Adhin: Parlement begaat historische fout

“Indien wij nu als parlement de historische fout zouden begaan om mee te gaan met de vervolging, sturen wij een onwettelijke en ongrondwettige zaak door, en wordt het parlement ernstig in diskrediet gebracht.” Dit zei Assembleelid Ashwin Adhin donderdag tijdens de beraadslagingen over de vordering van de procureur-generaal (pg) om hem als gewezen vicepresident in staat van beschuldiging te stellen. Hij betoogde dat de weg geopend wordt voor politieke rancune door politieke tegenstanders. “Wie weet waar dit onheilzaam pad in zal uitmonden”. Ondanks het pleidooi van Adhin en zijn fractiegenoten om de vordering af te wijzen, waren de kaarten vanaf het begin al geschud. De vordering van de pg is goedgekeurd.

Adhin merkte op dat hij op basis van zijn grondwettelijke taak gehandeld heeft. “Wordt de autoriteit van het constitutionele mandaat bij ambt van de vicepresident te grabbel gegooid, door het in twijfel te trekken of überhaupt die rechtsgeldige beslissingen mag nemen gekoppeld aan het ambt en, of de vicepresident aan anderen verantwoording schuldig zou zijn dan alleen de president. Voorzitter, ik heb het land jaren naar eer en geweten gediend en ik weiger als politieke speelbal gebruikt te worden. En dat zou geen enkel zelf respecterende politicus noch assembleelid moeten accepteren. En daarom zal ik tegen stemmen,” voerde Adhin aan.”Ik vraag het parlement niet dienend te zijn naar een ander staatsorgaan, maar vorm en inhoud te geven aan zijn eigen verantwoordelijkheid,” stelde Adhin.  De Nationale Assemblee moet de verantwoordelijkheid die haar is toebedeeld, nakomen. “Die verantwoordelijkheid is namelijk verder in artikel 5 aangegeven: dat u uitsluitend beoordeeld het politiek-bestuurlijk opzicht in het algemeen belang. Dat is de verantwoordelijk die het parlement moet nemen en niet blindelings gevolg moet geven aan verzoeken van een ander Staatsorgaan. Niet de rechter beoordeelt het politiek-bestuurlijke maar u als parlement ingevolge deze wet. U moet een besluit nemen en niet zeggen ‘ga door naar de rechter’.” Adhin betoogde dat hij met volle overtuiging kan stellen dat hij correct heeft gehandeld ingevolge de grondwet.

Adhin merkte op dat er een deuk is in zijn vertrouwen in het Openbaar Ministerie (OM). Dit is gebaseerd op:- De handelingen van het OM in deze de advocaat-generaal (ag) Garcia Paragsingh, die de brief van Adhins advocaat nimmer beantwoord heeft. Deze brief was een reactie op de schriftelijke oproep voor verhoor op 16 november. In de brief is om verduidelijking gevraagd of de weg naar het parlement gezocht moet worden wil men hem als verdachte aanmerken. Het schrijven is genegeerd en Adhin werd aangehouden.

– De oproep was ontvangen op vrijdag 13 november om aan te melden op maandag 16 november. Er is nimmer op de vrijdag gebeld, om dezelfde dag aan te melden. Het OM heeft dit ook niet publiekelijk gecorrigeerd, namelijk dat Adhin niet eerder is opgeroepen, dan voor maandag 16 november. “Hiermee is men gekomen aan mijn integriteit als zou ik geweigerd hebben”.

– “De directe aanhouding, zonder mij zelfs maar één  keer op het kabinet  te roepen, en zelfs niet maar één keer door de afdeling Fraude als getuige op te roepen, sluipt men om mij heen, zoals de politie het noemt “je werkt om mij heen”. En het onbehoorlijke in deze is, dat ik een publieke functionaris ben, een volksvertegenwoordiger ben, en gedurende 3 maanden steeds beschikbaar ben geweest om gehoord te worden”, betoogde Adhin. 

– De aangifte diende gedaan te worden bij het Parket en niet de ag of een presidentiële commissie waar de ag de ondervoorzitter van is.

– Gekozen is voor de weg buiten de wet en buiten het parlement, en zodoende de ambtsdrager als verdachte aan te merken en op de koop toe direct in verzekering te stellen. “Deze handeling is in strijd met artikel 140 van de grondwet, en heeft erger nog als consequentie gehad dat ik 9 dagen ten onrechte beroofd ben van mijn vrijheid”.

– Het OM heeft Adhin niet eerst als getuige gehoord, “of zelfs niet ervoor gekozen om mij als verdachte te horen zonder in verzekeringstelling. En verder ook nog helemaal niet de weg via het parlement in overweging heeft genomen, is het ontegensprekelijk dat er nimmer terughoudendheid getoond is, in het mogelijk aanbrengen van  imagoschade aan de ambtsdrager, noch aan het land, noch internationaal. Nederland vanwaar de wetgeving is overgeplant, heeft zelfs dit nooit toegepast, gezien de schade aan het rechtssysteem c.q. het algemeen belang”.

– Het OM heeft tot het eind vastgehouden dat het hier betreft een commune delict, terwijl de rechter-commissaris al bij de rechtmatigheidstoetsing haar oordeel had geveld dat artikel 140 van de Grondwet hier van toepassing moet worden verklaard. Dat indien van schuld sprake zou zijn, het hier om een ambtsdelict gaat en geen commune delict.

– “Ik ontkom niet aan het gevoel … ………… (Star)


Lees verder

Bron: Starnieuws.com