COMMENTAAR: Pijnlijke naweeën

23/10/2020 12:00

 
VOOR DE TWEEDE keer in vier maanden wordt Suriname geconfronteerd met de zeer beschamende gevolgen van het desastreuze financiële beleid dat de regering-Bouterse heeft gevoerd. Opnieuw kan het land zijn internationale schulden niet betalen, met zeer waarschijnlijk een automatische default door de internationale ratingbureaus. In juli kon circa 23 miljoen US dollar niet op tafel worden gelegd en werd met kunst en vliegwerk de rente van iets meer dan elf miljoen US dollar opgebracht. Het betrof de obligatielening van 125 miljoen US dollar om de Afobakadam te kunnen overnemen.
Nu kunnen we kunnen het bedrag van ruim 26 miljoen US dollar als aflossing op de eerste Oppenheimer-obligatielening van 550 miljoen US dollar niet betalen. Het geld is er gewoon niet, iets waar Financiënminister Armand Achaibersing al bang voor was. Hij moet elke maand jongleren met de mede door de coronapandemie afgenomen staatsinkomsten en lonen van ambtenaren betalen, subsidies geven aan de instanties die nog daarvoor in aanmerking komen, terwijl er ook nog sociale uitkeringen betaald moeten worden. Daarnaast moeten nog de basisziektekostenverzekering voor een deel van de burgerij worden betaald.
“Wij zijn thans genoodzaakt het besluit te nemen om de geprojecteerde 26 miljoen US dollar aan rentelasten als gevolg van de 550 miljoen US dollar welke via Oppenheimer is geleend tegen een rente van 9,25 procent, niet te betalen. De regering heeft, na ingewonnen advies en serieuze overwegingen, dit besluit moeten nemen, en zal van de dertig dagen respijtperiode gebruikmaken, zoals voorzien in de overeenkomst, om gesprekken aan te gaan met de crediteuren om een pad uit te stippelen en te komen tot een voor allen acceptabel en rechtvaardig arrangement”, laat president Santokhi de samenleving via een persbericht weten. De ministers van Financiën en Planning en Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking hebben de zeer ondankbare taak om eind van de maand met schuldeisers om de tafel te gaan en als ordinaire bedelaars en wanbetalers om respijt van betaling te vragen.
Terwijl dit financieel drama zich afspeelt, hoeft Suriname niet te rekenen op snelle financiële injecties vanuit de internationale gemeenschap. De Nederlandse ministers Stef Blok en Sigrid Kaag hebben deze week de Tweede Kamer al laten weten dat er geen directe financiële hulp aan Suriname zal worden gegeven. Zelfs op garantiestellingen hoeft Paramaribo niet te rekenen. Hooguit komt er technische assistentie bij de besprekingen met het Internationaal Monetair Fonds en andere multilaterale financieringsinstituten. Het is maar de vraag wat het land te wachten staat wanneer in december weer forse internationale aflossingen gepleegd dienen te worden. Het traject naar herschikking en herprofilering van de grote buitenlandse schulden zal niet van een leien dakje gaan.
Er zullen zeker harde noten worden gekraakt en de herschikking zal Suriname een aardige duit kosten, naast het honorarium dat aan het Franse adviesbureau Lazard betaald zal moeten worden. Wat pijnlijk is, is dat de hoofdschuldigen, de leden van de vorige regering die het wanbeleid hebben gesanctioneerd, vrijuit gaan. Hopelijk leidt dit debacle ertoe dat de huidige regering nog meer gaat beseffen dat de tering naar de nering gezet moet worden en dat onnodige uitgaven op dit moment uit den boze zijn. Moge dit ook het zoveelste leermoment zijn voor de samenleving dat het haar plicht is om steeds goede en integere leiders te kiezen wanneer zij om de vijf jaar daartoe in de gelegenheid wordt gesteld. Met populistisch beleid dat gefinancierd werd met geleend geld zijn we als land geen stap vooruitgegaan.
  Tweet
 

………… (DWT)


Lees verder

Bron: De Ware Tijd Suriname