Benoemingen rvc’s: hoe kan het beter?

Als jurist afkomstig uit Suriname heb ik de afgelopen verkiezingen nauwlettend gade geslagen met de hoop op de vele beloofde veranderingen op bestuurlijk gebied in Suriname. De nieuwsberichten over de controversiële benoemingen van de rvc- leden gaan mijn aandacht niet voorbij. Het is bedroevend om steeds te moeten vaststellen, dat zaken niet gaan zoals ze zouden moeten gaan bij de invulling van rvc’s bij o.a. Staatsolie, EBS, Telesur en SLM.

Als jurist wil ik enkele markante kanttekeningen plaatsen over de oorzaak van de scheve schaats die gereden wordt bij de benoemingen en dat is: het ontbreken van een wettelijke grondslag van Corporate Governance inzake overheids- en overheidsgelieëerde ondernemingen.

De grote (denk)fout die politieke gezagdragers maken, is dat een overheidsonderneming als een departement van een ministerie wordt gezien en daardoor moet de “politiek” aanwezig zijn in de beleids- en besluitvorming van zo’n overheidsonderneming. Deze instelling is onjuist en zit helaas ingeburgerd in de Surinaamse politieke cultuur, wat wederom te zien is bij de huidige wisseling van de regeermacht.

In een overheidsonderneming zijn er 3 organen: de aandeelhouder(s), de rvc en de directie. Tussen elk der organen is er een strikte functiescheiding dat de directie belast is met het dagelijkse bestuur, de rvc belast is met de toezicht op de directie en de aandeelhouder dient het raamwerk van het beleid uit te stippelen. De directie en de rvc dienen verantwoording af te leggen aan de aandeelhouder over het gevoerde beleid. Hierdoor is er sprake van een evenwichtige verdeling van invloed tussen het bestuur, de rvc en de aandeelhouder. Dit heet check and balances.

In de praktijk blijkt dat de aandeelhouder (de Staat Suriname) op de stoel gaat zitten van de rvc en de directie. Hierdoor wordt de feitelijke instructiemacht aan de aandeelhouder gegeven waardoor de politieke bemoeienissen zichtbaar zijn via de rvc tot naar de directie.

In Curaçao werd ongeveer 10 jaar geleden, waar dezelfde politieke cultuurelementen in overheidsondernemingen zich diepgeworteld hadden, aangepast overeenkomstig de Organization for Economic Corporation and Development (OECD). De bedoeling van de aangepaste wetgeving op Curaçao is het “de-politiseren” van zoveel mogelijke invloeden of bemoeienissen van de politiek in overheidsentiteiten.

Naast regels en wetten, wordt de roep naar morele normen en waarden van bestuurders, toezichthouders en aandeelhouders groter. Morele waarden zoals integriteit, deskundigheid en transparantie van bestuur werden in de jaren daarna opgenomen in de standaardeisen die gesteld werden aan bestuurders. De wet Code CG geeft richtlijnen voor politieke gezagdragers inzake tegenstrijdige belangen. Volgens de Code mogen politieke gezagdragers geen zitting hebben in de rvc en mogen zij evenmin zitting hebben in de directie.

Wat zien wij nu gebeuren in Suriname? Dit is precies de herhaling van wat zich afspeelt bij de oude politiekvoering.De benoeming van de rvc-leden dient conform de statuten te geschieden en dat is volgens de CG-regels door de minister die de aandeelhouder (de Staat Suriname) vertegenwoordigt, en niet door de vicepresident.

Op Curaçao dient de aandeelhouder (lees de minister) eerst advies te vragen aan een onafhankelijk instituut Stichting Bureau Toezicht en Normering Overheidsentiteiten (SBTNO) over de benoeming en ontslag van de rvc-leden en bestuursleden, en tevens de besluitvorming t.a.v dividendbeleid, verkrijgen of vervreemden van aandelen. De SBTNO toetst conform de wet CG de geselecteerde rvc- en directieleden, en geeft een negatief of positief advies uit aan de minister (lees de Staat). Deze motivering dient op een transparante wijze bekend gemaakt te worden via de website van de SBTNO en is voor eenieder toegankelijk.

Wij zien nu dat de benoeming niet conform enige standaard richtlijnen of wettelijke bepaling gebeurt, maar juist willekeurig geschiedt. Krachtens de Code CG is het verboden dat gezagdragers nevenfuncties bekleden in overheidsentiteiten (kwestie Reshma Mangre die de functie van parlementariër bekleedt). Onder sociale druk heeft  Mangre dan ook voor deze functie moeten bedanken. Ook de benoeming van Andy Rusland is controversieel en zou moeten plaatsvinden o.b.v. o.a. deskundigheid en integriteitsnormen. Indien er volgens een bestaande wet gehandeld zou worden, had dit voorval nimmer plaatsgevonden. Viren Ajodhia heeft uit morele overwegingen (en ook vanuit CG beginselen) voor de eer als rvc-lid bedankt, wegens de hoofdelijke aansprakelijkheid van een rvc-lid wat ook wettelijk is opgenomen.

Ik heb getracht in het kort deze materie aan te kaarten en geconcludeerd kan worden dat Suriname steeds weer de verkeerde weg bewandelt en dit het volk teveel wordt qua onbehoorlijk bestuur. Dit noopt dan ook tot het implementeren van wet- en regelgeving en het instellen van een onafhankelijk advies orgaan teneinde de besluitvorming bij overheidsondernemingen op objectievere wijze en transparanter naar het volk toe, te laten geschieden.Mr. drs. Jasmine Joemmanbaks ………… (Star)


Lees verder

Bron: Starnieuws.com