Column: Racisten over racisme; in eigen braaksel rollen

Met zijn meesterwerk Wij Slaven van Suriname heeft verzetsstrijder Anton de Kom benadrukt hoe belangrijk zelfrespect is. De geschiedenis van het land moet niet door blauwe ogen worden bekeken. Hij heeft deze levensstijl in de praktijk glans gegeven en de grootste offers gebracht voor de bewustwording van land en volk. Hij was een ware nationalist en is nog steeds een voorbeeld en inspiratie voor velen. Zijn etnische afkomst doet er helemaal niet toe om vervuld te raken met trots en eerbied over zijn gedachtegoed. Hij was een dya dya Srananman en zijn levensgeschiedenis moet veel meer bezongen worden, dan het liedje van de onvolprezen Opo alleen. Suriname is een land van minderheden, waar geen enkele bevolkingsgroep overheerst. En gelukkig maar. President worden van Suriname is het voorrecht van een exponent van welke bevolkingsgroep dan ook, behalve van mensen met een dubbele nationaliteit. Na drie termijnen Ronald Venetiaan, een periode Jules Wijdenbosch, tien jaar Desi Bouterse, mocht Chan Santokhi best president worden van ons land. Hij heeft daar samen met zijn partij heel hard voor gewerkt en de oogst binnengehaald. Hij is net als al de anderen – ongeacht hun eventuele (wan)daden – op een democratische wijze gekozen tot president van de republiek. Bouterse is zelfs door de president van de Krijgsraad, Cynthia Valstein-Montnor, die hem tot 20 jaar gevangenisstraf heeft veroordeeld voor medeplegen van 15-voudig moord, met respect behandeld als staatshoofd. Zij heeft hem diverse keren functioneel ontmoet in zijn functie als president en stond voor hem op. Bouterse heeft alle respect gekregen ondanks zijn bevlekt verleden. Zelfs na twee coups en de decembermoorden, is hij tot tweemaal toe gekozen als vader des vaderlands. Santokhi heeft zijn partij opengegooid voor mensen die niet op hem lijken. In De Nationale Assemblee zijn 8 niet traditionele VHP’ers vertegenwoordigd, die niet op eigen kracht zijn binnengekomen. Het kan dat alleen uit strategische overwegingen de oranjedeuren wagenwijd zijn opengezet, maar een echte racist zou dat niet hebben kunnen verdragen. Hij zou niet doorgaan om mensen van andere etnische groepen te benoemen tot zijn adviseurs en in diverse raden van commissarissen. Wat in Nederland is gebeurd bij de Anton de Kom lezing, heeft gemaakt dat haast eenieder vol walging het wangedrag van demonstranten heeft afgekeurd. Er zijn mensen in Nederland die zijn blijven steken in het primitieve tijdperk, zelfs in een land met zoveel ontwikkelingsmogelijkheden. Ze weigeren hun blik te verruimen en hebben elke binding met Suriname verloren. Ze hebben niks begrepen van waar Anton de Kom voor stond. Het zijn ook Nederlanders van Surinaamse afkomst die zich altijd op de borst slaan dat ze Srananman zijn. De echte Srananman is verder gegaan en heeft leren samenleven met eenieder, van waar die ook kwam en ongeacht hoe die eruit ziet. In Amsterdam is overduidelijk een reden gezocht om het instituut van de president te schaden, maar de groep heeft alleen maar het eigen gore braaksel over zich heen gekregen. Een walgelijk en vulgair optreden van platvloerse mensen die zich het recht hebben ontnomen zich met Sranan te associëren en onze fraaie vlag te besmeuren. Racisten hadden het over racisme. Sranan heeft deze mensen niet nodig. Geen enkele Surinamer keurt zo een ordinair gedrag goed. Dat is ook gebleken uit de vele reacties, columns, interviews en ingezonden stukken. Srananmans wisten niet wat ze zagen en hoorden bij de Anton de Kom lezing. In Suriname zijn we wat gewoon, maar dit was onaanvaardbaar en om kotsmisselijk van te worden.Hoe misselijkmakend en laag bij de grond de mensen ook bezig waren, er moet toch lering worden getrokken uit rassensentimenten die al een jaar lang worden bespeeld. Er zijn genoeg mensen die het niet kunnen verkroppen dat Santokhi – die vroeger misschien kokosolie (zeer gezond) in zijn haar deed die niet afkomstig was uit Coronie – de eerste burger van het land is. De president moet echter oppassen dat hij met zijn benoemingsbeleid, de samenstelling van zijn delegaties, en zijn optreden, geen voedingsbodem geeft voor etnische sentimenten. Hij moet ervoor zorgen dat zijn handel en wandel en zijn optreden als vader des vaderlands, de uitstraling heeft van bromki dyari Suriname. Daden spreken meer dan woorden. Nita Ramcharan