Bouterse verontschuldigt zich, heeft een denkfout gemaakt door eerder niet te verschijnen

GFC NIEUWS- “Ik sta vandaag in persoon voor Uw Krijgsraad, omdat ik nu besef, dat in strijd met hetgeen ik altijd gedacht heb nl. dat door aanwezigheid van mijn raadsman tijdens het proces ik geacht werd aanwezig te zijn, een denkfout is geweest. Mijn verontschuldigingen daarvoor.”
Zo begon ex-legerleider en hoofdverdachte in de 8-decembermoorden, Desi Bouterse, vanmorgen zijn verklaring op de zitting van de Krijgsraad.
Bouterse moest aangeven waarom hij in verzet ging tegen het vonnis van 20 jaar dat tegen hem in december 2019 werd uitgesproken.
Hieronder de verklaring van Bouterse in extenso
“Mevrouw de President en leden van de Krijgsraad,
Ingevolge het Wetboek van Strafvordering betreffende het verzet ter zake, het vonnis dat tegen mij in het 8 december strafproces is uitgesproken en de wens van Uw Krijgsraad dat er mijnerzijds een verklaring wordt afgelegd, wens ik U het volgende voor te houden. Ik sta vandaag in persoon voor Uw Krijgsraad, omdat ik nu besef, dat in strijd met hetgeen ik altijd gedacht heb nl. dat door aanwezigheid van mijn raadsman tijdens het proces ik geacht werd aanwezig te zijn, een denkfout is geweest. Mijn verontschuldigingen daarvoor. In het hiernavolgende zal ik in grote lijnen duidelijk maken waarom het noodzakelijk is dat ik in verzet ben gekomen tegen onderhavig vonnis.
Allereerst wens ik te stellen dat ik mij jarenlang dienstbaar heb gemaakt voor onze natie, mede als militair zijnde, met de inzet zo nodig van mijn eigen leven. Ik ben mij er steeds bewust van geweest dat in dit kader goede resultaten zullen worden bereikt, maar dat niet zou kunnen worden uitgesloten dat daarbij ook fouten zouden kunnen worden gemaakt. Een beschouwing ter zake moet echter binnen een andere context geschieden. Dit streven, om onze natie in positieve zin te hervormen, is mij nimmer in dank afgenomen.
President en Leden van de Krijgsraad, ik heb gemeend om, nadat ik nog bij de rechter-commissaris aan het gerechtelijk vooronderzoek mijn bijdrage had geleverd, in persoon, en door vertegenwoordiging van mij door mijn raadsman, verder aan het proces deel te nemen. Dit in de verwachting dat dit een rechtvaardig oordeel mogelijk zal maken.
Mevrouw de President en leden van de Krijgsraad, ik zal hierbij heel beslist niet ingaan op de kwestie of Uw vonnis al dan niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn is gepresenteerd. U zult daar, met het voortschrijden van de jaren, waarschijnlijk zelf een correct antwoord op vinden. U vergeve mij als de woorden van mijn volgende analyse wat hard en onvriendelijk lijken; dat laatste is zeker niet mijn bedoeling. Ik wil slechts elke onduidelijkheid en elk misverstand voorkomen.
1. Als ten aanzien van de zeer traumatische, droevige gebeurtenissen van december 1982 kennelijk twee opvattingen tegenover elkaar staan, t.w.:
a. zoals onder meer de nabestaanden beweren, dat volkomen onschuldige mensen zomaar een nacht door bloeddorstige militairen voor machtsbehoud zijn opgepakt en vermoord, of
b. dat het erom ging om een gevaarlijke militaire invasie van de voormalige kolonisator af te slaan dan wel te voorkomen, zoals is gesteld door het toenmalige Militaire Gezag. Het lijkt dan logisch dat voor een onbevooroordeelde, objectieve procesvoering, het gerechtelijk vooronderzoek niet alleen moest worden gericht op de mensen, die al jaren voor de aanvang van het proces, in de massieve beïnvloedingscampagne vanwege de voormalige kolonisator, als moordenaars zijn gebrandmerkt. Dit onderzoek moest zeker ook de mensen en instanties aan de andere zijde betreffen, onder meer de nabestaanden en vrienden van de mensen die omgekomen zijn. Eveneens kan gesteld worden dat gelet op de complexiteit en de gebeurtenissen tijdens het afgelopen proces er helaas nooit aan waarheidsvinding is gedaan.
In dezelfde context kan worden gewezen op Uw volkomen negering van andere voor de gearresteerden belastende situaties, zoals de zeer intensieve communicatie bij dag en bij nacht, met Nederlandse en andere buitenlandse diplomatieke instanties in ons land, in de aanloop naar het moment van de beoogde invasie. Zo ook uitlatingen, die sommige van die instanties ook tegenover de getuige Fred Derby en Surinaamse regeringsfunctionarissen (o.a. onze toenmalige Minister van Buitenlandse Zaken) zouden hebben gedaan.
De getuige Derby heeft zich trouwens publiekelijk zeer verontrust getoond over de plannen van de actievoerenden en de buitenlandse diplomaten, waartoe hij was uitgenodigd: hij heeft gezegd niet mee te willen doen in een toneelstuk waarvan hij het script niet helemaal kende. De rechter-commissaris had hem daar zeker iets over kunnen vragen. Hetgeen is nagelaten! Bovendien heeft Uw Krijgsraad ook nagelaten dit mee te nemen in Uw beoordeling!
Hetzelfde kan worden gesteld ten aanzien van de getuigenis van Peter van Haperen, wellicht de belangrijkste getuige binnen deze context. Deze getuigenis is door Uw Krijgsraad niet eens aan de orde gesteld teneinde die, indien zo gewild, met steekhoudende argumenten, als ondeugdelijk te … ………… (GFC)

Lees verder

Bron: GFC Suriname