Column: De koning en het parlementairstelsel

Op woensdag 21 oktober 2020 ging koning Willem Alexander van Nederland diep door het stof. Vijf dagen daarvoor, op vrijdag 16 oktober vertrok hij met zijn gezin naar Griekenland om in hun vakantievilla in de Peloponnesos een fijne herfstvakantie door te brengen. Op zich geen probleem. Maar een dag daarvoor had premier Mark Rutte strenge maatregelen afgekondigd om de steeds erger wordende Covid-19 situatie in Nederland te beteugelen.

Burgers werden aangeraden zoveel mogelijk thuis te blijven en zeker Nederland niet te verlaten. Dat de reis van het koninklijk gezin veel stof zou doen opwaaien was in het assertieve Nederland voorzienbaar. Brave burgers die de adviezen van de Nederlandse regering nauwgezet opvolgden vroegen zich verbaasd af wat ze – in deze situatie – met hun koning aan moesten. 

Op zaterdag 17 oktober wapperde de koninklijke standaard weer, als teken dat de koning – na één nacht – terug was in het vaderland. Vanaf het vertrek van de koning werd premier Rutte bestormd met vragen. Onder andere vroeg men hem of hij de koning niet had kunnen adviseren af te zien van deze vakantie, in deze tijd. De premier die staatsrechtelijk correct wilde blijven zei slechts te hopen dat wat hij met de koning besproken had eeuwig geheim zou blijven. Maar de oude Surinaamse wijzen zeiden reeds: Yu kan kribi yu granmama, ma yu no kan kibri en kosokoso. Want heeft de koning door zijn nadrukkelijke spijtbetuiging – zittend naast zijn vrouw Maxima – niet aangegeven dat he is the only one to blame. 

Deze publieke spijtbetuiging verraad niet alleen wie de schuldige is, maar is tevens een mokerslag tegen een fundament van het parlementairstelsel. In ieder geval tegen het adagium: The King can do no wrong. De koning is namelijk onschendbaar – volgens dit stelsel – omdat de regering c.q. de premier de verantwoordelijkheid draagt voor zijn eventuele misslagen. Het is hoogst ongebruikelijk dat de koning de volledige verantwoordelijkheid op zich neemt, zoals dat op 21 oktober gebeurde. 

Het zal mij niet verbazen wanneer ooit blijkt dat premier Rutte koning Willem Alexander had geadviseerd niet te vertrekken. Nu de koning de wind flink van voren kreeg, werd het een gewetenskwestie of hij de last op de schouders van een onschuldige premier moet laten of deze zelf moet torsen. De koning – geconfronteerd met de bekende Venetiaanse yorkasupu – koos voor de tweede optie met een staatsrechtelijke uitholling als gevolg. De eeuwenoude illusie van de zogenaamde onschendbaarheid van de koning is aan flarden gescheurd. De wereld is een illusie armer. 

Als we de pers mogen geloven is deze boetedoening van de Nederlandse koning in Thailand als een geschenk uit de hemel ontvangen. Daar protesteert een groot deel van het volk reeds maanden tegen een koning die dit jaar al meer dan 277 dagen met vakantie is en slechts 19 dagen in Thailand was. Deze meneer zet reeds jaren de bloementjes buiten in Duitsland. In Nederland schijnt de storm over de miscalculatie van de koning te zijn geluwd, maar aan hen die dromen van de Republiek Nederland is op een gouden dienblad een extra argument gepresenteerd.

Suriname telt aardig wat aanhangers van het parlementairstelsel. In mijn visie wordt onvoldoende door deze personen de verwevenheid van dit stelsel met het koninklijke onderkend. Een stelsel dat in feite de ongelijkheid van mensen bevestigd. Het lijkt mij dat deze verdedigers van het parlementairstelsel hun les moeten leren uit het recente voorval in Nederland.

Hans Breeveld
………… (Star)


Lees verder

Bron: Starnieuws.com