Ramdin schuift kwestie Jeruzalempost door naar president

door Ivan Cairo
PARAMARIBO — Bij het definitieve besluit om een ambassade in Israël te vestigen, zullen ook de standpunten worden meegenomen van personen, instanties en organisaties die tegen de vestiging ervan in Jeruzalem zijn. Dit maakte minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking (Bibis) zaterdag kenbaar tijdens een persconferentie. Hij gaf geen nadere informatie over zijn toezegging hiervan aan de Israëlische regering. Hij zal president Santokhi over deze aangelegenheid een uitgebreid rapport aanbieden.
Bij vragen van journalisten gaf de bewindsman aan daarom niet in details te zullen treden. Zijn mededeling enkele weken geleden aan zijn Israëlische collega Yair Lapid dat Suriname het voornemen heeft een ambassade in Jeruzalem te openen, heeft lokaal voor veel beroering gezorgd.

“Wij blijven op hetzelfde standpunt ten aanzien van Palestina, met een twee-statenoplossing onder supervisie van de Verenigde Naties”

In De Nationale Assemblee n er heftige reacties en verwoordde voorzitter Marinus Bee de gevoelens binnen het parlement. Bee maakte duidelijk gemaakt dat er geen Surinaamse ambassade in Jeruzalem komt. De DNA wil dat niet vanwege de geopolitieke controverse rond Jeruzalem. Vrijdag had de minister een onderhoud met de Vaste Commissie Buitenland waarbij hij het buitenland van de regering presenteerde en ook over de kwestie Jeruzalem is gesproken.
Zakelijk en nuchter
Volgens Ramdin zal deze kwestie “zakelijk en nuchter” benaderd moeten worden en niet op basis van emoties. Met verschillende groepen, zoals de Surinaamse Islamitische Vereniging (SIV) en Inter-Religieuze Raad in Suriname (IRIS), zullen nog gesprekken gevoerd worden. Hij merkte verder op dat Surinames internationaal ingenomen standpunt ten aanzien van de Arabische wereld niet is veranderd. De minister voegde eraan toe dat in zijn visie religie geen plek heeft in het buitenlandbeleid, omdat Suriname een multi-etnisch en multireligieus land is.
“Als wij daarmee beginnen hebben we grote problemen”, stelde Ramdin. “Wij blijven op hetzelfde standpunt ten aanzien van Palestina, met een twee-statenoplossing onder supervisie van de Verenigde Naties”, voegde de Bibis-minister eraan toe. Suriname blijft goede wederzijdse betrekkingen hebben met de Arabische landen en Israël, en streeft ernaar deze verder aan te halen, aldus Ramdin.
Heritage diplomacy
Hij merkte ook op dat de historische band tussen Suriname en Israël niet maatgevend is om de banden met Israël aan te halen. De minister voerde aan dat Suriname vanaf zijn onafhankelijkheid in 1975 zijn buitenlandbeleid ten aanzien van Azië voornamelijk gefocust heeft op landen waarmee historische banden zijn, zoals China, India en Indonesië. De aandacht was vooral op heritage diplomacy, aldus de bewindsman. Als dit beleid wordt voortgezet “zullen we onszelf enorm te kort doen”.
Bij nauwe banden met landen als Thailand, Zuid-Korea, Singapore, Maleisië en Vietnam zou Suriname ook grote voordelen kunnen hebben meent de minister. We hebben die relaties niet ontwikkeld en als we ons blijven focussen op heritage diplomacy gaan we onszelf te kort doen. Er moet een bredere visie zijn en dat is wat we uitdragen”, stelde de bewindsman.