Rechter anticipeert op nieuw BW: over ‘wrokoman’ en ‘immateriële schade’

In de tweede editie van het Surinaams Juristen Blad 2022 is een belangwekkend vonnis d.d. 28 april 2022, bekend onder A.R. no. 21-1448, CIVAR 202100042, van de Surinaamse kantonrechter gepubliceerd. Mr. Dr. Sjef de Laat (hierna: ‘de Laat’) heeft voormeld vonnis geannoteerd. De Laat is als docent verbonden aan het Centrum voor Democratie en Recht en kantonrechter in Utrecht, Nederland.

Wat zijn de casusspecifieke feiten?In een supermarkt ontstaat bij het afrekenen ruzie tussen een klant en een tweetal werknemers, van wie er een de kassa bedient en de ander inpakster is. In een uit de hand lopende woordenwisseling tussen klant en inpakmedewerkster ontstaat er een gevecht tussen beiden, waarbij een derde, ‘een wrokoman’, ingrijpt. De wrokoman (deze term is gebruikt in het vonnis, kennelijk aangevoerd door partijen) brengt de klant een verwonding toe, waardoor de klant ten val komt en een enkel breekt.De supermarkt is een eenmaanszaak waarvan ene L eigenaar tevens de gevolmachtigde is en de zaak drijft. De ‘wrokoman’ heeft geen arbeidsovereenkomst met de supermarkt c.q. L. De klant stelt een vordering in tegen de Supermarkt en L tezamen en eist een materiële schadevergoeding (medische kosten, transport, gederfde inkomsten) en immateriële schadevergoeding (geschonden recht op eerbiediging persoonlijke integriteit). De rechtsstrijd tussen partijen wordt buiten beschouwing gelaten.

De complicaties in het rechtsgedingDe complicaties waarmee de kantonrechter werd geconfronteerd in deze zaak is namelijk het gegeven dat er tussen de supermarkt c.q. L en de ‘wrokoman’ geen sprake was van een arbeidsovereenkomst. De supermarkt c.q. L is dus niet de werkgever van de ‘wrokoman’ en kan op grond van het huidige artikel 1388 BW niet aansprakelijk worden gesteld. Daarnaast moet de kantonrechter overwegen als de vordering tot immateriële schadevergoeding gegrond is en steun vindt in het recht.

Rechterlijke anticipatieDe kantonrechter lost deze casus op door toepassing van art. 7:658 CNSBW (Concept Nieuw Surinaams Burgerlijk Wetboek), het huidige 1614x BW, maar dan uitgebreid. In lid 4 van dat toekomstige nieuwe artikel 7:658 CNSBW is bepaald dat degene die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf arbeid laat verrichten door een persoon met wie hij geen arbeidsovereenkomst heeft, overeenkomstig de leden 1 tot en met 3, aansprakelijk is voor de schade die deze persoon in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt.

De bepaling is met name van belang voor uitzendarbeid en aanneming van werk waarbij tussen de werknemer en de inlener geen overeenkomst bestaat. Ook in geval van een stageovereenkomst kan aansprakelijkheid op grond van lid 4 worden aangenomen. En zelfs letsel opgelopen door een vrijwilliger kan onder het artikel vallen (Gerechtshof Arnhem, 11 januari 2005, JAR 2005/47). De kantonrechter veroordeelde de supermarkt en L op grond van het voormelde tot een materiële schadevergoeding.

Immateriële schadevergoedingDe toekenning van een immateriële schadevergoeding blijft een lastige taak voor de (Surinaamse) rechter. Zo’n immateriële vergoeding heeft een dubbele functie. Aan de ene kant dient zij om het door het slachtoffer ondergane leed goed te maken. En aan de andere kant kan het geschokte rechtsgevoel van de getroffene worden bevredigd, doordat van de wederpartij een opoffering wordt verlangd, stelt de Laat. De rechter moet bij de vaststelling van de omvang van de vergoeding naar billijkheid rekening houden met alle omstandigheden van het geval. Het nieuwe artikel 6:106 CNSBW bepaalt concreet in welke gevallen immateriële schade mag worden toegekend.

Voor nadeel dat niet in vermogensschade bestaat heeft de benadeelde – zo bepaalt art. 6:106 CNSBW – recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding indien de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen. Dat laatste is het geval geweest bij de door de wrokoman in de supermarkt benadeelde klant. De kantonrechter heeft een voorschot op een immateriële vergoeding in kort geding toegewezen en daarbij kennelijk het restitutierisico in geval van een andersluidende uitspraak in de bodemprocedure in de belangenafweging betrokken (zie bijv. HR 8 juli 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0665). Bij lichamelijk letsel gaat het met name om de aard van de pijn, en de ernst en de duur ervan alsmede het verdriet en de gederfde levensvreugde. De kantonrechter heeft dat gedaan door de pijn en het ongemak van de gewonde supermarktklant in de begroting te betrekken.

Gerrold E.R. AdipoeraRedactielid van het Surinaams Juristen Blad (sjbsjv@yahoo.com of redactie.sjb@gmail.com)