– Column: De harde realiteit

Inter Moengotapoe -sedert 2019 de landskampioen van Suriname- heeft zich weten te plaatsen voor de finale van het Caribisch clubkampioenschap. De ploeg uit het voormalige bauxietstadje Moengo kon het in de finale echter niet meer bolwerken tegen Cavaly uit Haïti. Ik hoor mensen roepen dat Inter goed heeft gepresteerd en dat we blij moeten zijn met dit resultaat. Ik ben een andere mening toegedaan en vond vooral het laatste optreden van de landskampioen, dramatisch. Inter heeft bij de vorige deelname aan dit toernooi ook beslag gelegd op de tweede plek. Is er toen geëvalueerd waarom het niet gelukt was de hoofdprijs in de wacht te slepen? Toen Robinhood in 2019 beslag legde op de Concacaf Caribbean Club Shield, was de Surinaamse vertegenwoordiger de enige club met een amateurstatus en had de Concacaf laten weten dat clubs uit Suriname niet meer zouden worden toegelaten mits de nationale bond (SVB) over zou gaan tot de invoering van een profcompetitie. Even zag het er naar uit alsof er inderdaad een profcompetitie zou worden opgestart, echter bleef het alleen maar bij gepraat. Nadien werd de wereld geconfronteerd met Covid-19, waardoor het voetbal langer dan een jaar stillag in Suriname. Een bekende slogan luidt: stilstand is achteruitgang. Dat is ook gebleken bij de benadering en prestatie van het team in zijn geheel. Uit vorm geraakte en in sommige gevallen ronduit dikke voetballers uit Suriname, die langer dan een jaar niet hadden gevoetbald en slechts enkele weken voor het toernooi begonnen met de voorbereiding, moesten het in de finale opnemen tegen voetballers met de juiste mindset (bewust van wat je kan bereiken). We kunnen dan zitten duimen voor onze spelers, maar de realiteit is dat amateurvoetballers die niet trainen en geen wedstrijden afwerken, het vroeg of laat zullen afleggen tegen voetballers die meerdere keren per dag trainen en beseffen wat er met voetbal bereikt kan worden. Voetballen is geen gokspel, maar een vaardigheid die je alleen maar kan verbeteren door deskundig en veel te trainen en wedstrijden te spelen. Inter Moengotapoe had zijn huiswerk moeten maken door een professionele organisatie op te zetten. Zowel op technisch als bestuurlijk vlak moest er geprofessionaliseerd worden. Laat de coaches de trainingssessies van de bondscoach bijwonen en zo van hem leren en nodig hem uit om clinics te verzorgen. Zie de bondscoach niet als een vijand, maar profiteer van wat hij in huis heeft.Iets dat me tegen de borst stuit is dat een technische staf de spelers instrueert om antivoetbal te spelen. Laat de tegenstander maar komen, probeer de aanval af te slaan en te loeren op de counter. Het was duidelijk zichtbaar dat Inter Moengotapoe met een verdedigende instelling de finale is ingegaan. Hierdoor werd de druk op de verdediging zo groot, dat het slechts een kwestie van tijd was voordat deze zou zwichten. De beste verdediging is de aanval. Door aan te vallen, houd jij de tegenstander ook af van het eigen doelgebied. Ik ben ervan overtuigd dat de sporters het kunnen, maar het is een ongelijke strijd om het als amateur op te nemen tegen professionals, dus moeten de clubs liever vandaag dan morgen professionaliseren.Na de wedstrijd hoorde ik een vertegenwoordiger van Inter Moengotapoe zeggen dat de spelers vermoeid waren, omdat ze niet gewend zijn 4 wedstrijden te spelen in een week tijd. Dit is een eeuwenoude klaagzang en bevestigt weer eens dat het ‘gat’ inderdaad te groot is. Het jammerlijke is dat de betrokken actoren van te voren wisten hoe het toernooi zou worden afgewerkt. Het zou van grootheid blijk geven als het besluit genomen was om niet deel te nemen aan het toernooi en de middelen te doneren aan ‘Natio Nieuwe-stijl’ die naarstig op zoek is naar financiën om de kans op succes in de kwalificatiereeks, te vergroten.Mijn inziens moeten (nationale) selecties slechts worden afgevaardigd als er een meer dan reële kans bestaat om het toernooi te winnen, dan alleen maar het vals optimisme van reislustige managers. Voor de deelname wordt altijd aangegeven hoe goed de selectie ervoor staat en na het toernooi is het argument steevast dat de sporters niet zoveel wedstrijden kunnen afwerken in die korte tijd. Vooral in deze economisch moeilijke situatie moeten alle inspanningen gericht zijn op de krachtmetingen van Natio. Als alle actoren (bonden, bedrijfsleven, overheid en groter publiek) de mannenvoetbalselectie ondersteunen, zal het zeker goed komen. Zo toont Suriname waardering voor de moed die de beroepsvoetballers aan de dag hebben gelegd om voor het land van hun ouders of grootouders uit te komen.Mireille Hoepel …………


Lees verder