De onwaarde van de Valutawet

De heer Abdoel geldt als boegbeeld van het faliekant mislukt wetsproduct, de Wet Controle Valutaverkeer en Transactiekantoren (Valutawet). Aan deze wet kleven behoorlijk wat manco’s. In reactie op het tamelijk emotioneel en populistisch verwoord artikel van Abdoel, zal ik zakelijk en puntsgewijs te benoemen wat er nu precies mis was met de Valutawet.

In de eerste plaats, de wijze van totstandkoming van de Valutawet. Een goed wetsproduct komt tot stand door middel van dialoog en overleg met stakeholders. Niet het wetsproduct van de heer Abdoel. Plotseling en in het holst van de nacht, onder druk van de duur van een marathonvergadering is met een substantiële nota van wijziging de Valutawet geïntroduceerd in het parlement. Goed democratisch bestuur zou zijn dat het wetsproduct ruim van tevoren ter beschikking zou zijn gesteld aan het parlement, zodat men zich kon inlezen en van advies dienen.Niet op grondslagen van goed bestuur en degelijk parlementair debat, niet op grondslagen van dialoog, samenwerking en overleg, maar op basis van machtsvertoon van Abdoel en de zijnen, en hun dictatuur van de (toenmalige) meerderheid hebben zij getracht hun falend wetsproduct op zaterdag 21 maart 2020 omstreeks 4.00 uur ’s ochtends in De Nationale Assemblée af te stempelen. 

Deze onzorgvuldige werkwijze van Abdoel en de zijnen heeft tot een onevenwichtig en onvolkomen wetsproduct geleid, en de totale chaos in de samenleving die volgde was dan ook te verwachten. Onder meer de onrealistische grondslagen van de Valutawet hebben geleid tot een volstrekte onuitvoerbaarheid. Heeft de wet gewerkt? Zijn de koersen als gevolg van de Valutawet fors gedaald? Het antwoord is op beide vragen is ‘neen’.

De kantonrechter heeft enkele maanden later geoordeeld dat delen van de Valutawet onvoldoende rechtsbescherming bieden voor de burgers, en heeft om die reden deze delen van de Valutawet ongeoorloofd verklaard. Overigens heeft de kantonrechter de Valutawet in het geheel opgeschort, omdat er allerlei procedurele manco’s kleefden aan de totstandkoming daarvan. Over een gebrek aan goed bestuur gesproken.

In de tweede plaats, de inhoud van de Valutawet. Het de facto vaststellen van een koers bij wet, die overigens toentertijd volstrekt onrealistisch was, en zonder daarin de monetaire autoriteit (i.e. de Centrale Bank van Suriname) te kennen, en zonder daarbij de principes van de vrije markt te eerbiedigen, getuigt niet van het uitgangspunt van een democratische rechtsstaat gefundeerd op principes van vrijheid, rechtszekerheid en geborgenheid. Bovendien is uit talloze voorbeelden wereldwijd gebleken dat deze vorm van planeconomie simpelweg niet werkt.

En, natuurlijk moet speculatie worden ontmoedigd. En, waar dat structureel of bedrijfsmatig plaatsvindt, zal inderdaad moeten worden opgetreden. De regering zal dan ook zodanige wetgeving moeten treffen, die noodzakelijk is om juist die doelen te bewerkstelligen. Zodat de samenleving inderdaad wordt beschermd tegen speculatieve elementen.Tegelijkertijd zullen maatregelen moeten worden genomen, die ervoor zorgen dat het deviezenverkeer weer wordt genormaliseerd. Zulke maatregelen zullen ertoe moeten leiden dat de opbrengsten van de exporten terugvloeien naar Suriname. De exportproducten komen immers voort uit Suriname, en de deviezenopbrengsten daarvan zullen dan moeten terugvloeien naar Suriname ten behoeve van het Surinaamse volk. Dát is goed, degelijk en duurzaam bestuur.Mr. Prenobe Bissessur (op persoonlijke titel) ………… (Star)


Lees verder

Bron: Starnieuws.com