Rutte wil meer weten over doorwerking slavernij

Mark Rutte, minister-president van het Koninkrijk der Nederlanden, wil met zijn bezoek aan Suriname meer leren over de maatschappelijke doorwerking van de slavernij. Dit zei hij vandaag tijdens de buitengewone openbare vergadering van De Nationale Assemblee. “Erkenning is het begin van ons heden. Over de maatschappelijke doorwerking hoop ik met dit bezoek meer te leren. Ik wil uit eerste hand horen wat het slavernijverleden vandaag de dag betekent voor de verschillende bevolkingsgroepen in Suriname”, sprak Rutte. Hij gaf toe dat slavernij een onmenselijk systeem was en dat 150 jaar afschaffing van de slavernij in het teken moet staan van erkenning.

Assembleevoorzitter Marinus Bee zei in zijn toespraak dat het een heikel punt blijft dat het Koninkrijk der Nederlanden nog steeds in gebreke blijft om officieel zijn excuses te maken van de aangedane leed van de toch wel als zwarte bladzijde opgetekende geschiedenis. “Erkenning van het afschuwelijke leed dat de tot slaafgemaakten is aangedaan, erkenning van de strijd en het verzet dat er ook was en natuurlijk erkenning van de maatschappelijke doorwerking van de periode van de slavernij in ons heden”, stelde Rutte. Hij zei dat hij van de jeugd en de ouderen wil horen hoe zij tegen de geschiedenis aankijken en wat zij zouden zien gebeuren. “Ik wil de impact van het verleden begrijpen zodat de erkenning die er moet komen zoveel mogelijk helend en verzoenend kan zijn. Dat is mijn wens en die van de hele Nederlandse regering”, zei Rutte.

De vergadering was volgens Bee geïnitieerd voor het bepalen van de juiste richting binnen het herstel van de eens zo nauwe band tussen Nederland en Suriname. Bee haalde aan dat Suriname ondanks de beëindiging van het koloniale tijdperk bijna stiefmoederlijk bejegend wordt bij het willen betreden van Nederland. “Het lijkt tegenwoordig meer regel dan uitzondering dat aan Surinamers  naar willekeur het betreden van Nederlands grondgebied wordt ontzegd zonder daartoe grondige reden te geven bij de afwijzing van de vereiste visa voor het Schengengebied”, sprak Bee. Het parlement ontkomt daardoor niet aan de indruk dat de in de door de toescheidingsovereenkomst gehanteerde criteria in de hedendaagse besluitvorming van generlei toegevoegde waarde zijn.

Voor de inwoners van een gewezen lucratief overzees grondgebied zouden er volgens Bee op zijn minst verzachtende standaarden moeten gelden voor de vereiste dispensatie om het gewezen moederland te mogen betreden. “Hoe graag wij ook willen aannemen dat anno 2022 de strijd om gelijkheid uitgetreden zou moeten zijn worden wij steeds weer met het tegendeel geconfronteerd”. Bee hoopt uit dat deze bijzondere vergadering een startsein genoemd mag worden voor een gemeenschappelijk toekomst met wederzijdse voordelen.

Rutte zei dat de relatie Nederland-Suriname te lang verstoord is geweest op regeringsniveau. Samen met hem is een delegatie van een grote groep bedrijven meegereisd die zaken willen doen met Suriname. Dat onderstreept volgens Rutte dat een bladzijde is omgeslagen. “We trekken samen op en kijken vooruit naar de kansen die er liggen”. Sinds vorig jaren werken Nederland en Suriname samen via het programma Makandra waarbij verschillende projecten uitgevoerd worden in Suriname. Rutte deelde vandaag mee dat het budget met 4 miljoen euro opgetrokken wordt naar 10 miljoen euro waarbij de programma’s uitgebreid kunnen worden naar onderwijs en watermanagement. “Zo geven we invulling aan de hernieuwde bilaterale relatie met elkaar”, stelde Rutte.

Hiernaast zal er ook samengewerkt worden om grensoverschrijdende thema’s die een gezamenlijke aanpak behoeven aan te pakken. Het gaat onder andere om de georganiseerde criminaliteit, de internationale drugsbronnen die helaas vaak van Zuid-Amerika via Rotterdam naar Europa lopen en de gevolgen van klimaatsverandering. Rutte zei dat het goed is dat Suriname en Nederland weer samen optrekken. Hij hoopt dat de viering van 50 jaar Srefidensi in 2025 als vrienden en partners kan geschieden waarbij een betekenisvolle stap is gezet om te werken aan een nieuwe toekomst voor alle Surinamers en Nederlanders.

President Chan Santokhi benadrukte opnieuw de goede banden met het Koninkrijk der Nederlanden. De kansen, die liggen op verschillende beleidsterreinen, zoals gezamenlijke investeringen, de agrarische sector, olie en gas, toerisme, outsourcing, infrastructuur, milieu. Uitdagingen, die liggen op het gebied, van gezamenlijke beheersing, van het negatieve effect van de wereldcrisis, liberalisatie van personen goederenverkeer, beheersing van de dreiging van klimaatsverandering, beheersing van de dreiging van voedselzekerheid, bedreigingen van grensoverschrijdende volksgezondheid en veiligheid.