COLUMN: Journalisten

31/10/2020 14:00 – Ganga

 
Wat was er eerst: de ‘ongemanierdheid’ van journalisten of de ‘ongemanierdheid’ van beleidsmakers, politieke functionarissen die niet transparant willen zijn?
Ook ik kan me soms ergeren aan enkele journalisten, jawel. Als ze vragen stellen die nergens op slaan, als ze hun huiswerk niet hebben gemaakt, geen achtergrondinformatie hebben gezocht, meningen en commentaren verwarren met vragen, gemakzuchtig klakkeloos neerpennen wat er wordt gebraakt, zonder enige duiding, hoewel wat er wordt gezegd klinkklare onzin is.
Waar ik het echter niet mee eens ben, zijn de spreekkoren die nu doen alsof alle journalisten nu plotseling wakker zijn geworden, na een winterslaap van tien Boutersejaren. Een voorbeeld: in tegenstelling tot wat ik mensen hoor beweren, is toch heus aan Bouterse gevraagd naar een reactie op de arrestatie van Dino, tijdens een persconferentie. Zijn antwoord was: “Dino is een grote man”, of woorden van die strekking. Geen gezeik verder mogelijk – een zeldzaam moment van helderheid.
En ja, ook ik vind sommige dingen niet kunnen, zoals ongebaad verschijnen op persconferenties. Of uitgebreid zitten kauwen. Half- of geheel onder invloed zijn van geestverruimende middelen. Ongeïnteresseerd voor je uit staren. Niet reageren op hetgeen aan de orde is. Oh, wacht, dat doen de mensen achter de tafel soms ook.
Bij de regeringspersconferentie van afgelopen woensdag vroeg een journalist aan president Santokhi wat zijn definitie van nepotisme is. Ik ga even voorbij aan wat die journalist ervoor en erna vroeg. Ik laat ook zijn toon nu buiten beschouwing, een kwestie van ademhalen, heb ik vaker gedacht. Ik zal ook maar niet meer zeggen dat het me stoort als journalisten vóór of na een vraag melden dat ‘mensen’, ‘het volk’ of wie dan ook die vraag stelde. Journalisten zijn geen doorgeefluiken – dat je die vraag stelt geeft aan dat je achter die vraag staat.
Maar goed, iemand vraagt aan de president wat zijn definitie is van nepotisme. Ik wil dat ook graag weten. Vooral omdat dit woord al sinds honderd dagen plots ontzettend aan populariteit heeft gewonnen. De president lijkt te vinden dat hij zich niet schuldig maakt aan nepotisme, een goed deel van het publiek vindt van wel. Dat is op zijn minst opmerkelijk, en mijn eerste vraag is dan inderdaad: zou dat misschien liggen aan een verschil van definitie? Kortom, ik vind het een zinnige vraag.
Ik vind het, in tegenstelling tot een brievenschrijver op Starnieuws, geen vrijpostige vraag. Waarom zou het niet netjes zijn om de president te vragen naar zijn gedachten, invulling, benadering, definiëring van een verschijnsel dat de gemoederen zo erg bezighoudt? Zodat wij misschien wat begrip zouden kunnen opbrengen en denken: ‘ahhhh, hij wist niet dat wat hij deed nepotisme is’. Maar ja, wij weten dus nog steeds niet wat de president denkt dat nepotisme is. Ik weet in elk geval dat hij ook niet weet wat gender is, of discriminatie op basis van geslacht, want hij schijnt te denken dat het helemaal snor zit voor wat betreft de benoeming van vrouwen in vergelijking met de benoeming van mannen.
Wat was er eerst: het kip of het ei? Als er weinig informatie ter beschikking is, als er geen vrije toegang is tot informatie, ja, dan krijg je opgekropte woede en frustratie. Ik kan dat bijna gaan begrijpen. Tenzij de journalisten al die tijd wel vrijelijk toegang hebben gehad tot informatie – dat ze kunnen bellen naar de diverse voorlichters, naar die batterij van communicatiediensten en hun vragen deponeren en daar zo snel mogelijk antwoord op krijgen. Dat ze wel interviews kunnen aanvragen met leden van de ministerraad, de president, andere politieke functionarissen en dat die aanvragen worden ingewilligd, op een transparante en evenredige manier.
Dat journalisten niet alleen afhankelijk zijn van die vreselijke persconferenties, waarbij doorvragen vanwege de vorm totaal onmogelijk is en je dus ook niet echt tot de kern van de zaak kan doordringen. Dat toneelstukjes op balkonnen en de voorgekauwde communiqués slechts informatieve aanzetten worden, op basis waarvan de echte journalisten hun echte werk kunnen beginnen. Doorgraven, doorvragen. Om ons te informeren, om de vinger aan de pols te houden, om de luis in de pels te zijn. Vrijpostigheid is een groot goed, niet alleen voor de journalist, maar ook voor de gezondheid van de democratie.
gangadwt@gmail.com
  Tweet
 

………… (DWT)


Lees verder

Bron: De Ware Tijd Suriname