COLUMN: Inspiratie

24/10/2020 14:00 – Ganga

 
Twintig jaar geleden bezocht ik mijn eerste Caricom Head of State meeting. Ik was tamelijk opgewonden, zenuwachtig ook, ik had grootse verwachtingen, deels ingegeven door mijn romantisch idee over ‘one Caribbean’, en de automatische verwantschap die ik voelde met mensen uit dit gebied en dit continent. Naïef, denk ik nu, maar mijn hoofd was nog vers gevuld met de schrijfsels van V.S. Naipaul en Jamaica Kincaid en Derek Walcott en CLR James en ach, al die literaire grootheden die hun eigen samenlevingen onderzochten, uiteenrafelden, bekritiseerden met liefde, en van wie de schrijfsels zoveel feesten van herkenning voor mij betekenden.
Daar zat ik dus, in de vochtige, stoffige conferentiezaal, half gedrogeerd door allergietabletten. Bharrat Jagdeo was president bij de buren, net zoals nu, zouden sommige mensen zeggen maar ja, toen was hij officieel president, laten we het daarop houden, want dezer dagen wil ik niet teveel stilstaan bij zaken onze westerburen betreffende. Anyway, de ene na de andere meneer de president, of meneer premier sprak eindeloze zinnen zonder dat je enig verschil hoorde tussen wat ze zeiden of hoe ze het zeiden. Ik keek wanhopig om me heen: Caricom, dacht ik, dat is dus eigenlijk gewoon vijftien landen net als Suriname, dus wie zal ons inspireren, wie zal ons leiden? Niet deze mannen.
Afgelopen maandag, het was heel vroeg in de ochtend, luisterde ik, bijna in tranen, naar een vijftien minuten durende toespraak van de Barbadiaanse premier Mia Mottley. Die vijftien minuten waren een masterclass in public speaking niet alleen, maar vooral in inspirerend leiderschap. Politiek leiderschap dat ontsproten is uit een diep begrip van de koloniale geschiedenis en haar effect op onze huidige psychologie, op een brede maatschappelijke en culturele oriëntatie, op een eigenzinnige kijk op de samenleving, en die vorm krijgt in een hoogsteigen persoonlijke visie op de regio. Een visie die haar oorsprong vindt in een kritische blik naar onszelf. Kortom, ik luisterde naar een inspirerende visionaire leider.
Mottley haalde alles uit de kast, en ik geef toe: misschien raakte het me des te meer, omdat ze vooral culturele iconen gebruikte als voorbeelden. Ze raakte me, omdat ze ook mij confronteerde met de neiging om te klein te denken. Want de kern van haar betoog was: waarom geloven we niet meer in onszelf, in onze eigen potentie? Kijk, kijk wat we de wereld al hebben gegeven, zo klein als we zijn! Peter Minshall, Rihanna, Bob Marley, V.S. Naipaul, CLR James, Jamaica Kincaid, Arthur Lewis en Walcott! Het was vooral de manier waarop ze het zei, die zo indrukwekkend was, de ‘flow’ van haar speech, waarin ze ontelbare kleine draadjes van kennis over de regio en onze geschiedenis aan elkaar reeg, om haar punt te maken, om ons te confronteren met onze neiging tot zelfverachting. Die zelfverachting, ik zeg het even bij, soms de neiging heeft zich te camoufleren als overdreven borstklopperij. Waarover een ander keer meer.
Wat een intellectuele armoede hebben wij toch in onze politieke leiders, besefte ik weer eens. Mensen, mannen, die in hun speeches niet verder komen dan obligaat geblaat over ontwikkeling die zij gaan brengen, ons, burgers, wegzettend als onmondige kleuters die zij moeten redden. Mensen, mannen, die ik nog nooit op enige originele gedachte heb kunnen betrappen, op een originele, eigen ontwikkelingsvisie of maatschappelijke of bestuurlijke idee, die, en nu komt het, ook inderdaad door hunzelf wordt geleefd, in de praktijk gebracht. Ze spreken wel de juiste woorden soms, over goed bestuur, en mensenrechten en democratie en zo, maar vertalen die niet naar hun daden. Hypocrisie heet dat. Ik had ook deze week veel kunnen vertellen over dysfunctionele eerste families, en toondove presidenten, maar soms heb zelfs ik een break nodig van de oranje-gele familie soap. Dus lezers: ga liever luisteren naar Mia Mottley, en huil met me mee.
gangadwt@gmail.com
  Tweet
 
Gerelateerde artikelen

………… (DWT)


Lees verder

Bron: De Ware Tijd Suriname