Dc Hunswijk ontkent gedoogbeleid op Marowijnerivier

21/10/2020 05:50 – Gilliamo Orban

De Waterkant van Albina onder normale omstandigheden.  
PARAMARIBO – Districtscommissaris Clyde Hunswijk van Marowijne Noordoost weerspreekt beweringen over boten die personen van Albina naar Saint-Laurent-du-Maroni en terug vervoeren. Hij benadrukt dat officieel sinds midden maart de grens door het coronavirus gesloten en personenverkeer verboden is. “Ik heb niet waargenomen dat vaartuigen de oversteek doen, maar zie boten varen richting Galibi (benedenwaarts) en andere vaartuigen gaan bovenwaarts naar Mopekondre. Politieagenten en militairen controleren op de rivier”, zegt Hunswijk in gesprek met de Ware Tijd.
Het districtscommissariaat is op steenworp afstand van de aan- en afmeerplek voor passagiersboten. “Als mensen oversteken doen ze dat illegaal”, onderstreept de burgervader. Hij is niet op de hoogte van de bewering dat politieagenten en militairen smeergeld aannemen van passagiers om toch te mogen oversteken. “Dat zijn verregaande uitspraken die ik niet kan bevestigen.”
Hij heeft wel gemerkt dat bij controle mensen zijn aangehouden die trachtten de grens over te steken. De boten en buitenboordmotoren worden daarbij in beslaggenomen. “Ik heb dat twee of drie keer per week gezien.” De mensen worden dan door medewerkers van het Bureau Openbare Gezondheidszorg getest op het coronavirus en vervolgens in quarantaine geplaatst in afwachting van het resultaat.
De Franse en Surinaamse overheid moeten nog besluiten of de ongeveer vijfhonderd scholieren van Albina en omgeving die in Saint-Laurent-du-Maroni naar school gaan wel mogen reizen. “Ik heb hierover niets meer vernomen van Paramaribo. Er zijn daarover onlangs twee ouders bij me geweest, maar ik heb ze erop gewezen dat de grens gesloten is”, aldus Hunswijk.
Hij heeft begin september met een regeringsdelegatie aan de Franse kant over onder meer deze kwestie gesproken. Toen is besloten dat de grens gesloten blijft voor iedereen. De situatie zou eind september worden geëvalueerd.
Hugo den Boer woont te Albina en geeft les op school aan de Franse kant. Zijn ervaring is dat er geen sprake is van een gesloten grens, omdat de vaartuigen zoals gewoonlijk naar de Franse kant heen en terug varen. “De oversteek van de boten wordt gedoogd, omdat Albina en Saint-Laurent onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. De Fransen komen bij ons goederen kopen en de mensen van Albina en omgeving gaan daar op school en maken ook gebruik van het ziekenhuis van de Fransen.”
De controle van zowel de Franse als Surinaamse autoiriteiten is volgens hem zoek. Anderen ervaren dat anders. Zo beweert een moeder, die anoniem wil blijven, dat de mensen weten waar en wanneer er wordt gecontroleerd en wanneer de rivier vrij is.
Kinderen van deze vrouw gaan in Frans-Guyana naar school. Ze stelt dat ouders genoodzaakt zijn met hun kroost bij familie daar in te wonen. Er zijn kinderen die zonder ouders bij familie verblijven, terwijl andere scholieren van één gezin bij verschillende families moeten inwonen. Maar er zijn ook leerlingen die dagelijks heen en terug de oversteek doen.
  Tweet
 
Gerelateerde artikelen

………… (DWT)


Lees verder

Bron: De Ware Tijd Suriname