Diplomatie is geen toneelstuk: Suriname verliest!

Het ontslag van ambassadeur Rajendre Khargi houdt de gemoederen bezig. Er is veel gezegd en geschreven over protocollen, blunders en politieke spanningen. Maar los van wie gelijk of ongelijk heeft, blijft er één harde realiteit overeind: het is Suriname dat hier verliest.
Diplomatie behoort tot de meest gevoelige en kwetsbare instrumenten van een staat. Het is per definitie een vak dat vraagt om zorgvuldigheid, discretie en bovenal om stille kracht. Wanneer geschillen tussen regering en diplomaten niet binnenskamers, maar in de openbaarheid worden uitgevochten, schaadt dat niet de betrokkenen persoonlijk, maar het aanzien van ons land.
Het resultaat van deze hele affaire is dat Suriname internationaal te kijk wordt gezet. In plaats van een coherent beleid en een sterke diplomatieke lijn, ziet de buitenwereld verdeeldheid, onrust en interne ruzies. Dat is het laatste wat een land in opbouw, dat afhankelijk is van internationale samenwerking en investeringen, zich kan permitteren.
Mijn standpunt is daarom helder: dergelijke geschillen hadden via stille diplomatie intern moeten worden beslecht. Een diplomaat kan worden aangesproken, teruggeroepen of zelfs ontslagen, maar dat hoort te gebeuren binnen de muren van de staat en niet via de voorpagina’s van de internationale pers. Alleen zo behouden wij onze waardigheid en onze geloofwaardigheid als natie.
Suriname heeft niets aan publieke vernedering en gekibbel. Wat we nodig hebben, is volwassen bestuur en diplomatie die ons land versterkt in plaats van verzwakt. Het is tijd dat wij dit inzien — en ernaar handelen.
Joan Meriam Nibte
Ondervoorzitter van de Partij voor Recht en Ontwikkeling