Minister van ‘Alle Zaken’ is niet verkeerd….toch?!

Wat is er mis met een minister van ‘Alle Zaken’? Niets toch. Het was het Assembleelid Jennifer Vreedzaam van de NDP die afgelopen week in een vergadering van het parlement de minister van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking (BIBIS), Albert Ramdin, bestempelde als de minister van ‘Alle Zaken’. Ze moest deze uitspraak echter van de voorzitter van de Assemblee, Dew Sharman, intrekken. Natuurlijk, logisch en vanzelfsprekend, er is immers formeel geen minister van Alle Zaken. Maar, informeel kan toch gesproken worden van een minister van ‘Alle Zaken’. 
Overigens, mevrouw Vreedzaam had geen primeur hoor met haar uitspraak. Minister Ramdin wordt al geruime tijd in wandelgangen en op social media de minister van ‘Alle Zaken’ genoemd, maar nu was het dus een parlementariër die dacht te zijn en in deze termen over de bewindsman te spreken. Haar uitspraak getuigde van onparlementair gedrag, dat niet in de Assemblee thuishoort, maar meer aan de koffietafel of tijdens een borrelmomentje thuis.
Maar, zou niet meer kunnen worden gesproken in termen als “sub vicepresident” als het gaat om het optreden van de BIBIS-bewindsman, een diplomaat in hart en nieren. Een minister die geen vreemde is in de politieke arena, ook niet in de internationale politieke arena. Hij kent de in’s en out’s van politiek bedrijven, maar ook van de vele beleidsthema’s.
Natuurlijk, velen zullen het misschien als ergerlijk, arrogant en niet gepast ervaren, wanneer minister Ramdin zich uitspreek over de visserijsector of over de vermeende Surinaamse voedselschuur of over de in de ogen van velen toenemende criminaliteit en stijgende gevoelens van onveiligheid. 
Van de hoed en de rand
Maar, feit is dat deze bewindsman wel van de hoed en de rand weet. Hij weet waarover hij praat. De man lijkt dan ook te zijn verworden tot de tweede man achter president Chandrikapersad Santokhi. Maar, is dat erg? Wie kan daar een probleem mee hebben, behalve wellicht iemand als politica Vreedzaam? Zij zou eens oprecht moeten zijn en erkennen hoeveel tijd en energie de BIBIS-minister steekt in zijn werk, maar ook dus in het werk van collega’s. Hij doet dat ongetwijfeld niet om arrogant over te komen en ook niet om zichzelf op een of andere wijze te profileren. Dat heeft deze minister niet nodig. Hij doet dat, omdat hij op dat moment er de noodzaak van inziet om iets te zeggen over een beleidsterrein buiten zijn eigen beleidsterrein. 
Misschien zou hij wat gedoceerder kunnen gaan reageren op allerlei actuele issues en zich meer moeten uitspreken over zijn eigen, buitenland, beleid. Mogelijk worden personen die kennelijk vinden dat de BIBIS-minister een Van Alles-minister is, dan wat voorzichtiger en terughoudender met hun kritiek op deze minister en met wat meer respect over Albert Ramdin spreken. 
Voorbeeld
Diverse Assembleeleden zouden qua kennis en algehele ervaring juist een voorbeeld kunnen nemen aan minister Ramdin. Er zijn trouwens ook Assembleeleden die over van alles en nog wat een mening hebben en die uiten, terwijl zij niet beschikken over de kennis inzake ‘van alles en nog wat’. Het is soms stuitend te horen hoeveel onzin vanuit het pluche van Assembleeleden ‘s lands vergaderzaal wordt ingeslingerd. Zijn het ‘van alles en nog wat’ Assembleeleden? Nee, zij zijn dat zeker niet, maar minister Ramdin kan oprecht een minister “Van Alles’ worden genoemd, wat men ook van de naam vindt, want dat is het, niets meer en niets minder, een naam.
PK