A-20: Het patroon van patronage

GFC NIEUWS- De benoeming van de First Lady in verschillende functies heeft voor grote beroering gezorgd. En terecht, want het is een schandelijke zaak.
Vanaf het aantreden van deze regering is op verschillende momenten met verontwaardiging gereageerd op voornamelijk het benoemingsbeleid. Het probleem ligt dus dieper dan benoemingen van de First Lady, want vandaag is zij aan de beurt, gisteren waren het familie Brunswijk en Somohardjo en ik hou me hart vast wie morgen volgt.
Ervaren politieke leiders zijn over het algemeen zeer strategisch en worden personen vooral in hoge functies ook met een bepaalde strategie gepositioneerd. Nog voor de benoeming plaatsvindt, moeten deze ervaren politici dus kunnen verwachten dat accommodatie van family and friends voor tumult in de samenleving zal zorgen. Toch zien we dat ze het risico aanvaarden dat het volk hen hierop afrekent en wordt de wil van het volk hieromtrent aan hun laars gelapt.
De vraag is; waarom? Het antwoord is complex en bestaat uit verschillende factoren, waaronder het fenomeen van patronage politiek, waartoe ik mij in dit artikel beperk. Bij de term patronage politiek wordt vaak gedacht aan een patroon van wanbeleid of handelen in strijd met het algemeen belang. Echter ligt de betekenis hiervan dieper.
Een patronage verhouding houdt in dat een persoon in een hogere machtspositie (de patroon), voordelen of bescherming verschaft aan een andere (rechts)persoon (de cliënt) die in een lagere positie is, in ruil voor politieke ondersteuning. De cliënt kan op zijn beurt weer patroon zijn van andere cliënten die in lagere posities dan hem zijn.
Zo ontstaat een soort piramide systeem/spinnenweb van patronen en cliënten; het patronage netwerk. Om dit netwerk te creëren, is het belangrijkste dat men macht verwerft. Vervolgens plaatst men personen in posities die zij op hun beurt onder controle hebben (marionetten). Vandaar dat opeenvolgende regeringen familie, vrienden en partijloyalisten accommodeert.
Het patronage netwerk kan systematisch worden vergroot, wanneer op strategische wijze goederen en diensten subtiel ‘schaars’ worden gemaakt voor de bevolking. Denk bijvoorbeeld aan het vergunningen- en concessiebeleid of hoe moeilijk het is om in aanmerking te komen voor domeingrond. Terwijl als je een ‘lijn’ hebt, zaken in een wip en een zucht geregeld kunnen zijn. Of het feit dat bepaalde (rechts)personen in branches geen invoerrechten hoeven te betalen, maar anderen wel. Ook het feit dat grootschalig wordt geïmporteerd, in plaats van stimulatie van nationale productie. Kortom, hoe groter de ‘schaarste’, hoe groter het netwerk.
Zo worden delen van de bevolking afhankelijk gemaakt. Het gevaarlijke is dat de patroon (opeenvolgende regeringen) de cliënt (delen van het volk) in haar greep heeft. Deze cliënten komen niet vooruit op de maatschappelijke ladder als ze geen deel uit willen maken van het netwerk. Dus ook al schreeuwt het volk van de daken over onbehoorlijk bestuur, de keiharde realiteit is dat delen van het volk -vaak door nood gedreven- behoren tot het patronage netwerk, met afhankelijkheid van de politiek als gevolg.
Patronage politiek is niet nieuw en bestaat vanaf de slavernij, waarbij er economische patronage verhoudingen waren tussen de plantage eigenaren en de pachters. Dit fenomeen heeft zich tot heden voortgezet. Er is dus een ‘patroon’ in de patronage, dat alleen maar erger wordt.
De vraag die rijst is; hoe doorbreken wij het ‘patroon’ van de patronage?
Suriname is niet het enige land dat voor deze uitdaging staat. In Amerika bijvoorbeeld was patronage politiek reeds in de jaren 1800 zo erg dat president James Garfield in 1881 is vermoord door Charles Guiteau die meende recht te hebben op een functie, omdat hij politieke ondersteuning had gegeven tijdens de verkiezingscampagne.
Het vermoeden bestaat dat toen hij niet in de gewenste functie werd benoemd, hij om die reden de president heeft vermoord. Dit heeft geresulteerd in een roep naar verandering van patronage politiek en is naar aanleiding hiervan de Pendletonwet in 1883 ingevoerd. Deze wet heeft tot doel dat personen bij de Federal Government benoemd worden op basis van hun capaciteit, in plaats van politieke loyaliteit. Ook de Hatch Act van 1939 heeft tot doel patronage politiek in Amerika tegen te gaan.
Echter is het probleem in Amerika hiermee niet volledig uit de wereld geholpen. Hieruit kunnen we concluderen dat alhoewel wetgeving kan bijdragen tot vermindering van patronage politiek, het niet de doorslaggevende factor is. De belangrijkste sleutel om patronage politiek tegen te gaan is leiderschap.
Het probleem in Suriname is dat velen -vooral leiders- elkaar bij de ballen hebben en maken de leiders zich eerder druk om de instandhouding van het patronage netwerk, in plaats van het algemeen belang te dienen.
Wat Suriname nodig heeft, zijn dienstbare leiders en een technisch kabinet. Hoe het volk deze leiders moet identificeren en kiezen, … ………… (GFC)

Lees verder

Bron: GFC Suriname