‘President moet gevoel van ‘failed state’ wegnemen bij volk’

Tekst Arjen Stikvoort
PARAMARIBO — “Een primaire reactie van de burgerij is: ‘ik stel de staat daarvoor verantwoordelijk’.” De onrust die is ontstaan door de massale protesten van de afgelopen twee dagen, komt in eerste instantie doordat de mensen vanwege de hoge prijzen en onvoldoende meegroeiende salarissen te weinig geld overhouden. Dit stelt Pam Zuurbier, filosoof en lector aan de Anton de Kom Universiteit van Suriname, in gesprek met .
Mensen realiseren zich volgens hem misschien te weinig dat er een oorlog gaande is in een ander continent van de wereld, waar olie en gas een zeer belangrijke rol in spelen. Deze zaken zijn ook van grote invloed op de productie van veel goederen en diensten en zorgen (wereldwijd) voor hogere prijzen.

“Een primaire reactie van de burgerij is: ‘ik stel de staat daarvoor verantwoordelijk’”

Secundair kunnen de mensen, het volk, ook gaan denken dat Suriname bewust of onbewust een mislukte staat is geworden. Dat gevoel van een ‘failed state’ komt eigenlijk doordat de regering onvoldoende capabel is om de problemen van het land, zoals de kwakkelende economie te verhelpen en met een passend antwoord te komen.
Mensen hebben een nieuwe leider gekozen en verwachten dat deze president Chandrikapersad Santokhi op alle problemen het juiste antwoord formuleert. Als er dan ook nog eens grote schandalen aan het licht komen, zoals recentelijk de grote witwaspraktijken via vervalste reçu’s of het spoorloos blijven van oud-minister van Financiën Gillmore Hoefdraad, geeft dat de mensen extra het gevoel dat de staat de problemen niet meer kan oplossen. Dat brengt bij kiezers onrust teweeg, die niet altijd ongegrond is.
Vertrouwen en rust
Zuurbier wijst erop dat de huidige economische situatie weinig ruimte laat om adequate oplossingen te bieden. Hij verduidelijkt dat er bijvoorbeeld te weinig geld is om alles in één keer op te lossen en het tijd kost een land weer op te bouwen. Maar het beeld wordt dan gecreëerd dat de regering de situatie niet aan kan, omdat de mensen niet meer in hun eerste levensbehoeften kunnen worden voorzien. Er ontstaat dan een soort ongeloof in de potentie van de regering. “Daarop moet de regering een bevredigend antwoord geven.”
Het hoeft nog niet het einde van de wereld te betekenen. Zuurbier verwijst naar de grote gas- en olievondsten voor de kust. “Het gevoel van die ‘failed state’ en die kleine lichtpuntjes van de olie- en gassector, moeten de president en vicepresident (nog) beter aangrijpen om de situatie van dat economisch isolement, waar mensen zich in wanen, beter naar voren te brengen, zodat het vertrouwen en de rust onder het volk weer terugkomen.”