MUNT OP MONETAIR DRIJFZAND

Surinamers maken zich zorgen over de alsmaar dalende waarde van hun nationale munt. Daar helpt geen moedertje lief aan, ook de moederbank niet. Haar verwoede pogingen om met hoogrentende deposito’s de geldmarkt af te romen, hebben niet het beoogde effect. Voor een euro of Amerikaanse dollar moet inmiddels meer dan SRD 30 worden neergeteld. Niemand begrijpt waarom de Centrale Bank van Suriname, onder het juk van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), de absurd hoge rente aan de banken blijft betalen. De verliezen voor de monetaire autoriteit lopen hoog op. Een presidentieel team, bestaande uit Glenn Gersie, Jim Bousaid en Stanley Raghoebarsing, zal zich buigen over deze Open Markt Operaties (OMOs). Dit team krijgt daar twee weken de tijd voor.
De druk op het presidentieel team is groot. Elke hulp is welkom. Laten we hen enkele handreikingen doen en voorkomen dat zij overbodige theoretische beschouwingen ten tonele voeren. Die vergissing maakte de Centrale Bank al in het laatste van een serie memo’s over ‘Het wisselkoersvraagstuk’. Daarin wordt gefilosofeerd over allerlei modellen en monetaire instrumenten, die weliswaar werken in een stabiele economie, maar niet in de financieel-economische en monetaire chaos waarin Suriname is beland. Dan moet je terug naar de basis, de financiële positie van de Centrale Bank, het fundament waarop het vertrouwen in de nationale munt is gebaseerd.
De Centrale Bank van Suriname heeft volgens de Bankwet, onder meer als taken het bevorderen van de stabiliteit in de waarde van de geldeenheid en het verzorgen van de geldsomloop in bankbiljetten. De missie van de Centrale Bank is afgeleid van de taakstelling en luidt als volgt: Het bevorderen van monetaire en financiële stabiliteit in Suriname ter stimulering van de nationale sociaaleconomische ontwikkeling.  Vertrouwen in de nationale munt, de Surinaamse dollar, is dus eerst en vooral gestoeld op vertrouwen in de centrale bank. Vergeet de rest. Laten we daarom wat beter kijken naar de financiële positie van de Centrale Bank.
In een ‘analyse’ van 17 oktober 2022, werpt Wilfred Leeuwin in De Ware Tijd, zich op als pleitbezorger van de banktoppers die tot gevangenisstraffen werden veroordeeld voor de malversaties bij de Centrale Bank. Wat gebeurd is, zou te herleiden zijn uit beleidskeuzes van regeringen, die zijn vastgelegd in wetgeving en geformaliseerd en bekrachtigd door het parlement. ‘Een enkele keer hebben betrokkenen zelfs complimenten gekregen voor bepaalde initiatieven, dus wat kunnen zij nu fout hebben gedaan’, lijkt Leeuwin zich af te vragen. De Centrale Bank heeft in 2019 zelfs SRD 38 miljoen winst gemaakt. Waar hebben we het over?
We hebben het over de volgende malversaties waarvoor betrokkenen zijn veroordeeld:
*Miljarden SRD aan blanco kredietverlening aan de Staat (lees: monetaire financiering);
*Inschakeling van een adviseur door de Centrale bank voor werkzaamheden voor de Staat;
*Uitbesteding van advieswerkzaamheden aan de onderneming van de toenmalig governor;
*Aankoop van goudroyalty’s van de Staat voor verhoging van de monetaire financiering;
*Aankoop van panden van de Staat die niet goed waren gewaardeerd of getaxeerd, niet alle eigendom waren van de Staat en bij betaling niet juridisch werden overgedragen.
Kortgeleden veroordeelde de ondernemingsrechtbank in Brussel, het betrokken adviesbureau tot terugbetaling van ruim euro 2,5 miljoen aan de Centrale Bank van Suriname. Volgens de rechtbank, zijn de overeenkomsten met de Centrale Bank gesloten ‘met de bedoeling een strafbare toestand in stand te houden’. De toenmalige governor en minister van Financiën, waren in 2019 betrokken bij de overheveling van de kasreserves van de banken in vreemde valuta naar de Centrale Bank en het misbruik hiervan voor oneigenlijke doelen. We herinneren ons de ‘aardappelen en uien’. De analyse van Leeuwin stipt het positieve resultaat van de Centrale Bank van SRD 38 miljoen over 2019 aan, maar laat de resultaten over andere jaren buiten beschouwing. Ik som deze voor de duidelijkheid op (bron: jaarverslag 2019).
Boekjaar              SRD 1 milj.
2015 verlies        -256,3
2016 verlies        -592,5
2017 verlies        -126,4
2018 winst          67,5
2019 winst          37,7
2020 ongecontroleerd verlies       -1.926,1
2021 ongecontroleerd verlies       -2.090,5
Het misbruik van de kasreserves en de open valutapositie die daardoor is ontstaan, is volgens het jaarverslag de belangrijkste oorzaak van de kolossale verliezen in 2020 en 2021. Ik kan mij niet herinneren dat de monetaire financiering, de inschakeling van de adviseur, de uitbesteding aan de onderneming van de toenmalig governor, de aankoop van goudroyalty’s, de aankoop van de panden en het misbruik van de kasreserves, beleidskeuzes van regeringen waren, die zijn vastgelegd in wetgeving en geformaliseerd en bekrachtigd door het parlement.
Hoe staat de Centrale Bank er nu voor? De jaarverslagen over 2020 en 2021 zouden volgens afspraak met het IMF voor jaareinde 2022 worden gepubliceerd. Dat is nog niet gebeurd. Uit de weekbalansen van de Centrale Bank is weinig op te maken, omdat de presentatie niet inzichtelijk is en de toelichting summier. Ik zal toch een poging wagen.
Het resultaat over 2022 zal naar verwachting tegenvallen door de hoge rente die aan de banken wordt betaald. Tot medio september zou SRD 1,8 miljard rente over de deposito’s zijn vergoed, grotendeels in 2022. Omdat de open valutaposities uit hoofde van de kasreserves in 2022 waarschijnlijk niet of niet geheel teniet zijn gedaan, kan hieruit door de daling van de waarde van de SRD ook … ………… (.)

Lees verder

Bron: . Suriname