Commewijne: Schone energie of schone schijn?

Plantage Breedevoort in Suriname ligt in het district Commewijne. Het bosrijke gebied eromheen is een toeristisch juweeltje van woon- en recreatiegenot en broedplaats voor zeeschildpadden.Onlangs is aangekondigd dat het Deense bedrijf HPSG er een groot wind- en zonne-energiepark (100 megawatt) wil bouwen om een nieuwe waterstoffabriek van de benodigde energie te voorzien. Met de investering van US$ 1.2 miljard en volgens prognose ‘up and running’ in 2023, mag Suriname door deze opwekking van waterstofenergie op een grote hoeveelheid economische voordelen rekenen. Tot slot maakt een leerstoel op de Anton de Kom universiteit en een ‘science center’ het cadeaupakket compleet. Dit is een belangrijke ontwikkeling voor Suriname, die zich hiermee nadrukkelijk presenteert op de wereldkaart voor schone/duurzame energie.Om de financiële huishouding van Suriname gezond te maken zijn megaprojecten als deze hard nodig. Dit genereert groei, ontwikkeling en werkgelegenheid, met in het kielzog een spin-off van diverse extra inkomsten voor de staatskas. De opwekking van groene energie (‘off-grid’) kan ook in de toekomst op breder vlak een economische boost geven.

Het energieproject gaat Suriname niets kosten volgens de betrokken ministeries en lijkt een schoolvoorbeeld van een win-win situatie. Toch heb ik de volgende kanttekening: In een tijd waarin het Klimaatakkoord internationaal hoog op de agenda staat, komt het vreemd over dat er totaal niet wordt gerept over de effecten van deze plannen op het milieu en nabije leefomgeving van de plantage. Zijn de plannen überhaupt in lijn met de Sustainable Development Goals (duurzame ontwikkelingsdoelen) waaraan Suriname zich heeft gecommitteerd?

Naast alle voordelen die dit cruciale megaproject voor Suriname biedt, zijn er zaken die extra aandacht behoeven:Wie betaalt, bepaalt: Het lijkt bijzonder onwaarschijnlijk dat er enige vorm van gelijkwaardigheid zal kunnen bestaan tussen de investeerder en de overheid. HPSG investeert een enorm bedrag en neemt alle risico’s voor eigen rekening gedurende minstens een kwart eeuw; het motto “wie betaalt, bepaalt” is niet ondenkbaar. Daarmee is de gemelde samenwerking met HPSG een utopie.

Veiligheid: Afhankelijk van de keuze voor opslagmethode van waterstof hebben we te maken met extreme lage temperaturen (-250 graden Celsius) of extreme hogedrukken (tot 700 bar). Voor opslag en het transport daarvan over water en land geldt dat onze infrastructuur daar niet op berekend is.Dit alles brengt grote veiligheidsrisico’s met zich mee.

Realisatie: In een artikel van CFI.co van Lúcia Carvalho Andersen (januari 2020) wordt gemeld dat installatie en inbedrijfstelling van een vergelijkbaar project in 4 jaar wordt uitgevoerd. Hoe verhoudt dit zich tot de prognose van 2,5 jaar ‘up and running’ voor het Surinaamse project?

Arbeidspotentieel: Suriname heeft een tekort aan opgeleid (kader)personeel. Hoe wordt hierin voorzien? (Opleiden kost tijd!). Voor dit hightech project is gekwalificeerde/specialistische arbeidskracht nodig die uit het buitenland zal moeten worden gehaald. Surinaamse arbeiders blijven vooralsnog achter met lage lonen, zonder directe groei in ontwikkeling.

Aanbestedingsbeleid: Transparantie en openbaarheid van bestuur maakt dat ook De Nationale Assemblée bij voorbereiding en besluitvorming betrokken zou moeten worden. Enkel toetsing door een technische- en een beoordelingscommissie is in dit opzicht summier te noemen. Openbare aanbestedingsregels en wetgeving zou voor dergelijke ‘fresh capital’ megaprojecten een vereiste moeten zijn.

Omgevingseffecten: Om de benodigde energie op te wekken voorziet het plan in plaatsing van een groot aantal windmolens en enorme velden zonnepanelen. Een qua omvang vergelijkbaar windmolenpark in Nederland telt 34 windturbines. Mogelijke negatieve effecten op de omgeving (o.a. natuur, archeologie, landschap, geluid, recreatie) kunnen niet worden genegeerd en voor Commewijne zou een gedegen voorstudie dan ook noodzakelijk zijn.

Tot slot:De geheimzinnigheid en de haast waarmee nu al 3 overeenkomsten met HPSG zijn getekend heeft niets te maken met gedegen besluitvorming. Deze schimmigheid roept vragen op. Waarom is niet voor een transparante openbare aanbesteding gekozen en openheid inzake samenwerkende partners van HPSG? Mij bekruipt het gevoel dat er uitsluitend gekeken is naar de economische voordelen (hopelijk waren persoonlijke voordelen niet leidend). Het is mijns inziens ondenkbaar dat Suriname geen enkel risico loopt, zoals gesteld door de ministers.

Politiek-bestuurlijk gezien moeten we ons afvragen of we het nationale energiebeleid (deels) in handen willen leggen van een private (buitenlandse) onderneming. We moeten ervoor waken dat we niet in een ongelijkwaardige en afhankelijke positie geraken gedurende 25 jaar Power Purchase Agreements. Dit, gezien de achterstand van ons land in technologische/industriële ontwikkelingen.

Ik pleit voor een onafhankelijk deskundig advies, gericht op de milieueffecten en professioneel projectmanagement. Bestuurlijke transparantie en inspraak maakt een brede dialoog mogelijk tussen belanghebbenden en zo wordt verstandig en vanuit volwassen democratisch gedachtegoed omgegaan met zowel de kansen als de risico’s van dit ambitieuze megaproject.

T. Sansaar ………… (Star)


Lees verder

Bron: .com