Brunswijk: “No kon aksi mi law law sani”

Vicepresident Ronnie Brunswijk is van oordeel dat zijn kinderen ook mogen genieten van de privileges die hij heeft als vicepresident. “Indien het fout is dan is het uw probleem, het is niet mijn probleem”, zegt Brunswijk over de voorkeurbehandeling die zijn dochter Vanessa onlangs kreeg toen zij in Suriname arriveerde. “No kon aksi mi law law sani”, reageerde Brunswijk fel.
Tijdens de vandaag gehouden regeringspersconferentie waar president Chan Santokhi aanzat liet Brunswijk weten dat zijn dochter uit Nederland is gekomen en dat zij zich netjes heeft gehouden aan de COVID-19-protocollen. Ook haar thuisquarantaine is in orde gemaakt en ze is inderdaad opgehaald op Zanderij. Brunswijk vraagt zich af als zijn dochter niet opgehaald mag worden toen zij uit Nederland kwam. Hij maakt duidelijk dat een kind van de vicepresident ook mag genieten van privileges.
Er is volgens hem contact opgenomen met het ministerie van Volksgezondheid zodat ervoor gezorgd kon worden dat er wordt voldaan aan de voorschriften. Veel wilde hij niet meer over deze kwestie zeggen.
President Santokhi geeft aan dat reizen van ambtsdragers en hun gezinsleden allemaal zijn vastgelegd met protocollen van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Het ministerie van Buitenlandse Zaken is er altijd bij betrokken en kan aangeven wie limitatief aanspraak maakt op welke faciliteiten.
De dochter van Brunswijk heeft een video gemaakt en gedeeld op Facebook hoe zij is aangekomen, ontvangen, behandeld en is begeleid op Zanderij. Tijdens de persconferentie heeft Brunswijk duidelijk gemaakt dat hij slechts antwoord wens te geven op zaken van de regering.
Zo wilde hij geen commentaar leveren op een vraag van een journalist als hij onlangs met geld strooide voor de Volkscredietbank (VCB). “Als ik hier kom voor een persconferentie dan no wang mang nom kom aksi mi law law sani”, zegt hij. Brunswijk is van oordeel dat men niet moet speculeren als men hem niet persoonlijk geld heeft zien strooien.
Vishmohanie Thomas

………… (SH)

Lees verder

Bron: Suriname herald