‘Dorpsjongen van Bakkie’ legt geschiedenis van Javanen vast in ‘Simbah’

In zijn jeugd heeft Reinier Kromopawiro (72) veel plantages gezien en ook veel meegemaakt. Die ervaring vond hij een mooie leidraad voor zijn tweede boek ‘Simbah’. Daarin beschrijft hij zijn zoektocht naar plantages waar Javaanse contractarbeiders tijdens de koloniale periode van Suriname te werk werden gesteld. ‘Simbah’ wordt op 9 augustus bij 132 jaar herdenking Javaanse immigratie officieel gelanceerd.
Tekst Audry Wajwakana
In zijn hand houdt de auteur een proefdruk van het boek. “Ik heb er al ingekeken en ben tevreden”, zegt hij goedkeurend vanuit zijn woonplaats in Nederland. Zijn zoektocht naar de plantages waar Javaanse contractarbeiders te werk werden gesteld, leverde hem een historische document van meer dan vierhonderd pagina’s op. “Het lijkt een dikke pil, maar ik heb het verhaal zodanig geschreven dat het voor iedereen makkelijk te volgen en te begrijpen is.”
Op de omslag prijkt een zwart-wit van zijn grootmoeder. ‘Simbah’ staat in het Javaans voor ‘oma’ of ‘opa’. “De is dus symbolisch gebruikt voor alle simbah’s. Ik had het boek de titel oma of opa kunnen geven, maar ‘Simbah’ klinkt veel indringender”, legt Kromopawiro uit. Het boek is in het Nederlands geschreven met enkele Javaanse woorden, waarbij de auteur ook uitleg geeft over schrijfwijze en betekenis. “Dit doe ik heel bewust om de interesse voor de Javaanse taal op te wekken. Ik wil de lezers meegeven dat Javaanse woorden best wel mooi klinken en de moeite waard zijn om te onthouden.”

“Ik had het boek de titel oma of opa kunnen geven, maar ‘Simbah’ klinkt veel indringender”

Fruit verkopen
Net als zijn eerste boek ‘Wa.ter.sé’, dat hij vijf jaar geleden uitbracht, is ‘Simbah’ gebaseerd op de ervaringen van Kromopawiro, die zichzelf ‘dorpsjongen uit Bakkie’ noemt. Hij is op Bakkie, de voormalig plantage Reynsdorp in Commewijne geboren en is de derde generatie van Javaanse immigranten. Op zijn twaalfde verhuisde hij naar Paramaribo voor vervolgonderwijs op de Sint Paulusschool. Hij woont sinds 1976 in Nederland.
In zijn jeugdjaren geloofde hij dat zijn grootouders uit Suriname kwamen, terwijl zij van Java, Indonesië n. Als kleine jongen ging hij vanuit Bakkie vaak met zijn ouders mee naar Moengo waar zij fruit verkochten. De vruchten kochten zijn ouders van lokale telers op, waarna zij die op de boot inlaadden en naar Moengo vervoerden. “Mijn ouders n niet rijk en hadden geen motorboot. Voor hen was het dus drie dagen en nachten pagaaien van Bakkie naar Moengo, maar toen wist ik nog niet dat aan beide oevers van de Commewijnerivier plantages hebben gelegen.”
Die belevenissen n, zo blijkt nu, de voorbode van wat hij heeft beleefd bij het schrijven van ‘Simbah’. In het hoofdstuk ‘Plantages aan groene rivieren, kreken en kanalen’ geeft hij een overzicht van alle plantages vanaf Marowijne tot en met Nickerie.
Studie en websites
De bewustwording van zijn Javaanse identiteit kreeg Kromopawiro toen hij rond 1990 kunstgeschiedenis op de Academie voor Beeldende Kunsten in Rotterdam studeerde. In dat jaar kwam hij voor een jaar terug naar Suriname, waar hij toen fysiek heeft geholpen aan de bouw van Sana Budaya. Behalve dat hij moest sjouwen met kruiwagens leerde hij meer over zijn Javaanse familie, de taal en geschiedenis.
Toen hij terugkeerde naar Nederland besloot hij te switchen van studie en deed Taal en Cultuur aan de Rijksuniversiteit Leiden. “Hiermee wilde ik mij inzetten om de taal, cultuur en geschiedenis van de Javanen in Suriname vast te leggen en ook meer bekendheid te geven. Het is een opdracht die ik mezelf toen heb gegeven.”
De eerste schreden om die eigen opdracht uit te voeren, zette hij in 1999 door middel van de lancering van de website Banyu Mili (stromend water). Deze was in het Javaans en vanuit Java kreeg hij veel positieve reacties. “Op Java was er nog geen website die compleet was in het Javaans”, zegt hij. Hierna volgden diverse websites als ‘Javanen van Suriname’ en zelfs een smartphone editie ‘Javaans leren’.
Op de websites gaf hij informatie over de taal, cultuur en geschiedenis van de Javanen in Suriname met de link naar Java, Indonesië. In 2019 sloot hij alle websites. “Het kostte veel geld, tijd en energie om ze te onderhouden, omdat ik alles zelf deed. Schrijven, graferen en grafische vormgeving.” ‘De dorpsjongen uit Bakkie’ vond vervolgens dat hij zijn aandacht moest richten op het uitgeven van boeken.
In 2017 debuteerde Kromopawiro met ‘Wa.ter.sé’, waarin hij zijn herinneringen uit zijn jonge jaren op Bakkie en daarna in Paramaribo en Nederland beschrijft. “Ik wilde kijken hoe lang ik het schrijven zou kunnen volhouden. Voor een website kan je alleen maar korte artikelen schrijven. In een boek moet er een duidelijke verhaallijn zitten en moet je minimaal tweehonderd pagina’s schrijven. Hoewel het hier ook wat energie vergt, …