COLUMN: Voetsoldaten

01/12/2020 14:00 – Rozengeur

Gerold Rozenblad  
Ze zaten weer eens naast elkaar tijdens het luchten van de cellen, de verdachten Amien D. en Wijendra R., medeverdachten van Aloe B. En ontspon zich het volgende gesprek. Amien: “Heb je gezien hoeveel mensen Baas zijn gaan poweren?” Wijendra heeft de beelden niet gezien. De gesmokkelde telefoon die de ronde doet heeft hem dezer dagen niet bereikt. Maar hij kan zich er wat bij voorstellen. De beelden van de ontvangst van Aloe, B. heeft hij wel gezien. Enthousiast vervolgt hij: “En nadien heeft hij, ondanks hij nog verdachte is, sterk gesproken in de assemblee man. Oten yu yere wan verdachte taki so ini a zaal?” Dat was niet de koers die Amien het gesprek op wilde laten gaan en bleef het enige tijd stil. Dan laat hij zich ontvallen: “Boi, mi bo breyti efu ten minste tien sma ben kon power unu, want uiteindelijk na opdracht fu Aloe unu voer uit.” Het blijft nu nog langer stil. Ieder bezig met zijn eigen gedachten.
Totdat Wijendra zich afvraagt wat nu hun lot zal zijn, gezien de laatste uitspraken van de advocaat van Aloe B. “Barbaman taki dat ding kan buiten proces worden afgehandeld, want na wan lousy 10.000 dalla. En Aloe heeft veel meer dan dat opgebouwd, dus na law law sani. Dalek unu vrij.” Amien ziet de zaak wat somberder in. “Efu na dati, dan unu ben vrij keba.” En redeneert hij dat als de vervolging dezelfde gedachten had, op de eerste plaats niemand opgesloten zou zijn. Wijendra laat zich niet gemakkelijk van zijn optimisme beroven. “Ma den man taki dat na wan politiek case toch? Vp zelfs wil die man niet achter de tralies. Dus mi denki taki a zaak kan seti. Je moet hoop hebben man.”
Amien durft niet te hopen. “We zijn een blok aan die man zijn been geworden. Als het om hem alleen ging, kande de man ben fini wan oplossing. Maar hoe moet onze zaak dan verder verklaard worden? We hebben alles eerlijk opgebiecht. Dan yu denki dati den man o lusu unu?” vraagt hij. “Daarom te unu doro fesi rechter, ga ik ook daar alles eerlijk vertellen. Kande mi kan kisi wan pikin korting.” Wijendra begint nu het licht te zien en wordt zowaar ook daarvan optimistisch. “W’o hebi a tori gi a man na rechter. Taigi rechter tak a man bedreig unu tak efu unu no werk mee a man bo yagi unu en dan…” Hoofdschuddend kijkt Armien hem aan. “Brada no go den sey dati. Taki gewoon fa a tori waka. Klaar!”
Het gesprek beweegt zich nu in de richting van welke straf ze moeten verwachten. Ze komen er niet uit. Rechters zijn soms grillige mensen. De eerst optimistische Wijendra begint nu te wanhopen. En wordt wraakzuchtig. “Baas, luku noh, na Aloe gi a opdracht dus als we gaan zitten moet hij langer zitten. Mi no sabi furu fu recht, maar ik weet wel dat de opdrachtgever zwaarder gestraft wordt. Dus unu no s’don so langa leki a man.” Armien die wat nuchterder is, wijst zijn comparant erop dat het verschil blijft. Ook in het gevang. “San yu denki o p’sa? Unu o go na cel. A man na ziekenboeg a man o tan, zoals alle bigi man de laatste tijd hebben gedaan. Efu unu ben vrij yu ben kan go aksi den man. Zij zien de cel niet echt. Na unu pikin man e firi a cel.” Wijendra blijft stil. Armien vervolgt: “En dan te a man o vrij, luku omeni sma o go teki a man baka. Te unu o vrij gaan we nog met moeite een job vinden, want wij zijn simpele voetsoldaten.” Het gesprek viel deze keer heel lang stil.
roziegeur@gmail.com
  Tweet
 
Gerelateerde artikelen

………… (DWT)


Lees verder

Bron: De Ware Tijd Suriname