Delen binnenland weer onder water; commissariaat heeft geen middelen

Delen van het binnenland staan momenteel weer blank. Het water in de Tapanahonyrivier is weer behoorlijk gestegen, waardoor dorpen weer onder water zijn gelopen. Districtscommissaris (dc) van het ressort, Henk Deel, geeft in gesprek met Suriname Herald aan dat het water hem en de bewoners heeft verrast. Volgens de burgervader is het ressort Tapanahony het hardst getroffen door de extreme waterstand van de afgelopen maanden.
Ook enkele dorpen als Sambedoemi en Loeabi staan nu weer onder water. Ook het dorp Tepu is getroffen door het hoge water. De strategie is erop gericht om de weerbaarheid van de mensen onder deze steeds terugkerende situatie te vergroten. Waar het mogelijk is, wordt hulp aangeboden in de vorm van voedsel. De werkwijze is dat Nationaal Coördinatiecentrum Rampenbeheersing (NCCR) bepaalt wanneer de noodzaak er is om in te komen met hulp.
“De commissariaten hebben de middelen niet om de hulp aan te bieden aan de bewoners, die in de ondergelopen gebieden wonen. Er is ook geen geld om ernaartoe te gaan. Een vlucht ernaartoe kost meer dan SRD 50.000 en dat hebben we niet,” zegt Deel.
Hoofdkapitein, John Lesina, die deel uitmaakt van het kabinet van granman Bono Velantie, is bezorgd over de ontstane situatie in het binnenland. Hij vertelt dat de onderwijzerswoningen weer onder water staan. Lesina zegt dat de situatie wel nog niet alarmerend is om de mensen te evacueren, maar we blijven een oog in het zeil houden. Ook de school te Goninikrikimofo zat weer vol water.
“We zijn nog niet op het punt dat de mensen geëvacueerd moeten worden. De mensen in het binnenland hebben het heel moeilijk en als de kostgrondjes vernietigd worden door het water, wordt de situatie nog erger. We vragen daarom de aandacht van de regering om de mensen te helpen, want ze kunnen het zich niet permitteren.”
Lesina legt uit dat er in het binnenland voor een zak rijst tweemaal de prijs in Paramaribo wordt betaald. Als de kostgrondjes onder water staan hebben de bewoners niets te eten. “Wat zich in het binnenland afspeelt, is niet te onderschatten,” geeft de hoofdkapitein aan.
Ook de vakbondsman Jan Aviankoi, die ook bestuurslid is van Stichting 10 oktober 1760, vraagt de aandacht van de regering voor het binnenland. “Ik heb het aan de lijven ondervonden bij mijn drie weken verblijf te Polokaba. Een zak rijst van 25 kilo kost SRD 700, terwijl de mensen voor een liter soft SRD 60 moeten neertellen. Een gascilinder kost SRD 300. Dit is niet te doen vooral in deze COVID-19-situatie waarin wij nu leven,” merkt hij op.
Simone Awanna

………… (SH)

Lees verder

Bron: Suriname herald