ACHTERGROND: Een kwart eeuw Jetzza International

11/08/2020 10:01 –
Jetzza International bestaat op 11 augustus 25 jaar. :  
PARAMARIBO – Begonnen als een kleine salesman die levensmiddelen opkocht en verder distribueerde in de eindjaren tachtig, is John Alladin nu directeur van een goed lopend bedrijf in bouwmaterialen: Jetzza International. Het is één van de modernste en goed gesorteerde zaken in de branche. Alladin, zelf oprichter van het bedrijf, heeft wat er nu staat aan de Fred Derbystraat bereikt door hard werken en de juiste instelling. De winkel bestaat dinsdag precies 25 jaar.
Terugblikkend is de grondlegger niet ontevreden over wat hij van zijn onderneming heeft gemaakt. “Ik ben nooit afhankelijk geweest van welk regiem dan ook. Ik mag mezelf rekenen tot een succesvolle ondernemer en ik ben trots daarop.”
Dat ‘baas John’, zoals hij vaak wordt genoemd, een vriendelijke geest is blijkt uit de manier waarop hij wordt aangesproken door personeelsleden. Vriendelijk en met een glimlach verwelkomt hij de Ware Tijd in zijn kantoor. “Mi na Pur’ panyi (Poelepantje, … red.) boy” merkt de ondernemer op wanneer hij zijn verhaal begint over het ontstaan van Jetzza International.
Van huis uit is hij aardrijkskundeleerkracht en was hij jaren lang hoofd van de Ansarischool achter de moskee aan de Kankantriestraat. Na langer dan tien jaar werken, kreeg hij in 1986 meningsverschillen met het bestuur van de Surinaamse Moesliemassociatie, waaronder de school valt. “Ik besloot toen om bij de overheid te gaan werken, maar ik moest dan opnieuw beginnen. Ik moest dus districtsjaren maken”, herinnert Alladin zich.
Hij mocht kiezen tussen Marowijne, Nickerie en Brokopondo. “Ik koos voor Moengo in Marowijne omdat ik het altijd een mooie plek vond”, motiveert hij zijn besluit van toen. Na amper een maand als leerkracht op een LBGO-school in het bauxietstadje te hebben gewerkt, moest hij samen met zijn echtgenote terug omdat de Binnenlandse Oorlog tussen het Junglecommando en het Nationaal Leger was uitgebroken. “Voor mijn pech begon de gijzeling van militairen op de brug bij Stolkertsijver waarmee de Binnenlandse Oorlog was begonnen. Het werd steeds heftiger en de overheid riep ons terug naar de stad.”

Van school ‘weggelopen’
Terug in Paramaribo kreeg Alladin geen vaste school om les te geven. Hij mocht wel invallen op verschillende scholen wanneer een collega verhinderd was. Dat vond hij niet leuk omdat hij van nature graag bezig is. “Ik kon me niet productief inzetten, ik zat maar te zitten, terwijl ik zo graag les wilde geven.”
Dit leidde tot frustratie wat maakte dat hij een keer zelfs zonder toestemming van de schooldirecteur wegliep. “Ik vroeg hem om weg te gaan want ik voelde me niet lekker maar hij behandelde me alsof hij een dictator was. Ik was natuurlijk fout om me zo te gedragen, maar mi du leki wan ghettoman en mi waka gwe gewoon”, vertelt hij met een ondeugende trek op zijn gezicht.
Nadat hij wegliep van de school, ging Alladin regelrecht naar de Centrale Markt waar hij tot rust probeerde te komen. In gedachten verzonken maakte hij vervolgens een wandeling in de binnenstad. “Ik zag vlak aan de overkant de vader van drie jongens die ik in mijn tijd als schoolhoofd op de Ansarischool had geholpen. Het waren ondeugende jongens dus ik had ze op verzoek van hun vader aangesproken en hun gedrag was veranderd. Die man was me altijd dankbaar daarvoor dus toen hij me zag kwam hij naar me toe om te vragen hoe het met me gaat.”

Veel geld
Die man, ene Ramsaran, motiveerde hem na een tijdje praten diezelfde dag om salesman te worden. “Hij gaf me een naam, telefoonnummer en adres waar ik kon gaan om goederen te halen om door te verkopen.”
Hoewel het beroep van salesman hem in het begin niet aantrok, besloot hij de uitdaging toch aan te gaan. Het ging voornamelijk om voedingsmiddelen zoals koffie, maggieblok en speculaas. Die goederen waren volgens hem schaars in de jaren tachtig. “Ik nam een pakket maar ik wist nog niet waar ik het zou verkopen.”
Hij vroeg zijn buurvrouw die in het klein spullen verkocht of ze geïnteresseerd was en dat was ze. “Ik gaf haar twee dozen met spullen. Tamara a vrouw kon nanga bun furu moni”, vertelt hij lachend. Zo begon hij langzamerhand aan zijn nieuwe baan.
Door tussenkomst van Iwan ‘Loeti’ Vijfhoven, een bekende jongen van de buurt in die tijd, kon hij grotere partijen verkopen omdat die jongen vloeiend Chinees sprak en ook de connectie had met veel Chinese handelaren. “Toen we een aantal winkels begonnen te voorzien had ik geen handen genoeg om te verkopen. Wat ik toen verdiende was veel meer dan mijn salaris als leerkracht, dan mi ede bigin drai.” Toch had hij het onderwijs nog niet helemaal gelaten, omdat … ………… (DWT)


Lees verder

Bron: De Ware Tijd Suriname