Rutte: Ik heb geluisterd over slavernijverleden

Indringend, open en prettig. Zo typeert premier Mark Rutte het gesprek over het slavernijverleden met het Nationaal Comité Herdenking Slavernijverleden en de Nationale Reparatie Commissie. Hij merkt op dat zowel in Nederland als Suriname er weinig bekend is over de Inheemse bevolking. In 2023 is het 150 jaar geleden dat de slavernij in Suriname werd afgeschaft. Nederland is voornemens om het slavernij verleden te erkennen. Hieraan wordt er nog gewerkt. Rutte heeft vooral geluisterd tijdens het onderhoud.Rutte had in De Nationale Assemblee aangekondigd dat hij meer wilde weten over het slavernijverleden en zelf wilde horen van de nazaten van de tot slaafgemaakten. Het gesprek met de organisaties is een paar uren later gekomen. “Ik heb geluisterd,” deelt Rutte bij Torarica mee. “Ik wilde van hen weten hoe zij aankijken tegen al de vraagstukken die daarmee samenhangen. Bijvoorbeeld het punt van de Inheemse bevolking waar in Nederland heel weinig van bekend is. Ook in Suriname kom ik achter. Ook het vraagstuk wat de slavernij doet in de moderne Surinaamse samenleving en hoe dat doorwerkt.”Op al die punten hebben ze mij informatie gegeven,” deelt Rutte mee. Dat was een indringend, heel open en prettig gesprek, waarbij ik gezwegen heb. Ik heb geluisterd. En dat helpt mij en de Nederlandse regering om toewerkend naar 150 jaar herdenking van het slavernijverleden, ons voordeel mee te doen, daarvan te leren, er een invulling aan te geven die zoveel mogelijk tegemoet komt aan de gedachten die erover bestaan.”“De regering moet reageren op een rapport over het slavernijverleden,” geeft Rutte aan op een vraag of er excuses komen voor het koloniaal verleden. “Ik realiseer me dat het slavernijverleden niet hetzelfde is als het koloniaal verleden. Waar wij op dit moment naar kijken op de eerste plaats is het slavernijverleden. En hoe in het licht van 150 jaar afschaffing van de slavernij, daarmee om te gaan.”