COLUMN: Tandheeleconomie

14/09/2020 14:00 – Von Zeggen

Giwani Zeggen  
Traumatische ervaringen waren het voor mij en mijn broer. De bezoeken aan de tandarts als kleine jongens. De avonden in aanloop naar D-Day sliep ik nauwelijks. Althans, ik denk dat het zo ging. De dag van het tandartsbezoek, zat ik op school met mijn hoofd bij alles behalve bij wat de juf aan het uitleggen was. Om een uur ’s middags ging ik met het lood in mijn schoenen naar huis. Het middageten kreeg ik niet door mijn keel. In de bus op weg naar ‘hel’ hoopte ik op een godswonder, dat mij zou redden van de martelgang, waarvan ik wist dat die onvermijdelijk was.
Ik denk dat in die dagen ik ben gaan beseffen dat God niet bestaat. Hoe verklaar je het anders dat ik met mijn broer en vader naar binnen moest. Mijn broer was het eerst aan de beurt. Daar lag hij. Een tand waar een stukje van afgebroken was, zou worden hersteld. Zonder verdoving ging de ‘slager’ aan het werk. Mijn broer, oké misschien overdrijf ik, schreeuwde het uit van de pijn. En ik stond daar, als jongetje van nog geen tien jaar, in de wetenschap dat het straks mijn beurt was. Als een rat in de val. Ik kon geen kant meer op. Het geluid van de tandartsboor ging door merg en been.
Mijn vader hield ons altijd voor dat die bezoekjes aan de tandarts uit liefde waren. Hij wilde niet dat zijn zoons, zoals bij hem het geval was, op jonge leeftijd een groot deel van hun tanden zouden kwijtraken. In plaats van begrip voor zoveel vaderlijke liefde, wenste ik toen dat juist al mijn tanden zouden worden uitgetrokken. Ter vervanging zou ik een gebit nemen. Tenminste was ik dan voor altijd verlost van de bezoeken aan de tandarts en de pijn die daar onherroepelijk mee gepaard ging.
Pas later drong de les van mijn vader echt tot mij door. Als ik jonge mensen zag, die één of twee tanden misten. Als ze lachten een gapend gat. Dat wilde ik absoluut niet voor mijzelf. Als ik ze vroeg waarom ze hun tand hadden laten trekken, was of het financieel aspect een reden of de pijn van het plomberen, zoals wij dat in Suriname noemen. Een verdoving dan? Ook die naald deed pijn. Trekken was de kortste weg naar verlossing van de pijn, volgens hen. Ik wilde er geen missen. Al meer dan twintig jaren meld ik mij daarom trouw bij de tandarts.
De oorzaak van deze tandarts ‘flashback’? De ongerustheid of noem het geklaag over datgene dat ons te wachten staat. Ja, zoals door velen al voor de verkiezingen voorspeld, de komende jaren worden hard, keihard! Al helemaal als straks het onvermijdelijke gebeurt, namelijk het bijstellen van de koers van de Centrale Bank van Suriname. Daarmee verdienen we niet alleen in één klap veel minder. We moeten met dat mindere inkomen meer uitgeven, omdat alles duurder wordt. Een schier onmogelijke opgave. Alleen, er is geen andere keuze. Het is onvermijdelijk.
In dat opzicht is het een beetje als een gebit. Alleen zonder om mogelijkheid om ‘tanden’ te laten trekken. De enige optie: het gebit, dat door verwaarlozing de voorbije jaren zwaar is aangetast, te saneren. Dat betekent pijnlijke zenuwbehandelingen. Hier en daar moet de regering dan een verdoving toedienen. Als daarvoor één van de oliebronnen verkocht moet worden, dan moet dat maar. Niks doen, en de tanden blijven bleken, zoals de zeven voorgaande jaar, waardoor ze er mooi blijven uitzien, zal het rottingsproces niet stoppen. Uiteindelijk vallen ze er allemaal uit. Dan sta je daar, als Suriname, voor je vijftigste, met een mond zonder tanden.
giwani@hotmail.com
  Tweet
 
Gerelateerde artikelen

………… (DWT)


Lees verder

Bron: De Ware Tijd Suriname