‘Primaire reden voor hangjongeren is geld verdienen’

door Valerie Fris
PARAMARIBO — “De straat is de plek waar ze geld kunnen verdienen, want geld verdienen zorgt ervoor dat ze ook thuis meer worden gerespecteerd. Ze zijn niet meer afhankelijk van hun moeder of grootmoeder, maar kunnen zelf bijdragen.” Zo luidt één van de conclusies uit het afstudeeronderzoek – ‘Een kwalitatieve studie naar het hangjongeren vraagstuk in de buurten Ramgoelam en Sophia’s Lust’ – van Gracita Groenefelt.
Ze studeerde gisteren af aan de masteropleiding Research Methods van het Institute for Graduate Studies & Research van de Anton de Kom Universiteit van Suriname.
Groenefelt vertelde over haar motivatie voor het onderzoek naar hangjongeren, waarbij de doelgroep zestien tot 24-jarigen betrof. “Ik herinner mij een krantenartikel waarin een scholier vertelde dat jongeren soms genoodzaakt zijn in de stad rond te hangen omdat er niets anders te doen is. Wat mijn aandacht trok was toen hij zei: ‘als we vandaag hier worden weggestuurd zijn we er morgen weer’.” Ze vroeg zich af waarom ze blijven teruggaan.

“De jongens zeggen ook vaak de straat op te gaan ‘fu go blo den ede’ vanwege de overvolle huizen”
Gracita Groenefelt
De grootste etnische groepen in Ramgoelam en Sophia’s Lust zijn de Afro-Surinamers en marrons. Uit het onderzoek is gebleken dat de jongeren vaak in kleine, overvolle huizen wonen, waar de vader afwezig is. “De jongens willen zijn plaats invullen, maar zeggen ook vaak de straat op te gaan ‘fu go blo den ede’ vanwege de overvolle huizen.”
De straat is niet alleen de plek waar ze samenkomen, maar ook waar ze het gevoel hebben dat ze man kunnen zijn. “Ze komen uit een gezin waar een vrouw of vrouwen aan het hoofd staan en uit een lagere sociale klasse en hebben daardoor de drang om te willen bijdragen aan het huishouden.”
Seksualiteit
Eén van de zaken die voortvloeit uit de straatcultuur is het beeld dat jongeren hebben over seksualiteit. “Een vraag die mij bezighield tijdens het onderzoek is waarom de hangjongeren het belangrijk vinden om te jagen op vrouwen. Ze denken controle te moeten uitoefenen op de seksualiteit van vrouwen.”
Volgens Groenefelt leren de mannen dat er een bepaalde status is gekoppeld aan een seksuele relatie met een vrouw. “Er wordt ze geleerd dat mannen moeten presteren op seksueel gebied en dat tonen ze ook. Ze praten er dan ook over met elkaar.” Bovendien is volgens het onderzoek het alcohol- en drugsgebruik onder deze jongeren erg hoog.
Hoewel er veel rivaliteit op straat is, proberen ze een goede onderlinge relatie te hebben. Het gaat om hangjongeren die nog op school zitten en na school hun vrienden op straat ontmoeten, maar ook om jongeren die een hossel doen.
Aanpak
Groenefelt zegt dat er eerder studies zijn geweest over de straatcultuur. Met van haar wil ze jongeren bewustmaken van hun kwetsbaarheid en de gevaren en risico’s die het rondhangen met zich meebrengt. “Ik wil dat ze de juiste keuzes gaan leren maken, zodat ze niet blootgesteld zijn aan criminaliteit en dat daarmee het veiligheidsgevoel in de buurten en in onze gemeenschap terugkomt.”
Om dat te kunnen bereiken, stelt ze voor om verder onderzoek te laten doen naar de straatcultuur en om programma’s te creëren voor zinvolle vrijetijdsbesteding. Er kan daarbij worden gedacht aan talentontwikkeling en huiswerkbegeleiding. “Een goede plek om dit alles te kunnen doen is een gemeenschapshuis of buurtcentrum met een team dat passie heeft voor de doelgroep.
Een personal coach is ook een idee, want de hangjongeren hebben een bepaalde gedachtegang en aan dat gedrag moet worden gewerkt.” Groenefelt pleit ook voor financiële steun van de overheid  aan stichtingen en organisaties die zich met hangjongeren bezighouden.