Onbeantwoorde vragen reden oppositie zich van stemming te onthouden

Het onbeantwoord blijven van vragen gesteld in het parlement tijdens de behandeling van de ontwerpwet ter voorkoming en bestrijding van moneylaundering en terrorismefinanciering was voor de oppositionele fractie van de NDP en de BEP donderdag aanleiding om zich van stemmen te onthouden. Het goedkeuren van de wet is één, maar even belangrijk zijn de daden van de regering, vindt waarnemend fractieleider Melvin Bouva van de NDP. 
Zijn fractie heeft tijdens de gehele behandeling van het wetsontwerp  constructieve bijdragen geleverd aan de debatten en zelfs voorstellen gedaan. Wat zijn fractie echter steekt is, dat ondanks deze constructieve opstelling de regering niet is ingegaan op concrete financieel gerelateerde vragen van het parlement. Hij verwijst ondermeer naar de fraudezaak bij het ministerie van Financiën, de kwesties HPSG, Surfin, Phoenix en de Deviezencommissie. Het zijn zaken die volgens Bouva rieken naar een beleid dat mogelijk juist money laundering heeft gefaciliteerd. Antwoorden op specifieke vragen rond deze kwestie zouden naar zijn opvatting bijdragen aan het verder aanscherpen van het wetsontwerp. 
In feite zou de NDP-fractie politiek een hard antwoord kunnen geven op deze houding van de regering. Echter, het belang voor ogen houdend van een zo breed mogelijke kamerondersteuning van de wet, heeft de NDP-fractie besloten zich te onthouden van stemming. 
Nationaal en internationaal wordt hiermee ook het signaal gegeven van de onvrede over de bejegening door de regering van de oppositie. 
Ook de BEP-fractie heeft zich van stemming onthouden. BEP-fractieleider Ronny Asabina zei zich te kunnen vinden in de doelstellingen van de wet, doch vindt de aanpak door de regering tot op zekere hoogte verkeerd. 
De wet werd met algemene (28) stemmen goedgekeurd.
SS