Falend leiderschap van de arrogantie

De hoop en verwachting voor een slagvaardiger en integere leiding door de huidige president van Suriname na het tienjarige debacle van het Bouterse bewind is nu na twee jaar regering Santokhi tot onder het nulpunt gedaald. Kort na zijn aantreden waren de heimelijke ontmoetingen met Bouterse en de daaropvolgende nepotistische benoemingen van de beide regeringsleiders de eerste tekenen dat van een ommekeer geen sprake zou zijn. Deze these wordt ondersteund en de deceptie steeds groter door een inmiddels bekende reeks blunders (o.a. Nieuw Surfin , HPSG) en schandalen in de afgelopen twee jaar waarbij regerings- of coalitieleden betrokken zijn in de aanpak waarvan de president uitblinkt in het betoonde falende leiderschap door op beslissende  momenten geen akte de presence te geven of in stilzwijgen te hullen (‘dokken’) totdat uiteindelijk de storm weer gaat liggen.

Ook bekende vertragingstactieken o.a. het benoemen van de vele (onderzoeks)commissies (ref. casus Pokie) waar de gemeenschap niets meer van verneemt (het zgn. ‘doodbloeden’) en het doodzwijgen (ref. vissersvergunningen Guyana) leiden hiertoe. Het door de president met de mond publiekelijk gepropageerde principe van gelijkheid voor eenieder is herhaaldelijk met de voeten getreden door hun corruptieve benoemingen van family en friends. Dit schofferende en arrogante gedrag indiceert dat de sociaal-politieke sensoren van deze regeerders totaal defect zijn, de voeling met de samenleving ontbreekt. De arrogantie van de macht creëert een parallelle werkelijkheid waar deze ‘oligarchen’ op behaaglijke wijze in vertoeven.
Het steeds maar afwentelen van prijsstijgingen op diverse fronten op de gewone burgers en de zwakkeren versterkt zonder uitvoering van een sociaal vangnet het verarmingsproces in de samenleving op ongekende wijze. De dagelijkse strijd van gezinnen de eigen kinderen te voeden en te voorzien van basale voorzieningen valt loodzwaar en staat in schril contrast met de parasitaire levensstijl (op kosten van de  gemeenschap als gastheer) van gefaciliteerde family, friends en partijloyalisten die een overvloedig bestaan leiden. De leniging van de armoede wordt vervolgens symbolisch op openlijke (demonstratieve) en slinkse wijze met veel tamtam in de bekende partijkleuren politiek uitgebuit door voedselpakketten aan te bieden.Het latent aanwezige schisma binnen de coalitie heeft zich recentelijk gemanifesteerd door het verlaten door de ABOP van het gezamenlijke coalitiefractieleiderschap met de VHP waarmee de holle frase van eenheid van leiderschap voor de zoveelste maal is gelogenstraft. De beide grootste antagonistische coalitiepartijen met een marginale gemeenschappelijke basis en veelal contrair jegens elkaar gericht houden elkaar vast in een giftige en verlammende greep. Daarbij  demonstreren volksvertegenwoordigers keer op keer op lafhartige wijze in DNA dat zij de representatie/stem van de kiezers ondergeschikt maken aan die van hun partij of politieke leider. Niet alleen een kritische zelfreflectie op dit punt ontbreekt hier, ook de schaamteloze voorkeursbehandeling (Sabaku project) bij de toewijzing van percelen aan DNA-leden heeft hier (o.a Sampie, Kanape, Jogi) ten overstaan van het publiek zijn intrede gedaan.Met het recente Sabaku-project schandaal (procedureel onjuist handelen van de minister van GBB), de verdwijning van 1,8 miljoen euro van een rekening van het Ministerie van Financiën duidend op samenspanning door medewerkers op het ministerie van Financiën en de CBvS en het falende optreden van de regeringsleider door het niet op non-actief stellen van de verantwoordelijke minister en eventueel andere verantwoordelijke functionarissen hangende het onderzoek, is de toorn van het verdraagzame Surinaamse volk ontwaakt. De grens is bereikt. Dat de president in deze casussen het gelijkheidsprincipe niet respecteert (ex-minister Diana Pokie wel met verlof hangende het onderzoek en minister Achaibersing niet) en daarmee inconsistent handelt is wel evident. Met een dergelijke handelwijze zal de geloofwaardigheid van het lopende onderzoek en het bereikte netto effect qua acceptatie dubieus zijn en blijft de minister ‘aangeschoten wild’. Onafhankelijk onderzoek zou moeten uitwijzen wat de reikwijdte van deze samenspanning is en of deze beperkt is tot alleen de lagere echelons bij deze instituten. Of de president met zijn vertragingstactieken van doodzwijgen en daarmee uiteindelijk ‘doodbloeden’ deze keer wegkomt, valt te betwijfelen.Het volksprotest dat alert moet zijn op infiltratie door de NDP en de BEP (voormalige coalitiepartijen) die aan de basis staat van de huidige financieel-economische malaise, voelt zich getergd en stelt terecht enkele van haar eisen (corruptieve benoemingen terugdraaien) als niet onderhandelbaar. De president en zijn gevolg beseffen niet in voldoende mate dat een hongerig volk een getergd volk is dat geen uitstel van inwilliging van zijn alleszins gerechtvaardigde eisen zal dulden. Een arrogante bejegening/ weigering of een beoogde inkapseling door de regeerders om het protest te breken, zal dat volksprotest juist intensiveren waarmee zij de escalatie in gang zetten. De inzet van repressie ten spijt, de geest kan dan uit de fles geraken.’When injustice becomes law, protest/ resistance becomes a duty’Roberto Manniesing