Economische diplomatie en ontwikkeling

‘Ontwikkeling komt niet met donaties en schenkingen’
Minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking (Bibis) heeft op een persconferentie begin januari verklaard dat zijn ministerie vorig jaar 110 miljoen US dollar aan schenkingsfinanciering heeft binnengehaald. De persconferentie werd gehouden in verband met de presentatie van zijn ministerieel verslag van 2022 en een vooruitblik op 2023 van het ministerie. Volgens Ramdin zou met de schenkingen het succes van de economische diplomatie van de regering bewezen zijn. In 2023 wil hij dat brengen naar 200 miljoen US dollar.
door Kenneth Sukul
Rijke landen doen schenkingen en donaties in de vorm van geld en materieel aan landen, ongeacht welke regering of partij aan de macht is. Dat gebeurt niet uit liefdadigheid, vriendschap of solidariteit. Vanaf de Tweede Wereldoorlog worden de belangen van de rijke landen in de Verenigde Naties (VN) uitgevochten. Daarbij is het van belang dat ze genoeg stemmen (landen) achter zich hebben tijdens de behandeling van resoluties (besluiten) die hun belangen moeten dienen.
Met andere woorden: de ontvangende landen betalen terug met hun stem in de VN voor de donaties en schenkingen. Een goed voorbeeld daarvan is de resolutie tegen de walvisvangst. Jarenlang doen milieuorganisaties een beroep op de VN om de jacht te verbieden op walvissen omdat zij bedreigd worden met uitroeiing. Suriname stemt iedere keer tegen de resolutie vanwege zijn ‘goede band’ met Japan.

“Suriname moet voor zijn ontwikkeling kiezen. Die komt niet tot stand met schenkingen en donaties (lees spiegeltjes en kraaltjes)”

Het milde standpunt van de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) tegen China, in verband met het ontstaan en verspreiding van het Covid-19-virus kon alleen omdat de directeur-generaal van de WHO, Tedros A. Ghebreyesus uit Ethiopië, door China en zijn bevriende landen werd gekozen.
Met donaties en schenkingen verschaffen de grote landen zich ook politieke invloed in gebieden, zoals dat het geval nu is in Zuid-Amerika en het Caribisch gebied met China. Daarnaast krijgen hun burgers ook nog vrijelijk beweging en toegang tot de grondstoffen in die landen.
Economische diplomatie
Over economische diplomatie schrijft gewezen diplomaat Rudie Alihusain in zijn boek ‘De Surinaamse diplomatie, groei noch bloei’, dat landen die ernstig werk maken van economische diplomatie dat doen op basis van een officieel regeringsdocument. Daarbij gaat het om een duidelijke visie en beleid met concrete doelen, strategie en budget.
Hij noemt als voorbeeld Thailand dat met een gedegen plan en identificatie van Japan als markt voor haar kippenvlees, binnen tien jaar de export naar Japan van enkele honderden miljoenen US dollar naar ruim twee miljard US dollar in 2022 bracht.
Dat kon alleen lukken met teamwork van de ministeries van Handel, Veeteelt, Financiën en Buitenlands Zaken. De ambassadeurs hadden tot taak de Japanse importeurs te overtuigen dat de Thaise pluimveesector comparatiever is.
Agenda van de ambassadeurs
Op de persconferentie is Ramdin gevraagd wat de agenda is van de zeventien ambassadeurs van Suriname en of hij die ter beschikking kon stellen voor de media. Als concreet voorbeeld werd hem voorgehouden de export van verse groenten en fruit, die door de Europese Unie wordt tegengehouden omdat Suriname niet voldoet aan Europese regels.
De Surinaamse ambassadeur in Nederland, Rajendre Khargi, is intussen tweeënhalf jaar in functie. De minister zegt dat hij pas in april 2023 informatie over de agenda van de diplomaten kan geven.
In geen enkel document van deze regering en vorige regeringen is er een plan te achterhalen, waarin staat hoe een bepaalde sector in ontwikkeling gebracht zal worden, welk land zich daarvoor leent en de rol van de ambassadeur daarin. Daarmee ontstaat de vraag wat president Santokhi zijn gehoor voorhoudt tijdens zijn persoonlijke diplomatie.
Suriname betaalt ook na 47 jaar onafhankelijkheid zijn huishouding met inkomsten die door multinationals voor haar worden verdiend. Projecten die het uit eigen verdiensten hoort te betalen laat het nog steeds door de zogenaamde donorlanden doen. In elke begroting nemen opeenvolgende regeringen donaties en schenkingen op als inkomsten.
Alihusain citeert in zijn boek ex-premier Imran Khan van Pakistan, die op een vergadering van de Verenigde Naties stelde dat naties zich oprichten door zelfrespect en eigenwaarde, niet door te bedelen. En dat besef blijkt tot vandaag geen ingang te krijgen in Suriname.
Banen
Om de economie te halen uit de huidige crisis moet Suriname voor minstens 30.000 ambtenaren, 5.000 werklozen en honderden schoolverlaters per jaar volwaardige banen creëren. De sectoren die zich daarvoor lenen zijn toerisme uit Nederland, mijnbouw, bosbouw, landbouw, veeteelt en visserij.
Een baan in de agrarische of mijnbouwsector kost al gauw 20.000 tot 350.000 US dollar. Om 40.000 banen te creëren heeft Suriname meer dan 7 miljard US dollar nodig. Terwijl voor het toerisme uit Nederland slechts een goede en goedkope vliegverbinding en een toerismevriendelijk milieu nodig is.
Aan de minister werd gevraagd wanneer Suriname met de 200 miljoen US dollar aan donaties die job gaat klaren. Hij verklaarde dat de financiering moet komen uit de staatsbegroting en leningen bij de Wereldbank.
Op dit moment heeft Suriname een begrotingstekort van 9 procent. Er staan in de begroting geen uitgewerkte planen en bedragen om 40.000 bannen te creëren. De Wereldbank zou kunnen zorgen voor financiering, maar het creëren of het zoeken van afzetmarkten behoort niet tot haar taak.
Suriname moet voor zijn ontwikkeling kiezen. Die komt niet tot stand met schenkingen en donaties (lees spiegeltjes en kraaltjes). In dit verband verwijst Alihusain in zijn boek naar Bangladesh. Dat land slaagde erin om ondanks, het feit dat ze het ‘one China’-beleid ondersteunt, toch nog zaken te doen met Taiwan. Bangladesh heeft daaraan een bloeiende export voor textiel en schoenenindustrie over gehouden.
Suriname betaalt
Vanaf 2015 wordt er heel veel rondhout (boomstammen) geëxporteerd naar Azië, met name China en India. Behalve dat het bos in hoog tempo wordt leeggehaald, houdt Suriname bitter weinig over aan deze export. Naast het milieu worden door houttransport ook de wegen en bruggen vernield. Ook worden instituten zoals de douane gecorrumpeerd. Wegen zijn niet zolang terug met leningen van en door China geasfalteerd. Met andere woorden: ons land krijgt leningen van China om haar eigen ontwikkeling te betalen.
Waarom zouden wij de afnemers van de boomstammen in China en India, niet zover kunnen krijgen …