Column: Chan, y’o set’ en?

Middels een uitgebreide persconferentie heeft regering-Santokhi verantwoording afgelegd over de afgelopen 10 maanden. Veel van wat werd gezegd, wisten we al. Ik was wel aangenaam verrast met de vergelijking die de president maakte tussen de schuldenlast en het Bruto Binnenlands Product (BBP). De schuldenlast van een land t.o.v. het BBP mag maximaal 60% bedragen. Hij zei dat zijn regering verwachtte dat tijdens regering-Bouterse de schuldenlast tot 80% zou zijn opgelopen. Deze bleek echter 180% van het BBP te bedragen. Dit soort getallen en verhoudingen zouden vaker zo handzaam moeten worden gepresenteerd.Deze regering wordt er – naar mijn oordeel – ten onrechte van beschuldigd vaak te wijzen naar de misslagen van de afgelopen 10 jaren. Wanneer de regeermacht  wordt overgenomen van een regering die zich aan wet en recht heeft gehouden, transparant is geweest dan geldt het adagium: vooruitkijken en niet steeds turen in de achteruitkijkspiegel. Maar wanneer er een regeerstijl is geëtaleerd die veel trekken vertoonde met de tactiek van de verschroeiende aarde, dan gelden er andere principes. Wanneer sommige personen die in de afgelopen 10 jaren de leiding van dit land hebben gehad aan het praten slaan, dan vraag ik me af of ik het spoor bijster ben of zij. Pas hoorde ik de ex-vicepresident Adhin zeggen dat het internationaal bekend is dat de vorige regering een reserve van US$ 527 miljoen heeft achtergelaten. Door mijn hoofd schoot de vraag waarom de deviezenreserves van particuliere spaarders toen niet met rust gelaten konden worden? Het is ons aller taak om de regering scherp te houden, maar als een regering volgens de grondwet 5 jaar de tijd heeft om haar beleid te ontvouwen dan kan men niet na 10 maanden ‘triomfantelijk’ roepen Un b’o seti en toch? Ik merk daar weinig van! Wij zullen de regeerders er wel aan moeten blijven herinneren dat het voor henzelf en voor het land beter is expertise niet slechts te zoeken bij vrienden, familie en partijgenoten. Dat de bodemschatten en andere rijkdommen van Suriname de totale bevolking ten goede moet komen. Dat men niet slechts moet constateren dat concessies aan vrienden, familie en connecties zijn gegeven. In dit verband herinner ik aan de uitspraken van de voormalige directeur van Grassalco, Sergio Akiemboto tegenover een krant, dat – na een investering van vele miljoenen – door Grassalco – grote goudvoorkomens werden vastgesteld, maar dat deze gebieden niet voor Grassalco konden worden behouden. Neen, deze concessiegebieden gingen naar bevriende particuliere ondernemers. Een volksvriendelijke regering zal er alles aan moeten doen om deze grond- en goudroof terug te draaien. Alle juridische kennis zou hierbij moeten worden gemobiliseerd om deze gebieden te onteigenen en teruggegeven aan het bedrijf zodat de opbrengsten het hele volk ten goede komt?De huidige regering heeft nog vier jaren te gaan. Voor de wijze waarop zij het bestrijden van het Covid-19 virus en de daaraan gerelateerde problematiek heeft aangepakt, verdient de regering geen prijs, zelfs geen schoonheidsprijs. De regering moet weten dat stoere taal, gekoppeld aan boterzacht handhaven vaak contraproductief werkt.Bij alle doelen die deze regering zich stelt mogen de volgende twee niet ontbreken:- Aan de totale bevolking, maar vooral aan de jonge mens moeten continu de voordelen worden voorgehouden, die de olievondsten voor onze kust voor het volk zullen brengen. Het begrip local content wordt vaak gebezigd. Laat het geen leeg omhulsel blijven voor de Surinamer, terwijl buitenlanders dit zullen invullen. Local content zal ervoor zorgen dat veel meer sectoren tot ontwikkeling zullen worden gebracht dan alleen de oliesector. Spoedig zullen wij samen moeten bepalen welke die andere sectoren zullen zijn.- Maar zeker moet deze regering zich beijveren de armoede in ons land flink terug te dringen. Het was Mahinder Jogi die recentelijk heel mooi zei dat de regering de mensen die smalle schouders hebben moet helpen brede schouders te krijgen. Laat het niet bij woorden blijven! Na 10 maanden ben ik nog steeds positief gestemd. En hoewel de VHP als slogan had W’o set’ en blijf ik trouw aan de tekst van ons volkslied: Wi mu seti kondre bun! Het blijft dus een collectieve verantwoordelijkheid. Bovendien blijf ik mij concentreren op het positieve. Ik begrijp dan ook niet waarom de minister van Volksgezondheid in de afgelopen dagen er voor koos publiekelijk meer tijd te besteden aan 3 heren dan aan de meer dan 10.000 mensen die zich in het weekend hebben laten vaccineren. Boosheid is soms een keuze!Hans Breeveld …………


Lees verder