 300 Mton aan, welk cijfer zeer reëel is.  In de arealen 4,6 en 7 is de bauxietmijn technisch te dun; dit zou bij het mijnen leiden tot veel contaminatie (vervuiling) en een laag mijn rendement. Het Bakhuysbauxiet is een interessante afzetting, waarin grote delen bestaande uit harde, hoogwaardig bauxiet (winbare AA groter 50%) elkaar afwisselen met lagere kwaliteit ijzerrijke bauxiet met winbare AA 43-45%. Ook is door erosie met name op de ‘schouders’ van de plateaus, de bauxietdikte verdubbeld (wel met lager gehalte en hoger Silica ). Zo een afzetting vereist een accurate mijnplanning om het erts potentieel maximaal te benutten bij beneficiation (verwerking). Houdt men een mijnrendement aan van 85%, (welk cijfer aan de lage kant is), dan garanderen deze reserves een mijnleeftijd van ruim 100 jaar, natuurlijk bij een productieniveau  van 2-2,5 MtonBxt per jaar, zoals in de Para mijn het geval was.
West-Suriname
De plannen voor West-Suriname rond het jaar 2006 (de officiële onderhandelingsrapporten zijn gedateerd 2007) waren:  een van de meest aantrekkelijke opties rond die tijd was om in Apoera een AA refinery gereed te hebben met een productiecapaciteit van ca. 2,4 miljoen ton AA (aluinaarde) per jaar (te voeden met Bakhuys Bauxiet).  De Paranam Refinery zou dan vanaf 2010 Bxt geleverd krijgen vanuit de Bakhuysmijn tot  2032, het jaar waarin de Brokopondo-overeenkomst  officieel zou zijn afgelopen; de Paranam plant bauxietbevoorrading vanuit Bakhuys zou dan voor 22 jaar lang 2,25 Mton per jaar aan bauxiet bedragen. De Apoera Refinery bauxietbevoorrading vanuit de Bakhuysmijn zou voor 35 jaar lang   (tot 2049) 6,3 Mton per jaar bedragen, dat wil zeggen dat tot 2032, een productieniveau van ruim 8,5 Mton bauxiet gewaarborgd zou moeten zijn in de Bakhuysmijn bij benutting van de volle refinery plant capaciteit.  Aanbevolen werd de onderhandelingen over een eventueel te bouwen Al-smelter (capaciteit 300.000 ton Al per jaar) tot nader orde uit te stellen en zich te concentreren op de bouw van de AA-plant te Apoera.
Suriname-Billiton – Suralco
Uitgangspunten bij de onderhandelingen waren: mining op basis van Service Contract; Refining (aluinaarde) op basis van Toll Fabrication en Smelting op basis van Partnership. Op basis van de Joint Venture agreement (Suriname-Billiton – Suralco) zou de Surinaamse regering als de Toll Fabrication gehanteerd zou worden, over 29% van de aluinaardeproductie kunnen beschikken (Apoerarefinery- Suralco 39% en Billiton 32%) en haar aandeel kunnen verkopen op de wereldmarkt. Hierdoor zouden veel meer inkomsten gegenereerd kunnen worden voor Suriname; met het Service Contract werd beoogd de Surinaamse overheid zoveel mogelijk te laten profiteren van de natuurlijke hulpbron bauxiet, hetgeen tot nog toe niet het geval is geweest. Bij de constructie van de eerder genoemde optie 3, ging men ervan uit dat na het uitmijnen van Klaverblad en Kaimangrasie, 70 Mton erts over zou zijn in Midden- en Oost-Suriname. De 70 Mton erts aanwezig (per 2010) in Midden- en Oost-Suriname, heeft betrekking op Nassau, Lelygebergte, Coermotibo-‘deepseated’, Brownsberg, Para/Kankantrie en Lelydorp 1 (Ir E. V. Miranda).  Destijds had de Alcoa … ………… (.)

Lees verder

Bron: . Suriname