Asabina: Regering heeft de meetlat te hoog gelegd

BEP-fractieleider Ronny Asabina vraagt zich af of de regering de meetlat niet te hoog had gelegd, als hij kijkt naar diverse crises in het land. Hij constateert dat na 10 maanden beleid een grote wanverhouding is tussen de intenties en plannen enerzijds en de realisatie en bijbehorende meetbare indicatoren anderzijds. “Wij stellen vast dat mede door ondoordacht en onvoorspelbaar coronabeleid en niet te vergeten mismanagement op vele gebieden de bedrijvigheid, waaronder de productie en productiviteit onder druk is komen te staan,” zei Asabina bij de Algemene Politieke Beschouwingen die dinsdag worden voortgezet. Dan komt de regering aan het woord.  De volksvertegenwoordiger merkte op dat het volk gebukt gaat onder de sociaal-economische situatie, vooral de haast onbetaalbare prijzen van basisbehoeften. Vooral de sociaal zwakkeren, laag opgeleiden, eenoudergezinnen, alleenstaanden, jongvolwassenen, jonge gezinnen, maar een andere essentiële groep is de middenklasse. De middenklasse als de kurk waarop elke gezonde economie drijft, is nagenoeg komen weg te vallen. “Kortom, de armoede en de crisis grijpen om zich heen en nemen nog steeds toe en is dus niet beheersbaar. Alle mooie woorden en beloften ten spijt.” Door de unificatie van de wisselkoers is de SRD met ruim 175% gedaald, stelde Asabina. In 9 maanden tijd is de munteenheid tot 3 maal toe formeel in waarde naar beneden bijgesteld, met grote sprongen. Aan de ene kant worden verlichtende maatregelen aangekondigd, maar de lastenverzwarende maatregelen op basis van de gang naar het IMF zijn in aantocht, waarbij subsidies worden afgebouwd op onder andere water, elektra en gas. “De regering spreekt van het voeren van een prudent beleid, hetgeen gemaakt heeft dat haar cashflow is gaan toenemen. De naakte waarheid is dat de verbeterde financiële armslag niet het resultaat is van productie of productiviteitsverhoging. De meeropbrengsten hebben te maken het feit dat de samenleving meer is gaan inleveren of beter gezegd, omdat er een beroep is gedaan op het incasseringsvermogen van het volk. Derhalve getuigd het van goed fatsoen aan te geven dat alle roem, eer en lof primair het Surinaamse volk toekomt. De regering heeft hooguit gedurfd en het risico genomen om het mes erin te zetten, maar de offers heeft en brengt het volk nog steeds. Overigens is het consumentenvertrouwen niet toegenomen en noch minder het ondernemersvertrouwen, want ook de reële productie is niet vooruit gegaan,” voerde Asabina aan. De BEP-fractieleider belichtte diverse onderwerpen, waaronder ook het benoemingsbeleid waarbij ‘family & friends’ worden geaccommodeerd. Wat het onderwijs betreft, merkte hij op dat het schooljaar afgesloten wordt, zonder dat de leerlingen, scholieren en studenten in de gelegenheid zijn gesteld de leerstof genoegzaam tot zich te nemen. Afstand en online onderwijs zijn mislukt. “Kortom het schooljaar is in feite verloren, want de nodige kennis is niet in voldoende mate bijgebracht. Alle mooie woorden tijd spijt, dat is de naakte waarheid. Tijdens meerdere gelegenheden is heel veel kritiek geleverd op de wijze waarop en de mate waarin vorm en inhoud wordt gegeven aan het onderwijs, het beleid en het proces”, stelde de politicus. De regering riep hij op om te komen tot een breed gedragen en duurzaam onderwijspolitiek, voorafgaand aan een onderwijsdebat in het parlement, een besluit dat een regeerperiode overstijgend moet zijn.Asabina onderkende dat de regering onder zware druk staat omdat er immense uitdagingen zijn over het verlenen van toegang tot en het beschikbaar stellen of garanderen van essentiële en basisbehoeften, rechten, faciliteiten en voorzieningen als gezonde huisvesting, voedselzekerheid, werkgelegenheid, veiligheid, gezondheid, morele waarden en normen, gelijkheid, waaronder sociale rechtvaardigheid en niet te vergeten een gezond ondernemersklimaat. “Kortom is er dringende nood en behoefte aan bescherming en steun. Echter vrezen wij voor overdadig optimisme bij het kabinet, vanuit het besef dat hervorming niet begint met grote woorden maar met kleine daden. In dit kader verschillen wij met de president van mening, die aangeeft dat de financiële huishouding van de Staat onder controle is, dat 80% van de maatregelen en doelen in de urgentie fase is gerealiseerd. De balans opmakend zijn wij de mening toegedaan dat de verwachtingen, niet realistisch en dus niet realiseerbaar zijn in 2021.” …………


Lees verder