Edgar Sampie: “Minister Volksgezondheid is discriminerend bezig”

“Het is discriminerend naar de mensen van het achterland toe om de Cubaanse artsen uit het binnenland te halen. Niet discriminerend op basis van ras, maar op zo’n manier ontneemt de minister de mensen van permanente goede gezondheidszorg. De mensen in Paramaribo en de randdistricten mogen leven en de mensen in het binnenland mogen sterven, want daarop lijkt het,” zegt DNA-lid Edgar Sampie in gesprek met Suriname Herald.
Hij geeft aan dat de Surinaamse artsen zich niet al te graag in het binnenland willen vestigen. De vorige regering heeft dus om die reden besloten om Cubaanse artsen in te zetten in het binnenland. De artsen zijn getraind en hebben ook de lokale taal aangeleerd, zegt de parlementariër.
“Sinds de komst van de Cubaanse artsen heb ik niemand in het achterland horen klagen, dat de artsen hun werk niet goed doen,” zegt Sampie fel. Volgens hem geeft de minister van Volksgezondheid aan, dat de Cubaanse artsen ontevreden zouden zijn en graag terug willen. “Het klopt van geen kanten. Te Langatabiki bijvoorbeeld, hebben de artsen zelf iets in elkaar getimmerd, alleen om te kunnen werken.”
Volgens Sampie heeft de minister de opdracht gegeven aan Edwin Noordzee, coördinator van de Cubaanse missie, om brieven te sturen naar de Medische Zending, het Regionaal Ziekenhuis Wanica en de Regionale gezondheidsdienst. In deze brieven wordt meegedeeld, dat men erop voorbereid moet zijn, dat de Cubaanse artsen binnenkort zullen vertrekken. “Men is al bezig met de reisdocumenten voor de artsen.”
Sampie geeft verder aan dat het traditioneel gezag in de verschillende gebieden er flink tegen protesteert, dat de Cubaanse artsen uit het binnenland worden gehaald. De parlementariër roept de minister op om per direct zijn besluit terug te draaien. Het zou volgens de volksvertegenwoordiger het best zijn als de minister ervoor zou zorgen dat de artsen niets ontberen, zodat zij 1 x 24 uur zorg kunnen bieden in het achterland.
Sjovellie Amoksi

………… (SH)

Lees verder

Bron: Suriname herald