Beschrijving Anton de Kom-lezing en het gevoel dat ik eraan heb overgehouden

13/09/2021 18:45


 

AMSTERDAM –
Ananta Khemradj (31), Surinaamse documentairemaakster en woonachtig in Nederland, begaf zich zaterdag goedgeluimd naar de Anton de Komlezing die president Santokhi in Amsterdam zou houden. Ze keek uit naar het Surinaamse ‘familiegevoel’. Maar haat en afwijzing vielen haar ten deel.

Tekst Ananta Khemradj

Het is donderdagavond als ik word gebeld door mevrouw Lilian
Gonçalves met de vraag of ik morgen samen met haar naar de Anton de
Kom-lezing wil gaan. Natuurlijk wil ik dat en ik ben blij dat ze
mij vraagt. Ik bewonder mevrouw Gonçalves al jaren en heb veel
respect voor haar. Terwijl ik de volgende dag in de trein zit
richting Amsterdam voel ik hoe mijn gedachten afdwalen naar
Suriname. Het mooiste plekje op aarde met de mooiste mensen. Nog
een paar dagen en dan vertrek ik naar het land dat ik als mijn
thuis beschouw. “I’m going home”, zeg ik zachtjes tegen mezelf in
de trein met een glimlach op mijn gezicht.

Geen glimlach

In Amsterdam aangekomen pak ik de tram om bij het Koninklijk
Instituut voor de Tropen te komen waar de lezing gehouden zal
worden. Ik ben nog niet lang uitgestapt en ik zie een groepje
Afro-Surinaamse vrouwen mijn kant op komen lopen. Ik glimlach naar
ze, want het voelt als familie als je andere Surinamers op straat
tegen komt. Ik krijg geen glimlach terug. Integendeel zie ik ze
boos naar me kijken. Terwijl we elkaar passeren zegt één tegen me:
“Betre yu no boks anga mi, mo brok ie bek.”(beter bots je niet
tegen me, want ik breek je bek). Ehm wat?? Verbouwereerd loop ik
snel verder. Ik moet namelijk op tijd aankomen. Mevrouw Gonçalves
wacht op me.

Tijdens mijn verwarring komt oud-D66 minister Roger van Boxtel
naast me lopen. Hij is ook onderweg naar de lezing en ziet dat ik
aangedaan ben. Ik kan geen woorden vinden om een gesprek aan te
knopen en probeer te bevatten wat zojuist gebeurd is. We komen
samen aan en ik zie daar een grote groep demonstranten. Ik krijg
dingen als “kaowlo koelie” naar me toe geslingerd en ik voel me
voor het eerst zo ontzettend uitgesloten. Terwijl ik door loop
worden er nog meer hatelijke dingen geroepen.

Verdoofd

Ik voel me verdoofd en het geluid wordt heel stil. Het voelt
alsof mijn oren suizen en ik kan het niet opbrengen om naar binnen
te gaan. Ik voel hoe mijn lichaam zich omdraait en naar de
demonstranten getrokken wordt. Ik wil deze mensen, mijn
mede-Surinamers, mijn familie, mijn thuis in de ogen aankijken.
Beseffen ze wel hoeveel pijn ze veroorzaken?

Terwijl ik alleen de grote groep demonstranten benader, hoor ik
ze alleen nog maar heftiger op mij reageren. Ik zie in een hoek een
groepje creoolse vrouwen zitten en zie de haat in hun ogen. Ik wil
ze vragen waarom ze dit doen en wat ik in hun ogen gedaan heb om
zoveel hatelijke dingen te moeten horen. Ik vind de woorden echter
niet en begin te huilen als ik daar aankom.

Ik hoor één van de vrouwen roepen: “Stoppen jullie ze huilt!” en
ze komen naar het hek om mij te troosten. Hun armen reiken door de
tralies en één van ze zegt: “Ik vind het erg dat er een tralie
tussen ons in staat. De pijn die je nu voelt, voelen wij ook.” Het
is een kort moment van verbinding en ik voel inderdaad de pijn,
maar ik begrijp het niet. Er komt een journalist bijstaan die
vraagt: “Mevrouw waarom huilt u?” Ik kan geen woorden vinden en
loop snel terug naar binnen.

Ik heb niet eens door dat ik in de deuropening sta met in mijn
ogen de mooiste minister, Kasja Ollongren, op wie ik volgens mij
stiekem een crush heb. Nee, op dat moment ben ik zo ontdaan en
verbaasd over wat zich zojuist heeft afgespeeld, dat het me even
niets doet om deze belangrijke kopstukken tegen te komen.

Deze harde afwijzing van je eigen mensen is de meest pijnlijke
ervaring, maar ik heb ook de verbinding gevoeld vanuit de pijn

Diepere laag

Ik loop de zaal in en ik hoop andere Surinamers te vinden die
net zo verbaasd en ontdaan zijn als ik, maar de meeste gasten weten
dat beter te verbergen dan ik. De tranen staan me nog in de ogen,
terwijl ik op zoek ga naar mevrouw Gonçalves of een ander vertrouwd
gezicht. Gelukkig vind ik die, maar het lukt die avond niet meer om
mezelf te herpakken. De pijnlijke woorden blijven zich herhalen in
mijn hoofd en de lezing van president Santokhi glijdt over mij
heen. Ik wacht op het moment dat er wordt ingegaan op wat zich
buiten …