DOE vraagt aandacht voordracht Anti Corruptie Commissie

De partij DOE, een van de trekkers van de Anti Corruptiewet, juicht het toe dat op 12 september een openbare aankondiging is gedaan over de personen die voorgedragen zijn om zitting te nemen in de Anti Corruptie Commissie. De samenleving heeft een maand de tijd om eventuele bezwaren kenbaar te maken aan minister Kenneth Amoksi van Justitie en Politie. DOE-voorzitter Steven Alfaisi zegt in een persbericht dat hiermee is voldaan aan een van de vereisten van de wet.

Het doel van de publicatie van de namen is dat de burgers en organisaties kunnen nagaan wie zijn voorgedragen, de te installeren personen zijn, hun deskundigheid en hun levenswandel. Beroep door één of meerdere personen/organisaties kan worden aangetekend indien met valide feiten kan worden vastgesteld dat de voorgedragen personen niet voldoen aan het profiel van integriteit en dus niet behoren in deze commissie zitting te nemen.

DOE doet een beroep op de media, personen en organisaties om via hun eigen mogelijkheden na te gaan: de deskundigheid van deze personen, hun handel en wandel en deze met de samenleving te delen. De achtergrond van de personen zouden zichtbaar gemaakt kunnen worden als u het via de media deelt of dat u de media, tenminste deze personen met hun achtergrond zichtbaar maken middels o.a. media-aandacht. Dit is volgens Alfaisi geen inbreuk op de privacy van deze personen, maar de wetgever heeft het belang hiervan ingezien en de gegadigden ook daarvan bewust dienen te zijn geweest bij de aanvaarding.
Het verder operationaliseren van deze wet is volgens DOE dringend noodzakelijk gezien de vele corruptie-gevallen die zich aan het opstapelen zijn vanaf de afgelopen twee regeerperiodes onder Bouterse en onder de huidige regering. Het is bewezen dat corruptie heel veel structurele, sociale en economische schade aanricht met meerjarige gevolgen voor de samenleving, waarbij duurzame ontwikkeling stagneert, vandaar de noodzaak tot volle werking van deze wet.  DOE vraagt zich af waarom de minister een commissie met een even aantal van acht personen heeft voorgedragen, terwijl artikel 2 van de Wet een oneven aantal van vijf of zeven voorschrijft. “We vragen ons af waarom dit het geval is en vragen nadere uitleg van de regering aan de samenleving hieromtrent”, stelt de partijvoorzitter.