Advocaat Raoul Lobo vraagt OM niet-ontvankelijk te verklaren in oplichtingszaak

Advocaat Raoul Lobo heeft direct na de voordracht van de zaak van Sahani S. een preliminair verweer gevoerd en rechter Elgin gevraagd om het Openbaar Ministerie (OM) niet-ontvankelijk te verklaren op grond van het gelijkheidsbeginsel en het verbod op willekeur. Lobo voerde onder andere aan dat zijn cliënt Sahani de naam van officier Garib heeft genoemd, die zou hebben meegewerkt aan het verkrijgen van een vuurwapenvergunning tegen betaling.
Hij vond het merkwaardig dat het OM direct een beperking instelde toen zijn cliënt in verzekering werd gesteld en de naam van haar advocaat (Lobo) noemde. Lobo vroeg zich af waarom er in zo’n kleine zaak een beperking werd opgelegd. Was dat omdat er een officier betrokken is? Of om zijn cliënt door het Justitieel Interventie Team (JIT) te laten bewerken, zodat er aan damage control kon worden gedaan?
Het OM zou tijdens de eerste behandeling van het verzoek om Sahani in vrijheid te stellen, hebben aangegeven dat de beperking juist was ingesteld om haar te beschermen. De advocaat vond dit geen gegronde reden, omdat de wet duidelijk aangeeft wanneer een beperking mag worden opgelegd. Bovendien bood de beperking zijn cliënt geen enkele bescherming tegen beïnvloeding door officier Garib.
Immers, tegen Garib was er geen enkele beperking opgelegd, waardoor de mogelijkheid bleef bestaan dat zijn cliënt werd beïnvloed, hetzij rechtstreeks, hetzij via omwegen. Zijn cliënt had juist een advocaat nodig, omdat zij zich in “het hol van de leeuw” bevond en beschermd diende te worden tegen Garib. Daarom had de advocaat nooit de toegang mogen worden geweigerd. Deze ‘logica’ begreep Lobo niet, en het OM ontkende dit standpunt niet.
Reden verwijzing JITDaarnaast stelde de advocaat dat het OM aangaf dat de zaak per toeval naar het JIT was verwezen, omdat er problemen waren op de desbetreffende politiebureaupost. Lobo vroeg zich af of er ook op nabijgelegen politiebureaus problemen waren met de hulpofficier.
Overigens zou het JIT in aanwezigheid van de advocaat hebben aangegeven dat de zaak bij hen terecht was gekomen vanwege de gevoeligheid ervan. De advocaat vond het bovendien opvallend dat de in opspraak geraakte officier geen pas op de plaats maakte totdat zijn betrokkenheid was opgehelderd, aangezien dit doorgaans in geciviliseerde landen wordt gedaan. Uit het strafdossier zou blijken dat de mogelijke betrokkenheid van officier Garib niet licht moest worden opgevat.
Lobo kon niet begrijpen waarom tijdens een confrontatie tussen zijn cliënt Sahani en officier Garib een hoofdofficier aanwezig was, terwijl Garib niet als verdachte was aangemerkt. Alleen een verdachte heeft recht op rechtsbijstand en niet een getuige. De advocaat vroeg zich af of het OM een vinger aan de pols wilde houden of Garib wilde ondersteunen tegen de verdachte, omdat zij zijn naam had genoemd.
Verklaring getuigenEr zouden getuigen zijn die de naam van officier Garib hebben genoemd. Tijdens de behandeling bij het Hof over de opheffing van de voorlopige hechtenis van Sahani S. zou de waarnemend procureur-generaal (wnd. PG) hebben aangegeven dat er een onderzoek loopt tegen officier Garib. De advocaat merkte daar echter niets van, aangezien deze officier nog steeds normaal in functie was.
Schending van een goede procesorde en verbod op willekeurDe advocaat stelde dat het een flagrante schending is van de beginselen van een goede procesorde en het verbod op willekeur dat verschillende personen geld aan Sahani zouden hebben betaald voor het verkrijgen van een vuurwapenvergunning, maar zelf niet zijn opgesloten.
Verder stelde Lobo dat zijn cliënt geen eerlijk proces te wachten staat, zoals artikel 8 van het Amerikaanse Verdrag voor de Rechten van de Mens (ACHR) en artikel 14 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (BUPO) voorschrijven.
De officier van justitie vroeg de rechter om op een later moment op het niet-ontvankelijkheidsverweer te mogen reageren. Advocaat Lobo verzocht de rechter onder andere om officier Garib als getuige te dagvaarden voor de volgende zitting.