COLUMN: Vrienden

11/09/2021 14:00

-
GANGA

Sharda Ganga
 

Ik mag van gewaardeerde vrienden niets zeggen over de oranje das van de president, want ik moet me focussen op alle mooie dingen die hij daar voor ons regelt en alle fraais dat hij mee zal brengen. Ik ga dus niets zeggen over die oranje das die de president aan had toen hij op bezoek ging bij de prins van Oranje, die nazaat van onze kolonisator. Helemaal niets ga ik dus zeggen over hoe ik mijn hoofd schudde bij zoveel toondoofheid. Is die daskleur een halszaak, is dat het belangrijkste van zijn bezoek? Welnee, maar het is en blijft jammer dat hij zelf continu voer geeft voor hoofdschudden.

Ik denk niet dat die daskeus is ingegeven door de wens de
oranjekoning te behagen (mijn lieve hemel, het zou toch niet). Ik
zag meer een verwijzing naar zijn partij-identiteit. En mag ik dan
vanuit die interpretatie wel iets vinden van die daskeus? En die
vermoeiend belachelijke neiging van Surinaamse politici om zich
altijd en overal op de allereerste plaats te presenteren als
partijlid, zelfs als ze ons land in het buitenland
vertegenwoordigen. Als je vraagt aan ons om je te vertrouwen, geef
mij dan in elk geval het gevoel dat je mij vertegenwoordigt en niet
alleen je partijgenoten. En dat geldt voor de oranje, gele, paarse
(met name de paarsen die volgens mij deze mode hebben ingevoerd –
of vergis ik me?), groene en alle andere partijen.

Gelukkig hoef ik dus niets te zeggen over de schoonheidsfouten
van partijkleurige dassen en pochetten en kan ik na lange tijd ook
een leuk compliment uitdelen. En die is gemeend. Een pluimpje voor
de speechwriter verantwoordelijk voor de speech van de president
aan de Eerste en Tweede Kamer van Nederland. Ik heb niet naar de
toespraak zelf gekeken, dus ik kan niets zeggen over de
voordracht.

Maar hier schreef iemand die verstand heeft van schrijven. Een
leuke binnenkomer om de spanning op te wekken, helemaal volgens de
regels van public speaking (“het had niet veel gescheeld
of ik had u vandaag in het Engels moeten toespreken”). Een korte
geschiedenisles over wat wellicht de slechtste ruil ooit van
Nederland is geweest: ze ruilden met de Engelsen, New York voor
Suriname. Vervolgens een kwinkslag hier, een knipoogje daar en al
binnen de eerste minuten was de toon gezet. Hier spreekt een
vriend, temidden van vrienden.

En in alle eerlijkheid – los van dat oranjegedoe en los van al
mijn cynisme (zou Holland ook zoveel belangstelling hebben als er
geen olie en gas was gevonden? Foei Sharda, niet zo cynisch) – de
Covid-19-hulp heeft Nederland wel wat vriendschapspunten
opgeleverd. Verder was de speech er natuurlijk niet veel nieuws
voor ons, maar aangezien de gemiddelde Nederlandse
volksvertegenwoordiger zich niet echt met Suriname bezig houdt,
klonk het voor hun wellicht wel als nieuws. En ach, aan de
vaagheden van zo een soort speech kun je je geen buil vallen –
gewoon alle greatest hits op een rijtje.

Maar kijk: als het enige wat uit dit bezoek voortkomt, is dat er
nu eindelijk echt serieus werk wordt gemaakt van het agrarisch
beleid en alles wat daarmee samenhangt, zodanig dat ook de kleine,
niet partij-geconnecteerde agrarische ondernemers aan grond kunnen
komen, als de regelgeving gaat kloppen, als de incentives daar
zijn, als de visionairen en de harde werkers worden ondersteund,
ook al is het alleen maar omdat we het land gereed moeten maken om
die stikstofvluchtelingen van landbouwend en veeteelthoudend
Nederland op te vangen, ja, dan is het al heel wat. Overigens, wat
vinden we er als land van dat we als stikstofvergaarbak willen
fungeren? Ik kijk reikhalzend uit naar het rapport (en het
milieu-impactrapport) op basis waarvan de president dit genereus
aanbod heeft gedaan.

[email protected]


 
Tweet