Platform Traditionele Gezagdragers distantieert zich van stap naar ICC en OAS

Het Platform voor Traditionele Gezagdragers distantieert zich van de stap die door een deel van de gemeenschap van Brokopondo is genomen naar de International Criminal Court (ICC) in Den Haag en de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS). Deze stap wordt volgens voorzitter Henry Kaffe niet ondersteund, omdat het platform gesprekken voert met Staatsolie over het schoonmaken van de woningen van de dorpelingen.
Bovendien zou de schade ook al zijn opgemaakt, zegt Kaffe aan Suriname Go. Voor de dignitaris is het nog niet van belang om naar deze organisaties te stappen. “Het gaat om een Surinaams bedrijf en we moeten het probleem zelf oplossen. Waarom moeten we de regering voor het gerecht slepen?”, vraagt de kapitein zich af.
Staatsolie zou volgens Kaffe niet hebben aangegeven, dat zij niet bereid is om op te draaien voor de kosten voor het schoonmaken van de huizen. “We praten elke dag met het bedrijf en ze zouden al beginnen met de werkzaamheden. Staatsolie wilde een schoonmaakbedrijf brengen naar het district, maar we willen dat niet. De mensen willen zelf hun huizen wassen en dat wordt geregeld,” deelt Kaffe mee.
Hij geeft aan dat de mensen die de stap hebben genomen naar ICC en OAS niets te maken hebben met de overstroming. Hun dorpen zijn niet onder water gelopen.
De groep heeft ICC en OAS aangeschreven over de situatie die zich heeft afgespeeld in het district Brokopondo. Zij is het niet eens met de manier waarop de overheid is omgesprongen met het accommoderen van personen bij het spuien van het water uit het stuwmeer.
De groep die de klacht heeft ingediend bestaat uit: Asawini Edenburg, Iwan Adjako en Wonnie Pinas. Zij hebben een klacht ingediend tegen de regering, de president van de Republiek Suriname, enkele ministers en Staatsolie NV. Zij stellen hun verantwoordelijk voor wat heeft plaatsgevonden in de dorpen. Bij het spuien van het water uit het stuwmeer zijn de woningen van de dorpelingen onder water gelopen.
De dorpen stonden drie maanden lang onder water. In het schrijven is onder andere opgenomen dat er onderzoek wordt gedaan naar de ernstige mensenrechtenschendingen, die eerder dit jaar, tijdens de overstroming van dertien dorpen in het district Brokopondo hebben plaatsgevonden.
Er wordt ook aangegeven, dat de overheid opzettelijk aan hun levensvoorwaarden heeft opgelegd, onder andere de onthouding van de toegang tot voedsel en geneesmiddelen, gericht op de vernietiging van een deel van de gemeenschap.