COLUMN: IJzer smeden wanneer het heet is

21/10/2020 14:00 – Serieus!?

Ivan Cairo  
Deze dagen is met de voorgenomen bouw van een brug over de Corantijnrivier de illegale occupatie van een deel van Surinames grondgebied door Guyana weer actueel. Hoewel opeenvolgende regeringen bespreking van dit vraagstuk niet hoog op de agenda hadden, was er wel een eenduidig standpunt: Tigri is van Suriname. Het verbaast me daarom dat Buza-minister Albert Ramdin afgelopen zaterdag niet ronduit het officiële standpunt van de regering over het Tigri-gebied durfde bekend te maken. Zijn partij, de VHP, heeft er in het verleden geen twijfel over laten bestaan dat zij dit gebied als Surinaams territoir beschouwt. Als in dat standpunt verandering is gekomen, dient de samenleving dat zo snel als mogelijk te weten.
Sinds Surinames onafhankelijkheid in 1975 waarbij het buitenlandbeleid in eigen hand kwam, is president Jules Wijdenbosch het enige staatshoofd geweest dat gedurfd heeft om daadkrachtig op te komen voor de westelijke grensclaim van het land. Door zijn ferme standpunten en wat wapengekletter wist hij Guyana aan de onderhandelingstafel te krijgen. Er hebben op verschillende neutrale plekken in de regio gespreksronden plaatsgevonden met Caricom als arbiter. De laatste bespreking vond plaats tussen de leiders zelf, president Wijdenbosch en zijn Guyanese ambtsgenoot Bharrat Jagdeo. Die onderhandelingen vonden plaats in Montego Bay, Jamaica, waarbij de Jamaicaanse premier Percival J. Patterson, als gastheer optrad en de gesprekken leidde.
President Wijdenbosch, ondersteund door minister Errol Alibux en ambassadeur Henk Illes week in het Half Moon Resort geen duimbreed van het dan geldend Surinaamse standpunt: het zeegebied waar Jagdeo exploratierechten had gegeven aan het Canadese CGX is Surinaams territoir. Op geen enkel moment is daarover tot grote ergernis van Jagdeo enige concessie gedaan. Het huilen stond de Guyanese leider aan het einde van dat overleg nader dan het lachen. Er kwam augustus 2002 een regeringswisseling en Guyana bracht het dispuut rond de zeegrens naar de internationale rechter. Het resultaat was uiteindelijk in Guyana’s voordeel, maar er is definitief duidelijkheid gekomen over de zeegrens. Het positieve voor Suriname in deze case was dat ook duidelijkheid is gekomen over de landgrens.
Tijdens het proces werd vastgesteld dat de westelijke oever van de Corantijnrivier de grenslijn aan land is, wat betekent dat de rivier over zijn volle breedte Surinaams territorium is. Het verbaasde me daarom om de Guyanese minister van Openbare Werken, afgelopen week te horen zeggen dat Suriname en Guyana nog over de jurisdictie over de rivier moeten praten. Dat is juist hét punt waarover Suriname niet meer moet praten, want daarover is al helderheid. Het enige waarover nu gesproken moet worden, is op basis van welke door Paramaribo vastgestelde regels Guyanese burgers gebruik mogen maken van de rivier. Maar het allerbelangrijkste is Tigri. Het is de hoogste tijd dat de twee buurlanden dit vraagstuk oplossen. De onzekerheid duurt al te lang en vormt een sta-in-de-weg voor hechtere relaties.
Nu er gesproken wordt over een brug tussen de twee staten is dit het meest geschikte moment om daarmee te beginnen. De regering zal daarbij alle beschikbare expertise en kennis over deze zaak moeten mobiliseren ongeacht uit welk politiek huis betrokkenen mogen komen. President Wijdenbosch heeft op dat stuk in 2000 al het voorbeeld gegeven. Wat mij betreft, wordt het Tigri-vraagstuk zo snel als mogelijk door Suriname voorgelegd aan het Internationaal Gerechtshof. Door de duidelijkheid waar de grens in het zeegebied loopt, kunnen Suriname en Guyana momenteel goede oliezaken doen. Laten we niet wachten totdat in de zuidwestelijke driehoek gigantische voorraden mineralen of andersoortige delfstoffen worden aangetoond om dan te proberen een case te maken. Het ijzer moet nu worden gesmeden. Het wordt al aardig heet en Guyana heeft de Corantijnbrug harder nodig dan Suriname.
ivancairo@yahoo.com
  Tweet
 
Gerelateerde artikelen

………… (DWT)


Lees verder

Bron: De Ware Tijd Suriname