‘Alles doen om krapé te beschermen’

18/04/2021 18:00

-


 

GALIBI –
De situatie voor de zeeschildpad is bijna uitzichtloos. Terwijl milieuactivisten er veel aan doen om de legstranden en daarmee de nesten van de krapé te beschermen, lijkt het voor stropers van eieren de normaalste zaak om hun ‘business’ voort te zetten. Het al geruime tijd in verval geraakte natuurreservaat Babunsanti is regelmatig het jachtveld van deze rovers.

Dat er snel een oplossing moet komen voor dit ‘ingewikkeld’
vraagstuk behoeft geen betoog. De vraag die nog beantwoord moet
worden is hoe dat moet gebeuren. Kenneth Cyrus, directeur van
Stichting Natuurbehoud Suriname (Stinasu) waaronder dit gebied
valt, en Erlan Sleur van milieuorganisatie Probios nemen alvast het
voortouw. Hoewel hun organisaties geen geld hebben zullen ze de
komende maanden er alles aan doen om het natuurreservaat op te
knappen. Met deze stap hopen ze de stropers bij de legstranden weg
te houden.

Enthousiasme getemperd

Het is iets over vijf uur woensdagochtend wanneer een team van
natuurliefhebbers de laatste afspraken maakt bij zijn
verzamelplaats Gow2 nabij de rotonde van de Jules Wijdenboschbrug.
Vrijwel iedereen uit de groep gaat na bijkans een jaar weer naar
het natuurreservaat Babunsanti te Galibi. Cyrus staat aan het hoofd
van de delegatie. Hij wordt ondersteund door onder meer Sleur en
medewerkers van Stinasu. In het Inheemsen dorpje Tapuku te Albina
staat bootsman Wijnberg Toku klaar om de groep verder te brengen
naar de uiteindelijke bestemming. Het wordt een reis van ongeveer
twee uren op de Marowijnerivier. Op sommige momenten is het water
nogal onstuimig. Maar door het verlangen om de eens zo populaire
plek waar jaarlijks honderden zeeschildpadden vanuit de zee hun
eieren komen leggen te zien, schijnt dat (onstuimig water) weinig
indruk op de mensen te maken.

Het enthousiasme en de mooie verwachtingen van de groep worden
meteen na voet aan wal te hebben gezet de grond ingeboord. Wat ze
zien is duidelijk teleurstellend en niet wat ze hadden verwacht.
“Wat? Dit is gewoon erg” reageren de bezoekers. Hun blikken zijn
veelzeggend. De Waranalodge waar toeristen werden opgevangen in de
bloeiperiode van Babunsanti staat op instorten. Ook de andere
gebouwen zoals het onderzoekscentrum waar met name buitenlanders en
studenten onderzoek deden naar schilpadden staat er zwaar
verwaarloosd bij. “Ik denk dat we helemaal opnieuw gaan moeten
beginnen” zegt de directeur terwijl hij vol ongeloof rond
kijkt.

Vleermuizen

Wanneer de deur van de Waranalodge wordt opengestoten blijkt dat
nieuwe eigenaren – tientallen vleermuizen – bezit van het huis
hebben genomen. Toku die naast bootsman touroperator is in het
gebied vertelt aan de redactie dat hij als aannemer het gebouw in
het jaar 2000 heeft neergezet. Hij herinnert zich dat het
natuurreservaat vanaf dat moment tot en met 2010 glorietijden heeft
meegemaakt. “We brachten grote groepen mensen hier. Vooral
buitenlandse toeristen.” Vanaf 2010 is het met de plek echter
steeds bergafwaarts gegaan. Wat de reden is voor de achteruitgang
weet hij niet precies maar als man van het gebied onderstreept hij
dat er al lang vóór de Covid-19-pandemie de trek van mensen naar
deze plek was afgenomen. Het verschil is volgens hem wel dat sinds
de uitbraak van het nieuwe corona virus geen kip daar nog komt,
behalve stropers van schildpadeieren. Zij kunnen hierdoor
ongestoord de krapéeieren stelen.

Voor Cyrus is praten over de oorzaak die heeft geleid tot het
verval van Babunsanti het raken van een gevoelige snaar en daarom
zwijgt hij er liever over. “Ik ga daarop geen antwoord geven. Elk
antwoord zou een klap in het gezicht van mijn voorgangers zijn en
dat doe ik niet. Ik beoordeel wat ik nu zie en dat is dat het
complex zwaar verwaarloosd is. Ik bekijk dus wat we nu eraan kunnen
doen om zo snel als mogelijk de plek nieuw leven in te blazen”,
onderstreept de directeur.

Weinig beleidsinzichten

Sleur stelt zich totaal anders op. Hij durft wel een schuldige
aan te wijzen voor de slechte staat waarin het complex zich
bevindt. Volgens hem heeft gebrek aan beleidsinzicht voor
eco-toerisme bij de overheid geleid tot achteruitgang van
verschillende natuurreservaten in het land. “Als ik kijk naar wat
het ministerie van Ruimtelijke ordening, Grond en Bosbeheer, dat nu
Grondbeheer en Bosbeleid heet heeft gepresteerd in de afgelopen
jaren dan merk ik dat juist de afdelingen die moeten zorgen voor de
bescherming van deze gebieden als een soort stiefkind worden
behandeld”, zegt de milieu activist. Hij doelt daarmee op ’s Lands
Bosbeheer en Natuurbeheer.

Daarnaast hebben de mensen die vanaf 2006 de leiding hadden bij
Stinasu er een potje van gemaakt. Vooral het opdoeken van de
afdelingen Educatie en Research die volgens Sleur belangrijke
pilaren waren van de stichting zijn fataal geweest voor Stinasu.
“De stichting is in 1969 opgericht speciaal voor de bevordering van
natuurtoerisme, -onderzoek … ………… (DWT)


Lees verder

Bron: De Ware Tijd Suriname