Minister Ramdin doet verslag over duurzame ontwikkelingsdoelen Suriname in New York

Minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking (BIBIS) heeft op 13 juli tijdens het ‘High Level Political Forum on Sustainable Development’ onder auspiciën van de Economic and Social Council (ECOSOC), in New York, het Voluntary National Reviews (VNR) rapport van Suriname gepresenteerd. Dit rapport is een verslaglegging met betrekking tot de implementatie van de Duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) in Suriname.
Tijdens deze presentatie is er een status update gegeven over vier van de zeventien doelen. Het gaat om doel 4 Kwaliteitsonderwijs; doel 8 Eerlijk werk en Economische groei; doel 13 Klimaatactie en doel 17 Partnerschappen. De VNR-rapporten zijn bedoeld om het delen van ervaringen, waaronder successen, uitdagingen en geleerde lessen, te vergemakkelijken, met het oog op een snellere uitvoering van de 2030 Agenda voor duurzame ontwikkeling.
Het karakter van de meeting was dat aanwezige lid landen en ‘major groups’ vragen mochten stellen. Minister Ramdin ging bij elk doel in op de vooruitgang en de uitdagingen alsook de weg vooruit. Hij informeerde de overige delegaties over de ontwikkeling van local content en de voordelen van de Caricom Single Market and Economy in het kader van de olie- en gasindustrie. Ramdin gaf aan dat er door Suriname verschillende partnerschappen worden aangegaan met, onder andere, landen uit Afrika en met Guyana, om de ontwikkeling van local content te bevorderen.
De bewindsman legde verder uit, dat president Chan Santokhi tijdens de laatstgehouden vergadering van de Caricom heeft aangegeven, dat de local content grensoverschrijdend zal zijn en zich niet slechts zal beperken tot Suriname. Caribische bedrijven moeten zich slechts registreren in Suriname en een partnerschap aangaan met een Surinaams bedrijf om mee te kunnen doen.
Minister Ramdin gaf verder aan dat bij de ontwikkeling van de olie- en gasindustrie zekerheden worden ingebouwd om de schade aan het milieu te beperken. Hij gaf mee dat er wordt gewerkt aan wetgeving met inachtneming van internationale standaarden, waarbij bedrijven verantwoordelijk worden gesteld voor eventueel aangebrachte schade aan het milieu en dat er wordt gewerkt aan het versterken van lokale instituten om in te kunnen spelen op eventuele schade.
De minister legde uit dat Suriname een bosbedekking heeft van 93 procent en deze wil behouden. “Suriname is ook een carbon negatief land en wenst dit te blijven, bijgevolg wordt er heel veel geïnvesteerd in duurzaam bosbeheer. Er wordt mangrove geplant om overstromingen in het kustgebied te voorkomen en er wordt ook hard gewerkt aan wetgeving om bijvoorbeeld schade ontstaan door illegale mijnbouwactiviteiten strafbaar te stellen,” stelde de bewindsman.
In antwoord op een vraag van het Verenigd Koninkrijk hoe Suriname’s National Forest Policy zal bijdragen aan de SDG 15 en natuur-positieve plannen van de overheid, gaf de minister mee dat de overheid zich inzet om een ‘High Forest Cover and Low Deforestation Country’ te blijven, maar dat er assistentie nodig is van de internationale gemeenschap om dit te behouden.